Hand-van-God-goal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De goal van de hand-van-God (Spaans: La mano de Dios) is een doelpunt (1-0) dat werd gescoord door Diego Maradona. Het doelpunt werd toegekend, hoewel het met de hand gescoord werd.

Doelpunt[bewerken]

De wedstrijd was een kwartfinale van het WK'86 tussen Engeland en Argentinië, die gespeeld werd op 22 juni 1986 in Mexico-Stad.

Maradona gebruikte, tegen de regels in, zijn hand om de bal over de keeper heen te wippen en op die manier te scoren. De scheidsrechter dacht dat Maradona zijn hoofd gebruikt had, en verklaarde het doelpunt geldig. Argentinië won met 2-1. Tijdens een persconferentie claimde Maradona dat zijn doelpunt gedeeltelijk met het hoofd van Maradona werd gemaakt en gedeeltelijk met de hand van God. Dit werd één van de beroemdste uitspraken in de sport.

Vervolg[bewerken]

In dezelfde wedstrijd scoorde hij ook de 2-0 met een 'rush' vanaf de middellijn, zes Engelsen passerend.

Bijna twintig jaar hield hij vol dat het de hand van God was. In een interview met de ARD gaf hij in 2006 toch de handsbal toe. Op 9 juni 2007 scoorde Lionel Messi in het duel met Espanyol met de hand en maakte zodoende de 1-1. Deze goal werd door sportcommentatoren betiteld als de nieuwe Hand-van-God-goal.

Ook bij het Wereldkampioenschap voetbal 2010 in Zuid-Afrika werd er geroepen over een Hand-van-God-goal. Luís Fabiano scoorde namens Brazilië tegen Ivoorkust nadat hij in één actie de bal tot twee keer toe met de arm beroerde. [1] De Franse scheidsrechter Stephane Lannoy had het wel geconstateerd, maar niet bestraft. Tijdens de wedstrijd was in een herhaling te zien, dat hij Fabiano vermanend toesprak over de bal beroeren met de arm.

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Luis Fabiano: Misschien hand van God? Telegraaf.nl, 21 juni 2010.