Hans-Dietrich Genscher

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hans-Dietrich Genscher, 1978
Hans-Dietrich Genscher, 2007

Hans-Dietrich Genscher (Reideburg, 21 maart 1927) is een Duits liberaal politicus.

Achtergrond en opleiding[bewerken]

Genscher werd geboren in Reideburg (tegenwoordig behorend tot de gemeente Saalkreis) nabij Halle. Op jonge leeftijd sloot hij zich aan bij de Hitlerjugend. In 1943 nam hij dienst bij de Luftwaffe, maar in 1944 werd hij overgeplaatst naar de Reichsarbeitsdienst. In 1945 werd hij Wehrmacht-militair. In datzelfde jaar werd hij lid van de NSDAP. Na de oorlog werkte hij korte tijd als arbeider en sloot zich in 1946 aan bij de liberale partij LDPD (Liberaal-Democratische Partij van Duitsland) in de Sovjet-bezettingszone.

Vanaf 1949 studeerde Genscher rechten in Halle, later in Leipzig. In 1952 vluchtte hij naar de Bondsrepubliek Duitsland en vervolgde daar zijn rechten studie. Hij deed in 1954 zijn tweede staatsexamen in de rechten in Hamburg.

Binnenlandse Zaken[bewerken]

Genscher was sinds 1952 lid van de West-Duitse liberale Freie Demokratische Partei (FDP). Hij was fractiemedewerker in Bonn en partijsecretaris, en werd in 1965 in de Bondsdag gekozen. In 1969 werd hij minister van Binnenlandse Zaken onder bondskanselier Willy Brandt (SPD). In die functie, die hij tot 1974 bekleedde, was hij verantwoordelijk voor de maatregelen die tegen de Baader-Meinhoffgroep werden genomen (1972).

Buitenlandse Zaken[bewerken]

Onder bondskanselier Helmut Schmidt (1974-1982) diende Genscher als minister van Buitenlandse Zaken en vicekanselier. Op 1 oktober 1974 volgde hij Walter Scheel ook op als voorzitter van de FDP. Tijdens een coalitiecrisis in het najaar van 1982 traden de FDP-ministers uit de regering en sloot Genscher een akkoord met oppositieleider Helmut Kohl van de CDU (Christelijk-Democratische Unie). Na een motie van wantrouwen van de CDU en de FDP werd Kohl bondskanselier (1 oktober 1982) en keerde Genscher in het kabinet terug als minister van Buitenlandse Zaken en vicekanselier.

Genscher en bondsdkanselier Kohl voerde een buitenlandpolitiek gericht op verbetering van de betrekkingen met de Duitse Democratische Republiek, in feite een voortzetting van de Nieuwe Ostpolitik. In 1988 bezocht Genscher Lech Wałęsa en sprak hij zijn steun uit voor de hervormingspolitiek in zowel Polen als Hongarije.

Rede vanaf het balkon van de Duitse ambassade in Praag[bewerken]

George Bush sr. / Hans-Dietrich Genscher

In de zomer van 1989 gingen veel Oost-Duitsers naar Hongarije en Tsjechoslowakije. In Praag, de Tsjechoslowaakse hoofdstad, zochten veel van hen asiel in de tuin van de West-Duitse ambassade. In september werd het zo druk in en rond de West-Duitse ambassade dat Genscher met de Oost-Duitse minister van Buitenlandse Zaken Oskar Fischer overeen kwam dat Oost-Duitsers bij de West-Duitse ambassade naar de Bondsrepubliek mochten vertrekken (de enige eis van de DDR-regering was dat de vluchtelingen over Oost-Duits grondgebied naar de Bondsrepubliek moesten reizen). Op 30 september 1989, tijdens een memorabele toespraak vanaf het balkon van de West-Duitse ambassade in Praag, vertelde Genscher persoonlijk het goede nieuws aan de aldaar verblijvende Oost-Duitsers. [1]

Na de Duitse Hereniging in oktober 1990 was Genscher nog tot 1992 minister van Buitenlandse Zaken en vicekanselier van het verenigde Duitsland. In 1991 speelde hij een sleutelrol tijdens de Duitse erkenning van de soevereiniteit van de ex-Joegoslavische republieken Slovenië en Kroatië. In 1992 werd hij door Klaus Kinkel (eveneens van de FDP) opgevolgd.

Zie ook[bewerken]