Hanns Albin Rauter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johann Baptist Albin Rauter
Hanns Albin Rauter als SS-Brigadeführer
Hanns Albin Rauter als SS-Brigadeführer
Geboren 4 februari 1895
Klagenfurt
Overleden 25 maart 1949
Scheveningen
Begraven staatsgeheim
Land/partij Flag of Austria-Hungary (1869-1918).svg Oostenrijk-Hongarije
]Flag of German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Austria-Hungary War Ensign1918.gif Oostenrijks-Hongaars leger
Gemeinsame Armee
Freikorps Oberland
Balkenkreuz.svg Heer
Dienstjaren 1914 - 1919
1921
1927 - 1945
Rang SS-Obergruppenführer Collar Rank.svg SS-Obergruppenführer
Eenheid Flag Schutzstaffel.svg SS
Leiding over Generalkommissar für das Sicherheitswesen
Höherer SS- und Polizeiführer (HSSPF) der besetzten Niederlande
Slagen/oorlogen Eerste Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog
Onderscheidingen Kruis voor Oorlogsverdienste met Zwaarden

Johann Baptist Albin (Hanns Albin) Rauter (Klagenfurt, 4 februari 1895Scheveningen, 25 maart 1949) was tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland de hoogste vertegenwoordiger van de SS, en als zodanig hoofdverantwoordelijke voor vervolging en onderdrukking van het Nederlandse verzet en medeverantwoordelijke voor de deportatie van de Nederlandse Joden. Na de oorlog werd hij ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.

In de jaren 1940–1945 vervulde Rauter de politieke functie van Generalkommissar für das Sicherheitswesen, in de rang van Höherer SS-und Polizeiführer, in het bezette Nederland. Daarmee was hij één van de voornaamste leiders van het Duits bestuur. Zijn superieuren waren SS-leider Heinrich Himmler en rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart.

Achtergrond[bewerken]

Rauter is een vertegenwoordiger van het tussen de twee wereldoorlogen wijdverbreide type van de extreem-rechtse antisemiet, man-van-de-daad en vechtersbaas. Hij volgde een technische opleiding aan de universiteit van Graz toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak en meldde zich vrijwillig als soldaat. Na afloop van de oorlog nam hij deel aan de Karinthische Vrijheidsstrijd. In 1921 was hij bij een soortgelijke strijd in Opper-Silezië betrokken. In datzelfde jaar was hij tevens medeoprichter van de antisemitische groepering Steirischer Heimatschutz, waarin hij een leidinggevende positie bekleedde.

In 1929 ontmoette Rauter voor de eerste keer Adolf Hitler. De door de nazi's voorgestane rassenleer (die onder meer tot de deportatie van en moord op Joden, Slaven en zigeuners zou leiden) kon geheel op zijn instemming rekenen. In Oostenrijk werkte hij voor de nazi's, maar in 1933 moest hij naar Duitsland uitwijken vanwege onder meer zijn deelname aan een staatsgreep (de zg. Pfrimer-Putsch) die uitging van Freikorps-achtige, paramilitaire groeperingen. Van 1934 tot 1938 was hij belast met illegale hulpverlening aan Oostenrijk; op 27 oktober 1938, na de Anschluss, werd hij voor Wenen lid van de Duitse Rijksdag. Hij trad toe tot de rangen van de SA, maar stapte in 1935 naar de SS over, waar hij binnen enkele jaren de rang van generaal bereikte. Tot 1940 diende hij als stafofficier onder de beruchte Von dem Bach-Zelewski in de Silezische hoofdstad Breslau ("SS-Oberabschnitt Südost"), en was daar betrokken bij anti-Joodse acties. In 1939 werd hij tot SS-Brigadeführer bevorderd (in rang overeenkomend met generaal-majoor).

In 1937 trad Rauter in het huwelijk met een 22 jaar jongere vrouw, een verbintenis waaruit vijf kinderen voortkwamen.

Rol tijdens de oorlog[bewerken]

Na de bezetting van Nederland door nazi-Duitsland werd Rauter op 23 mei 1940 tot "Generalkommissar für das Sicherheitswesen" alsmede tot "Höherer SS- und Polizeiführer Nordwest" benoemd en in 1941 en 1943 tot hogere SS-generaalsrangen bevorderd. Generaal Rauter zette zich vol overtuiging in voor de deportatie van de Joodse Nederlanders naar concentratie- en vernietigingskampen (Juli 1942 - September 1943): "We willen alleen maar genezen worden van deze pest [Qual] en het Joodse vraagstuk moet definitief en totaal worden opgelost".[1] Begin oktober 1943 was hij samen met andere hoge SS-officieren en partijfunctionarissen onder het gehoor van Himmler in Posen, toen deze daar klare taal sprak over de inmiddels al vergevorderde massamoord op de Joden.[2] De hogere SS-omgeving van Rauter hier te lande bestond uit medeplichtigen aan de Jodenmoord. De politieofficier Wilhelm Harster, die het Jodenreferaat in Berlijn (IVB4) vertegenwoordigde, droeg hoogstwaarschijnlijk kennis van de besluiten van de Wannseeconferentie (begin 1942); ook nazi-massamoordenaars met wie Rauter na de grote deportatiegolven richting Westerbork nauw samenwerkte (zoals Karl Eberhard Schöngarth en Erich Naumann) waren geheel op de hoogte van wat er in "het Oosten" gaande was.

Daarnaast droeg hij verantwoordelijkheid voor de bestrijding van het Nederlandse verzet en de verplichte tewerkstelling van ongeveer vijfhonderdduizend Nederlandse mannen in Duitsland. Hij werd berucht door het bloedig neerslaan van de Februaristaking. Op 26 februari 1941 werd deze staking door de SS neergeslagen onder het uitroepen van de noodtoestand en het toepassen van het standrecht. Als hoogste politiechef in Nederland was het eveneens Rauters taak de Nederlandse politie om te vormen tot een voor de doeleinden van nazi-Duitsland efficiënt instrument. Daartoe voerde Rauter een centralisatie door waarbij de diverse politieonderdelen onder een eenhoofdige leiding kwamen te staan. Deze centralisatie heeft de Nederlandse overheid na afloop van de oorlog intact gelaten omdat men anders weer zou worden geconfronteerd met de oude verdeeldheid en de problemen die deze met zich mee had gebracht.

Aanslagen op Rauter en wraaknemingen daarvoor[bewerken]

Putten[bewerken]

In de nacht van 30 september op 1 oktober 1944 beschoten leden van de Puttense verzetsbeweging bij de Oldenallerbrug tussen Putten en Nijkerk een auto van de Wehrmacht, omdat ze dachten dat Rauter erin zou zitten. Bij het vuurgevecht kwam een Duitse officier om het leven, twee van de inzittenden – korporaals – wisten te vluchten en een andere officier vluchtte zwaargewond naar een nabijgelegen boerderij, van waaruit hij ook de Duitsers inlichtte. Rauter zat niet in de auto. Als wraak werd op 2 oktober 1944 door de Duitse bezetters een razzia in het dorp Putten uitgevoerd, waarbij 661 mannen en jongens (nagenoeg de volledige mannelijke beroepsbevolking) naar diverse concentratiekampen werden afgevoerd; liefst 540 van hen kwamen daarin om.

Woeste Hoeve[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Aanslag op Hanns Rauter voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de nacht van 6 op 7 maart 1945 werd Rauters auto bij de Woeste Hoeve op de Veluwe aangehouden door een Nederlandse verzetsgroep die uit was op een Duitse vrachtwagen. Rauter overleefde de schietpartij die ontstond, zij het dat hij flink gewond was geraakt – onder meer in zijn gezicht – en blijvende littekens zou houden. Als represaille werden op 8 maart 117 gevangenen bij de Woeste Hoeve geëxecuteerd, 59 in Amsterdam, 50 in kamp Amersfoort, 38 op de Waalsdorpervlakte en op 12 maart nog eens 40 in Rotterdam. Ook op enkele andere plaatsen vonden executies plaats, tot een totaal aantal van ongeveer 300. Er bevonden zich betrekkelijk veel communistische verzetsmensen onder de geëxecuteerden.

Berechting en executie[bewerken]

Verdediger mr. K.T.M. van Rijckevorsel tijdens zijn pleidooi in de zaak van Rauter.

Het proces tegen Rauter vond op 1, 2, 3 en 22 april 1948 plaats in het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag in het voormalig paleis aan de Kneuterdijk. De voorzitter van het hof was jhr. mr. P.G.M. van Meeuwen, de procureur-fiscaal mr. J. Zaayer en de verdediger mr. K. van Rijckevorsel. In uniform zonder distinctieven luisterde Rauter in de afgeladen rechtszaal naar getuigen, zoals de voormalige chef van de Duitse contraspionage in Nederland, J. Schreieder (bekend van het Englandspiel), en de voormalige tweede man en hoofd propaganda van de NSB, C. van Geelkerken. De procureur-fiscaal mr. Zaayer las aan het begin van de zitting de tenlastelegging voor en eiste tenslotte de doodstraf.[3] Op 3 mei 1948 werd hij voor zijn wandaden door het Bijzonder Gerechtshof ter dood veroordeeld. Dit werd op 12 januari 1949 in hoger beroep bevestigd.

Van het proces tegen Rauter werd een filmverslag gemaakt. Hierin is te zien dat Rauter niet vond dat hij zich schuldig had gemaakt aan oorlogsmisdaden, zelfs niet toen hij zijn geweten had onderzocht. Dit bleek ook uit een interview dat de historicus J. Presser, kort na het vonnis, met hem had over de Jodenvervolging;[4] citaat:

Aanhalingsteken openen

In hartstochtelijke bewoordingen, min of meer een herhaling van de betuigingen tijdens zijn proces, verwierp hij alle medewetenschap; ook toen riep hij uit, dat hij als generaal liever de epauletten van zijn schouders had gerukt dan tot die massamoord mede te werken; tijdens dit proces had hij zich maar één straf voor zulk een misdaad kunnen indenken: "auf dem Scheiterhaufen lebendig verbrannt zu werden" (op de brandstapel levend te worden verbrand). Maar dan herleest men weer de teksten van brieven en redevoeringen van deze man, ook van brieven tot hem gericht, van redevoeringen, door hem aangehoord, alles uit de tijd, waarin hijzelf, zijn meerderen en zijn minderen, zich nog konden laten gaan, omdat de zekerheid der overwinning al bij voorbaat alle verantwoording overbodig en alle verantwoordelijkheid onvoelbaar maakte, men stelt zich dat alles voor ogen en laat daar achter die vele tienduizenden wegtrekken naar de verschrikkelijke dood, die hen, mannen, vrouwen, kinderen wachtte.

Aanhalingsteken sluiten

Op 25 maart 1949 werd Hanns Albin Rauter op 54-jarige leeftijd nabij Scheveningen gefusilleerd. De Zeeuwse verzetsstrijder Christiaan Wisse kreeg de eervolle opdracht om Rauter 'ongeboeid' van de Strafgevangenis te Scheveningen naar de plaats van executie te begeleiden, waar het vonnis om 6.30 uur in de vroege vrijdagmorgen werd voltrokken. De plaats waar zijn lichaam ligt begraven is staatsgeheim.

Militaire loopbaan[bewerken]

Registratienummer[bewerken]

  • SS-nr.: 262958

Decoraties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Toespraak maart 1943, Presser 1965 I: 348
  2. Dick de Milt en Joggli Meihuizen, 'Unser Land muss tief gesunken sein: Die Aburteilung deutscher Kriegsverbrecher in den Niederlanden', in Norbert Frei ed., Transnationale Vergangenheitspolitik, Göttingen: Wallstein Verlag 2006, p. 302
  3. Doodstraf voor Rauter. Het Vrije Volk. De Arbeiderspers (4 mei 1948) Geraadpleegd op 17 augustus 2013 Vermeld als Hans Alwin Rauter.
  4. Dr. J. Presser, Ondergang, p. 145