Hamengkoeboewono II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hamengkoeboewono II was de tweede sultan of koning van Jogjakarta. Deze Javaanse vorst uit de dynastie der sultans van Jogjakarta werd op 7 maart 1750 in de omgeving van de Sundara in Kedhu geboren en stierf in de kraton van Djokjakarta op 3 januari 1828[1].

De volledige titel van de vorst was Zijne Hoogheid Sampeyan Dalam ingkang Sinuhun Kanjeng Sri Sultan Hamengkoeboewono II Senapati ing Alaga Ngah 'Abdu'l-Rahman Saiyid ud-din Panatagama Khalifatu'llah ingkang Yumeneng Kaping, Sultan van Djokjakarta. Hij was de tweede Sultan van Djokjakarta en de zoon van Hamengkoeboewono I.

De dynastie van de Kartasoera in Jogjakarta en Soerakarta was door opvolgingsoorlogen en strijd met de Nederlandse kolonisator verdeeld geraakt. De agnaten bestreden elkaar en waren een speelbal van de Nederlanders en de Britten.

  • Hamengkoeboewono II regeerde voor het eerst van maart 1792 tot december 1810 en werd opgevolgd door zijn zoon Hamengkoeboewono III
  • Hamengkoeboewono II regeerde voor de tweede maal van 28 december 1811 tot juni 1812 en werd wederom opgevolgd door Hamengkoeboewono III
  • Hamengkoeboewono II regeerde voor de derde maal van 17 augustus 1826 tot zijn dood op 3 januari 1828 en werd ditmaal opgevolgd door zijn achterkleinzoon Hamengkoeboewono V

De eerste regeringsperiode[bewerken]

  • Raden Mas Sundoro volgde zijn vader in maart 1792 als Hamengkoeboewono II op. De idealistische vorst wilde de regering hervormen en stuurde ongeschikte hoge ambtenaren met pensioen. Zo werd Patih Danureja I vervangen door zijn kleinzoon, Patih Danureja II. Dit besluit werd later heel impopulair omdat Danureja II Nederlandsgezind was. Na enige tijd geregeerd te hebben raakte

Hamengkoeboewono II steeds meer tegen de Nederlandse overheersing gekant. De Nederlanders wilden niet alleen handel drijven; zij probeerden Java uit te zuigen. De ooit zo machtige Vereenigde Oostindische Compagnie, zijn suzerein, was ondertussen insolvent geraakt omdat het de opiumhandel in Bengalen, de kurk waarop de VOC dreef, aan Engeland was kwijtgeraakt. In 1799 werd de failliete VOC genationaliseerd. De Bataafse Republiek werd nu de kolonisator van Java en deze republiek werd suzerein van de Javaanse heersers.

In 1808 werd de energieke en revolutionair gezinde maarschalk Herman Daendels benoemd tot gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Daendels was fel gekant tegen het feodale systeem; daartegen had hij zich ook in Europa al verzet. Daendels benoemde in de vorstenlanden gouverneurs met uitgebreide volmachtren, dat ging ten koste van de macht van de zelfregerende vorsten. Hamengkoeboewono II probeerde zijn prerogatieven in stand te houden maar zijn verwant, de meer Nederlandsgezinde soesoehoenan Pakoeboewono IV van Soerakarta ging akkoord in de hoop dat Nederland het Rijk van Mataram weer zou herstellen.

Hamengkoeboewono II kreeg ook problemen met Patih Danureja II die hij verving door zijn oomzegger prins Natadiningrat, een zoon van zijn broer prins Natakusuma. Onder een nieuwe regering kon de sultan van Djokjakarta een dubbel spel gaan spelen; hij steunde onopvallend de opstand van zijn verwant raden Rangga Besanya.

Nederland versloeg de raden Rangga en de hoge kosten van de oorlog werden aan Hamengkoeboewono II in rekening gebracht. Hamengkoeboewono II weigerde waarop Daendels, het dubbele spel beu, in december 1810 de kraton liet bestormen. Hamengkoeboewono II werd op vernederende wijze afgezet. De zoon van Hamengkoeboewono II en Bandara Radin Ayu Adipati Sepu/Gusti Kanjeng Ratu Kedhaton werd op 31 december 1810 benoemd tot prins-regent van Jogjakarta.

De tweede regeringsperiode[bewerken]

  • Hamengkoeboewono II regeerde voor de tweede maal van 28 december 1811 tot juni 1812 en werd wederom opgevolgd door Hamengkoeboewono III.

De zoon stond niet sterk terwijl zijn vader nog in leven was. Op 28 december 1811 werd Hamengkoeboewono II, die gebruikmaakte van de nederlaag van Daendels tegen de Britten onder Thomas Raffles weer zelfregerend sultan maar dat duurde niet lang, hij werd al op 20 juni 1812 weer afgezet. De vorst kon evenmin met de Britse overheersing van Java leven en maakte openlijk ruzie met de kortaangebonden Brit. Op 28 juni 1828 werd Hamengkoeboewono II op een Brits schip naar Penang gevoerd. Daar bleef hij tot april 1815. Terug in Batavia waar de Britten de Nederlanders weer de macht overdroegen werd de als gevaarlijk beschouwde Javaan al op 10 januari 1817 naar Ambon gezonden. In de jaren 1825-1826 werd Hamengkoeboewono II gevangen gehouden op Nederlandse schepen in de havens van Soerabaja en Batavia.

Soesoehoenan Pakoeboewono IV van Soerakarta maakte handig gebruik van de situatie door Hamengkoeboewono II aan te moedigen in zijn verzet tegen de Britten, die nu op hun beurt de kolonisatoren van Java leken te worden. De correspondentie tussen de Indische vorsten werd, zoals al vaker was gebeurd, onderschept, en de Britten straften in juni 1812 Hamengkoeboewono II door zijn kraton te bestormen en de vorst naar Penang in Maleisië te verbannen. Hamengkoeboewono II werd op de troon van Jogjakarta hersteld en de medeplichtige Pakoeboewono IV verloor een deel van zijn grondgebied. Op 22 juni 1812 werd een deel van het territorium van Djokjakarta aan de nieuw geïntroniseerde onderkoning uit het Huis Pakualam geschonken. De aan de de koloniale machten trouwe prins Nata Kusuma vestigde een dynastie die formeel onderworpen was aan de soesoehoenan, de eerste onder de Javaanse vorsten en lager in rang was dan de sultans van Jogjakarta. In de praktijk was Pakualam het derde vorstenland op Java.

De derde regeringsperiode[bewerken]

  • De nu 76jaar oude Hamengkoeboewono II regeerde voor de derde maal van 17 augustus 1826 tot zijn dood op 3 januari 1828 en werd ditmaal opgevolgd door zijn achtjarige achterkleinzoon Hamengkoeboewono V.

De familie[bewerken]

Zijn moeder was Gusti Kanjeng Ratu Kadipaten/Gusti Kanjeng Ratu Agung Tegalraya, de tweede vrouw van zijn polygame vader.

Hij huwde zelf 33 maal en liet tachtig kinderen na.

Hamengkoeboewono II stierf in 1828 in de kraton en werd opgevolgd door zijn achtjarige tiende zoon Gusti Radin Mas Suriya uit het huwelijk met de eerste koningin, Ratu Kedhaton (1750-juli 1820). Hamengkoeboewono II werd niet bijgezet in een van de mausolea van de dynastie der Soerakarta op de heilige "sneeuwberg" Imagiri, hij rust in Kota Gede.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De Royal Ark op Royal Ark
Voorganger:
Hamengkoeboewono I
Sultan van Djokjakarta
driemaal tussen 1792 en 1828
Opvolger:
Hamengkoeboewono III
Hamengkoeboewono III
Hamengkoeboewono V