Han van Meegeren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deze villa in Roquebrune-Cap-Martin was Van Meegerens woning van 1932 tot 1938

Henricus Antonius van Meegeren (Deventer, 10 oktober 1889Amsterdam, 30 december 1947) was een Nederlands kunstschilder en kunstvervalser. Hij werd vooral bekend door zijn vervalsingen van werken van Vermeer.

Levensloop[bewerken]

Han van Meegeren ontwikkelde vaardigheid in tekenen, schilderen, etsen en aquarelleren, en had belangstelling voor de Nederlandse klassieke schilders. Zijn vader was gekant tegen zijn werk als schilder. Als hij zijn zoon betrapte, moest deze strafregels schrijven: 'Ik ben niets, ik weet niets, ik kan niets'.

Student[bewerken]

Club- en boothuis voor DDS

Van 1907 tot 1913 studeerde hij, op aandringen van zijn vader, bouwkunde aan wat toen de Technische Hoogeschool van Delft heette. Hij maakte zijn studie niet af. Wel ontwierp hij tijdens zijn studie het aan de Sint-Huybrechtstoren grenzende clubhuis voor roeivereniging D.D.S. in Delft. Kort vóór het beëindigen van zijn studie ontving hij een prestigieuze vijfjaarlijkse gouden medaille voor zijn studie betreffende het interieur van de Laurenskerk in Rotterdam. Maar Han van Meegeren beschikte over een onwrikbare passie en liet zich niet afhouden van wat hij als zijn levenswerk zag en beëindigde zijn architectenstudie.

Schilder[bewerken]

Van Meegeren had een moeilijke weg gekozen. De moderne kunst had hij afgezworen en het was weinig waarschijnlijk dat hij erkenning zou krijgen door te schilderen in een stijl die eeuwen daarvoor populair was geweest. Hij werd door kunstcritici geridiculiseerd en kon op een gegeven moment zelfs niet meer exposeren. Van Meegeren vond de plaatselijke critici vals en onwetend en hij wilde zijn gelijk bewijzen door hen publiekelijk te vernederen. Hij was lid van de Haagse Kunstkring en uitte zijn mening onder meer in hun blad, De Kemphaan, waarvan Jan Ubink redacteur uit de Balistraat was. Toen Van Meegeren als voorzitter werd geweigerd, ondanks door hem aangeboden financiële steun aan de noodlijdende Kring, verhuisde hij naar Frankrijk. Bij Nice kocht hij een kasteel waar hij iedere bezoeker weerde, want daar legde hij zich toe op het perfectioneren van het schilderen van oude meesters.

Van Meegeren, die daar zeer bekend werd met de schildertechnieken van de Nederlandse meesters, besloot een valse Vermeer te maken. Het werd in 1937 een schilderij van de Emmaüsgangers. Als de critici het werk zouden prijzen, zou Van Meegeren onthullen dat het een vervalsing was. Daarmee zou hij de onwetendheid van de critici hebben aangetoond. In het bijzonder was dr. Abraham Bredius zijn doelwit. Deze was een autoriteit op het gebied van Vermeer en werd door Van Meegeren zeer veracht.

Methode[bewerken]

Bewijsmateriaal tegen Han van Meegeren: door hem vervaardigde pigmenten

Van Meegeren was een nauwkeurig vervalser. Het schilderij moest niet alleen worden uitgevoerd naar de stijl en de vaardigheid van Vermeer, het moest er ook oud uitzien. Vermeer was niet beroemd tot ongeveer het begin van de twintigste eeuw; men kende toen nog slechts ongeveer veertig van zijn werken. Van Meegeren wist de hand te leggen op zeventiende-eeuwse doeken om op te schilderen; maakte zijn eigen verven uit onbewerkte materialen aan de hand van oude formules om authenticiteit te waarborgen; en gebruikte dezelfde soort penselen die Vermeer gebruikt zou hebben.

Hij bedacht ook een methode om met bakeliet de verf na toepassing hard te laten worden alsof deze al eeuwen oud was. Nadat het schilderij af was, verhitte Van Meegeren het in een oven om de verf uit te laten harden, daarna rolde hij het over een cilinder om het een licht craquelé te geven en waste het later met zwarte inkt in om de zo ontstane craquelures te vullen. Het kostte Van Meegeren enkele jaren om zijn technieken uit te werken. Toen hij klaar was, was hij tevreden met zijn werk. Niet alleen omdat zijn nagebootste Vermeer, De Emmaüsgangers, een overtuigende vervalsing was, maar ook omdat hij vond dat het een fraai werk was geworden.

Eerste resultaten[bewerken]

Een collage van originele en valse handtekeningen die Han van Meegeren voor zijn eigen werk gebruikte.

Van Meegeren schakelde een bevriende advocaat in die het werk aan de grote kunstkenner Bredius presenteerde. Deze had al een tijd verkondigd dat er nog onontdekte Vermeers uit diens Italiaanse periode moesten bestaan en zag zijn theorie bevestigd. De overige Nederlandse kunstkenners waren net zo gemakkelijk overtuigd, al waren er enkele stemmen in Frankrijk die het schilderij als vals bekritiseerden. De schilder genoot van zijn succes. Hij had er aan gedacht de fraude te onthullen, maar toen hij de valse Vermeer aan Museum Boijmans Van Beuningen verkocht voor een bedrag dat nu gelijk zou zijn aan ettelijke tientallen miljoenen euro's, bedacht hij zich. Hij had bewezen dat de kunstwereld goedgelovig was, en het paste hem daarmee geld te verdienen.

Oorlogsjaren[bewerken]

Tussen 1938 en 1945 exposeerde Van Meegeren zowel in Duitsland als in Nederland, onder meer bij Museum Boijmans. Hij wilde ook exposeren bij Miep Eijffinger, maar die wilde geen Duitsers in haar galerie, waarna Van Meegeren een expositie organiseerde in Panorama Mesdag. Hij maakte nog zes valse Vermeers. De kwaliteit van sommige van deze werken zou hem in andere tijden wellicht eerder hebben ontmaskerd, maar de wereld had het druk met de oorlog en de bezetting en Van Meegeren kon zijn activiteiten ongestoord voortzetten. Omdat er tijdens de bezetting toch al een actieve en geheimgehouden handel in kunst aan de gang was, konden Van Meegerens vervalsingen mooi meeliften. Zo werd zijn 'Christus en de overspelige vrouw' aan Hermann Göring verkocht, hoewel er geen gegevens over de herkomst bekend waren.

Van Meegeren vervalste niet alleen werk van Vermeer, maar ook van Frans Hals, Ter Borch en Pieter de Hooch. Zijn vervalsing naar Frans Hals, De lachende Cavalier, werd in 1923 door de bekende kunsthistoricus Cornelis Hofstede de Groot erkend als een echte Hals. Toen het uitkwam dat het een vervalsing was (de naam Van Meegeren werd toen nog niet genoemd) betekende dit een gevoelige aanslag op de reputatie van Hofstede de Groot. Een rechtszaak werd geroyeerd nadat de kunsthandelaar zijn klant schadeloos had gesteld.

Duitse bezetter plunderde kunstschatten[bewerken]

Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog stuitten geallieerde troepen in Oostenrijk op een zoutmijn, waar de belangrijkste nazi's de kunstwerken hadden verborgen die ze hadden geplunderd in de door het Derde Rijk bezette landen. De strijdkrachten lieten kunstexperts komen om zeker te stellen dat de schatten correct werden behandeld, geïdentificeerd en gerepatrieerd. Tussen deze schatten bevonden zich kunstwerken uit de verzameling van 'Reichsmarschall' Hermann Göring. In Görings collectie zat een 'Vermeer' die men niet kon thuisbrengen. Een onderzoek leidde naar Van Meegeren, die in grote weelde leefde in het Roode Huys aan de Keizersgracht.

Rechtszaak[bewerken]

Omdat Van Meegeren de herkomst van het schilderij niet kon verklaren zonder toe te geven dat hij zelf de schilder was, dachten de Nederlandse autoriteiten dat hij een collaborateur was. In mei 1945 werd hij gearresteerd. Van Meegeren bevond zich nu in een lastig parket, aangezien hij van collaboratie beschuldigd kon worden. Dat kon worden bestraft met een langdurige gevangenisstraf of zelfs de doodstraf. Op vervalsing stond slechts twee jaar. Na enkele dagen in de cel vertelde hij de autoriteiten de waarheid. Hij werd aanvankelijk niet geloofd, maar men liet zich toch al gauw overtuigen. Van Meegeren werd opgesloten in het pand van de Kunsthandel Goudstikker (toen in gebruik bij het Militair Gezag) en schilderde daar onder toezicht nog een vervalsing: Christus in de tempel.

Veiling uit de nalatenschap van Van Meegeren (Polygoonjournaal, 1950)

In november 1947 werd hij tot één jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zijn echtgenote heeft altijd beweerd dat zij nergens van op de hoogte was, ook toen haar werd gevraagd of het glaswerk en het kannetje op De Emmaüsgangers haar niet bekend voorkwamen, aangezien die bij haar thuis op de schoorsteenmantel stonden. Voordat zijn straf inging, overleed Van Meegeren op 58-jarige leeftijd in de Valeriuskliniek te Amsterdam aan een hartinfarct. Hij werd gecremeerd en later bijgezet op de Algemene Begraafplaats te Deventer. Zijn dodenmasker is in 2014 aangekocht door het Rijksmuseum Amsterdam.[1]

Latere resultaten[bewerken]

Een heel bekend werk van Van Meegeren onder zijn eigen naam was (en is nog steeds) in veel Nederlandse huiskamers terug te vinden, namelijk het Hertje,[2] een koperdiepdruk uit 1921. Ook een variant daarvan, het Hertje met jong, komt veel voor. Een minder vaak voorkomend werk van Van Meegeren is de rotogravure van de Vechtende pauwen. Het origineel hangt in Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam.

Voor zover het erom ging de kunstwereld van Van Meegerens kwaliteiten te overtuigen, kan men zeggen dat zijn actie op twee manieren succesvol is geweest.

Ten eerste zou hij zonder zijn geruchtmakende vervalsingsaffaire een volkomen vergeten schilder zijn geweest. Nu is hij wereldberoemd en brengen zijn schilderijen onder eigen naam hoge prijzen op en zijn er zelfs valse Van Meegerens op de markt.

Ten tweede ging na zijn ontmaskering een golf van zelfkritiek door de museumwereld en werden verscheidene dubieuze Oude Meesters van de muren verwijderd. Daaronder waren ook enkele Van Meegerens zoals uit de opgegeven literatuur moge blijken.

Werk in openbare collecties (selectie)[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Marijke van den Brandhof, Een vroege Vermeer uit 1937. Achtergronden van leven en werken van de schilder/vervalser Han van Meegeren. Utrecht/Amsterdam: Het Spectrum, 1979 ISBN 90-274-8946-7
  • D. Kraaijpoel & H.A. van Wijnen: Han van Meegeren en zijn meesterwerk van Vermeer 1889-1947, Waanders 1996. ISBN 90-400-9797-6
  • Frederik H. Kreuger: Han van Meegeren, meestervervalser (een biografie). Veen Magazines, Diemen 2004. ISBN 90-76988-53-6
  • Frederik H. Kreuger: De Arrestatie van een meestervervalser. Veen Magazines, Diemen 2006. ISBN 978-90-8571-043-1
  • Frederik H. Kreuger: A New Vermeer, Life and Work of Han van Meegeren Rijswijk 2007, ISBN 978-90-5959-047-2
  • Arend Hendrik Huussen Jr.: Henricus (Han) Antonius van Meegeren (1889 - 1945). Documenten betreffende zijn leven en strafproces. (Cahiers uit het noorden 20), Zoetermeer, Huussen 2009.
  • Arend Hendrik Huussen Jr.: Henricus (Han) Antonius van Meegeren (1889 - 1945). Documenten, supplement. (Cahiers uit het noorden 21), Zoetermeer, Huussen 2010.
  • Frederik H. Kreuger: Van Meegeren Revisited & List of Works., Erasmus Boekhandel Amsterdam 2010, ISBN 978-90-5959-060-1
  • Isheden, Per-Inge (2007, september 21). van Meegeren—konstförfalskarnas konung. Kvällsstunden: Hemmets och familjens veckotidning 69(38), 3, 23.
  • Marie-Louise Doudart de la Grée: Emmaüs, A.W. Bruna & Zoon 1946. Het boek geeft in romanvorm een beeld van het leven van Van Meegeren. Met illustraties van Van Meegeren.
  • Jonathan Lopez: The Man Who Made Vermeers, Harcourt, 2009.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties