Hamengkoeboewono I

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sri Sultan Hamengkoeboewono I, als prins "Mangkoeboemi" of "Mangkoe Boemi" geheten, was de eerste sultan van Jogjakarta uit het Huis Kartasoera, de vroegere heersers van Mataram. Hij bouwde de Kraton Ngayogyakarta Hadiningrat die nog steeds wordt bewoond door de huidige sultan van Jogjakarta, sultan Hamengkoeboewono X, die tevens gouverneur is van het gebied.

Biografie[bewerken]

Het geboortejaar van Hamengkoeboewono I is niet bekend maar in zijn jeugd werd hij Raden Mas Sujana genoemd. Hij was de broer van Pakoeboewono II, de soesoehoenan van Soerakarta.

Toen in 1743 de VOC machtig genoeg dacht te zijn om de voor de handel belangrijke kustgebieden in handen te krijgen, werd zij fel tegengewerkt door een aantal prinsen aan het hof van Soenan Pakoeboewono II. De VOC zette echter door. Twee prinsen, prins Mangkoeboemi en zijn neef Mas Saïd (die al eerder tegen de VOC had gevochten), begonnen een guerrillaoorlog tegen de Nederlanders.

Op zijn sterfbed gaf soenan Pakoeboewono II het hele Mataram-rijk in een testamentaire beschikking aan de VOC en verzocht de Nederlanders zijn opvolger aan te wijzen. Het einde van de strijd leek nabij. Echter, hoewel het rijk officieel volgens contract zijn onafhankelijkheid verloor in 1749, bleek dat in werkelijkheid de VOC alleen macht had over de prins, niet over zijn volgelingen.

Toen de twee prinsen Mangkoeboemi en Mas Saïd met elkaar gebrouilleerd raakten, begon de VOC een verdeel-en-heers spelletje. Ze sloten vrede met Mangkoeboemi en in ruil voor de "macht" over de helft van Mataram, zou hij hen helpen in hun strijd tegen Mas Saïd. In 1755 werd Mangkoeboemi geïnstalleerd als sultan van Jogjakarta. Twee jaar later, in 1757, gaf Mas Saïd zich gewonnen. Uit erkenning hiervoor werd hem de macht gegeven over een ander deel van Mataram, en kreeg hij de titel mangkoenegara. Het rijk was inmiddels dus in drie vorstenlanden verdeeld en de soenan van Soerakarta, nota bene door de Nederlanders aangesteld en ooit erg machtig, hield maar een derde over van zijn oorspronkelijke rijk.

Al voor de dood van soesoehoenan Sri Pakuboewono II brak in 1749 een uitputtende burgeroorlog om de opvolging op de troon van Mataram. Prins Mangkoe Boemi weigerde de opvolging van Kanjeng Gusti Pangeran Adipati Anum Amangku Negara Sudibya Rajaputra Narendra ing Mataram Sri te accepteren en probeerde de macht in het Keizerrijk te grijpen. Mangkoeboemi was beledigd door de behandeling die hij, een keizerlijk prins en broer van de regerende vorst, van gouverneur-generaal van Imhoff had ontvangen. De Nederlanders erkenden de claim van de oom niet, bovendien wensten zij een meer meegaande pro-Nederlandse vorst op de troon. Die hadden ze in de latere Pakoeboewono III van Soerakarta gevonden.

Tijdens deze Derde Successieoorlog in Mataram werd prins Mangkoeboemi geholpen door de legendarische legercommandant raden Mas Saïd, die een zeer effectieve strategische oorlog tegen de soenan en zijn Nederlandse bondgenoten voerde. Na zes jaar oorlog beheerste prins Mangkoeboemi het zuidwesten van het keizerrijk. De Soesoehoenan behield met de Nederlandse militaire en politieke steun de controle over het noorden en oosten van zijn rijk. Mangkoeboemi won beslissende veldslagen bij Grobogan, Demak en de Bogowonto. Nog tijdens de oorlog overleed Pakoeboewono II en Mangkoeboemi riep zich uit tot Sultan. Bij de Slag van bij de Bogowonto in 1751, werd het Nederlandse leger onder De Clerck verslagen door de troepen van Mangkoeboemi. Raden Mas Saïd kwam echter op zijn beurt in opstand tegen Mangkoeboemi.

De hoge kosten en gebrek aan middelen noopten de twee pretendenten om het ooit zo machtige Mataram te verdelen in twee nieuwe staten, Soerakarta onder de soesoehoenan en een nieuw sultanaat Jogjakarta onder Mangkoe Boemi als sultan Hamengkoeboewono. De Nederlanders waren in de Derde Successieoorlog in Mataram de lachende derde bij deze klassieke "verdeel en heers" politiek. De verdeling werd op 13 februari 1755 definitief geregeld in het Verdrag van Gyanti maar het duurde nog vijfenzeventig jaar voordat de grens tussen de staten werd vastgelegd. In 1757 resulteerde een opstand onder leiding van Raden Mas Saïd in een verdere opdeling van het grondgebied. Raden Mas Said verwierf koninklijke apanages en de de titel Mangkoenegara.

Een oudere tak van het Huis Kartasoera wist Soerakarta en het zuidoosten van het rijk te behouden, daaruit werd het soenanaat Soerakarta onder de soesoehoenans van Soerakarta. Beide vorsten en Mangkoenegara moesten de Nederlanders als hun meesters of suzereinen erkennen.

De vorsten van Jogjakarta heten sindsdien allen Hamengkoeboewono en ook hun Koninklijk Huis wordt zo genoemd. Nederland was tot de Tweede Wereldoorlog de suzerein van Jogjakarta. De beide vorstenhuizen begraven hun doden in een gezamenlijk grafcomplex op de heuvel van Imogiri. Daar werd ook Hamengkoeboewono I begraven.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Koning, MC (1974)Jogjakarta onder Sultan Mangkubumi, 1749-1792: Een geschiedenis van de divisie van Java. Londen Oriental Series, vol. 30. Londen: Oxford University Press, (Herziene Indonesische editie, 2002)
Voorganger:
Stichter van de dynastie van de Hamengkoeboewono
Sultan van Jogjakarta Opvolger:
Hamengkoeboewono II