Handwortelbeen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Handwortelbeentjes
Ossa carpi
Bot
De handwortelbeentjes aangegeven in het rood.
De handwortelbeentjes aangegeven in het rood.
Gray's Anatomy 54,221
MeSH A02.835.232.087.144
Dorlands/Elsevier two/000017562/Carpus
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De handwortelbeentjes of ossa carpi[1] zijn de botjes die gelegen zijn tussen het spaakbeen en de ellepijp aan de laterale zijde en de middenhandsbeentjes aan de mediale zijde. De botjes zijn zogenaamde ossa brevia, korte beenderen.

In iedere menselijke hand zitten acht handwortelbeentjes, verdeeld over twee rijen van vier. In de onderste rij, aan de kant van het spaakbeen en de ellepijp, liggen, vanaf de duim richting de pink:

In de bovenste rij, aan de kant van de middenhandsbeentjes, bevinden zich, vanaf de duim richting de pink:

De handwortelbeentjes bij een onvolwassene kunnen worden gebruikt om diens uiteindelijke lengte van tevoren te bepalen.

Accessoire handwortelbeentjes[bewerken]

Sommige mensen hebben nog extra handwortelbeentjes, die gedurende de embryonale ontwikkeling als extra botopbouwpunt ontstaan. Voorbeelden van deze extra handwortelbeentjes zijn de volgende:[2][3]

Ezelsbruggetjes[bewerken]

Om de handwortelbeentjes makkelijker te onthouden, zijn in andere talen diverse ezelsbruggetjes bedacht, welke ook in de Nederlandstalige medische wereld veelvuldig worden toegepast.

  • Some lovers try positions that they cannot handle: de eerste letters van de woorden in de zin komen overeen met de eerste letters van de handwortelbeentjes: Scaphoides, Lunatum, Triquetrum, Pisiforme, Trapezium, Trapezoides, Capitatum, Hamatum
  • Never lower Tilly's pants, mother might come home: de eerste letters van de woorden in de zin komen overeen met de eerste letters van de handwortelbeentjes, waarbij het os trapezium os multangulum major en het os trapezoides os multangulum minor wordt genoemd.
  • Das Kahnbein fährt im Mondenschein im Dreieck um das Erbsenbein. Vieleck groß, Vieleck klein, der Kopf, der muss beim Haken sein: zin waarin alle Duitse namen voor de handwortelbeentjes worden genoemd.
  • 't Bootje voer, 't maantje scheen driehoekig om het erwtebeen, veelhoekig groot, veelhoekig klein, de kop moet bij het haakje zijn: vertaling van de oorspronkelijk Duitse zin.

Bij dieren[bewerken]

De handwortelbeen kent bij sommige gewervelenden een soortgelijke bouw als bij de mens, terwijl bij andere gewervelden bepaalde beenderen afwezig zijn.

Men kan in de onderste van de twee rijen, die aan de kant van het spaakbeen en de ellepijp ligt, van binnen naar buiten de volgende beenderen onderscheiden:

Bij vleeseters, zoals de hond is het os carpi radiale met het os carpi intermedium versmolten.[5] Men spreekt in zo een geval ook van een os carpi intermedioradiale.[4] De handwortelbeenderen kunnen naast de bovenstaande namen, ook dezelfde namen gegeven als die in de nomenclatuur van de mens.[4] Overeenkomstig wordt voor het os carpi intermedioradiale ook de naam os scapholunatum gebruikt.[4] Het os carpi centrale is rudimentair in de vleeseters en versmelt een aantal weken na de geboorte met het os carpi intermedioradiale.[5]

In de bovenste rij, aan de kant van de middenhand, bevinden zich van binnen naar buiten:

Bij herkauwers zijn de ossa carpi II et III versmolten,[5] met het uitblijven van het os carpi I.[5] Het bot dat bestaat uit de ossa carpi II et III wordt ook wel het os trapezoideocapitatum genoemd.[5] Bij het paard is het os carpi I ook vaak afwezig,[5] maar zijn voor de rest de overige zeven handwortelbeentjes aanwezig.[5] Het varken heeft alle acht de handwortelbeentjes, overeenkomend met de mens.[5]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Broek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij.
  2. T.E. Keats, M.W. Anderson, Atlas of normal roentgen variants that may simulate disease., 7th edition, Mosby Inc. 2001, ISBN 0-323-01322-8
  3. R. O'Rahilly. A survey of carpal and tarsal anomalies. J Bone Joint Surg Am. 1953; 35: 626-642
  4. a b c d e f g h i j k l m n International Committees on Veterinary Gross Anatomical Nomenclature, Veterinary Histological Nomenclature, & Veterinary Embryological Nomenclature (1994). Nomina Anatomica Veterinaria together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica Veterinaria. Zürich/Ithaca/New York.
  5. a b c d e f g h i j k l Koch, T., Berg, R., & Heinze, W. (1970). Lehrbuch der Veterinär-Anatomie.Band I. Bewegungsapparat. (2. Auflage). Jena: VEB Gustav Fischer Verlag.