Haldane-effect

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Haldane-effect is een eigenschap van hemoglobine die het eerst beschreven werd door de Schotse arts John Scott Haldane.

Het Haldane-effect beschrijft de toegenomen bindingscapaciteit van gedeoxygeneerd bloed (zuurstofarm bloed) voor koolstofdioxide. Omgekeerd heeft geoxygeneerd bloed (zuurstofrijk bloed) een verminderde bindingscapaciteit voor koolzuur. Dit effect valt te verklaren doordat gereduceerd (gedeoxygeneerd) hemoglobine een betere protonacceptor is dan de geoxygeneerde vorm.

Werking[bewerken]

In de rode bloedcellen (erytrocyten) bevindt zich het enzym carbonzuuranhydrase. Dit enzym katalyseert de omzetting van koolstofdioxide in koolzuur. Dit koolzuur vervalt snel in bicarbonaat en een vrij proton:

\mathrm{CO_2\ +\ H_2O\ \longrightarrow\ H_2CO_3\ \rightleftharpoons\ H^+\ +\ HCO_3^-}

De evenwichtsreactie kan naar rechts verschoven worden door alles wat het vrije proton stabiliseert, conform het principe van Le Châtelier. De toegenomen affiniteit van deoxyhemoglobine voor protonen zorgt er dus voor dat de reactie naar rechts verschoven wordt. Dit leidt ertoe dat de bicarbonaatsynthese opgedreven wordt. Eveneens neemt de bindingscapaciteit van het bloed voor koolstofdioxide toe.

Zie ook[bewerken]