Hanna (bijbel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hanna wordt in de Bijbel genoemd als de vrouw van Elkana en de moeder van Samuël. Zij woonde met haar man in Rama.[1] Jarenlang was zij onvruchtbaar. Bij het jaarlijkse bezoek aan Siloam deed Hanna aan God een belofte: Als zij een zoon van God zou krijgen zou zij deze teruggeven voor de dienst aan God.[2] Een jaar later werd Samuël geboren. Toen hij oud genoeg was bracht Hanna Samuël naar de Priester Eli om hem te helpen bij de tempeldienst.[3] Hierna zong zij haar lofzang. De lofzang van Hanna is niet alleen opgenomen in het Bijbelboek I Samuël, maar ook in het deuterocanonieke boek Oden.

Lofzang van Hanna[bewerken]

"‘Nu juicht mijn hart dankzij de HEER,
fier heft mijn hoofd zich op, dankzij de HEER,
mijn mond spreekt vrijmoedig tegen mijn vijanden,
want dankzij uw hulp beleef ik vreugde.
Geen is er heilig als de HEER,
er is geen andere god dan u,
geen rots is er als onze God.
Gebruik toch geen grote woorden,
blaas niet zo hoog van de toren,
want de HEER is een alwetende God:
door hem worden onze daden gewogen.

De boog van de helden is gebroken,
en wie wankelen weten zich gesterkt.
Die genoeg hadden, verkopen zich voor brood,
en wie hongerden zijn verzadigd.
De onvruchtbare baart zeven zonen,
en wie veel kinderen heeft, verwelkt.
De HEER doet sterven en doet leven,
zendt naar het dodenrijk en leidt eruit omhoog.
De HEER maakt arm en hij maakt rijk,
vernedert diep en heft hoog op.
Hij verheft uit het stof wie berooid is,
uit het vuil tilt hij op wie alles ontbeert.
Hij laat hen wonen bij hooggeplaatsten,
hij houdt een ereplaats voor hen vrij.
Van de HEER zijn de pijlers der aarde
waarop hij de wereld heeft vastgezet.

Die hem trouw zijn, behoedt hij op hun pad,
maar de zondaars komen om in het duister.
Ontoereikend is de menselijke kracht:
wie het opneemt tegen de HEER wordt gebroken,
vanuit de hemel dondert hij hun toe.
De HEER spreekt recht over heel de aarde,
hij geeft macht aan de koning die hij kiest

en verhoogt het aanzien van zijn gezalfde.’"
NBV, I Samuël 2:1-10
Bronnen, noten en/of referenties