Hans Clevers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikipedia. Mogelijk is ook de spelling of het taalgebruik niet in orde. Men wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.

Johannes Carolus (Hans) Clevers (Eindhoven, 27 maart 1957) is geneticus en arts en is president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Hij is als hoogleraar verbonden aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

Biografie[bewerken]

Hans Clevers studeerde geneeskunde en biologie en promoveerde in 1985 aan de Universiteit Utrecht. Daarna werkte hij als post-doc aan Harvard University. In 1991 werd Clevers hoogleraar immunologie aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Hij deed baanbrekend onderzoek naar het ontstaan van darmkanker. Sinds 2002 is hij hoogleraar moleculaire genetica aan het UMC Utrecht.

Van 2002 tot 2012 was Hans Clevers directeur van het Hubrecht Instituut voor Ontwikkelingsbiologie en Stamcelonderzoek van de KNAW, waar hij tot en met mei 2012 de onderzoeksgroep WNT Signaling and Cancer leidde. De wetenschapper ontdekte dat er vele overeenkomsten bestaan tussen de normale vernieuwing van darmweefsel en het ontstaan van darmkanker. In 2007 kreeg hij een subsidie van twee miljoen euro van KWF Kankerbestrijding voor fundamenteel onderzoek naar de functie van stamcellen in de normale darm en bij darmkanker.

Hans Clevers is sinds 2000 lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Hij is per 1 juni 2012 de opvolger van Robbert Dijkgraaf als president van de KNAW. Onder zijn leiding ontstond bij de KNAW in 2014 de Akademie van Kunsten. Om belangenconflicten te voorkomen is Clevers teruggetreden als directeur van het Hubrecht Instituut en zet hij zijn onderzoekswerk voor twee dagen per week voort aan het UMC-U. Daarnaast is Clevers honorary professor aan de Central South University in Changsha, Hunan, China.

Clevers heeft een tiental patenten op zijn naam staan en was betrokken bij de oprichting van de biotechnologiebedrijven Ubisys (CEO: Ton Logtenberg, Ubisys fuseerde later met Introgene tot Crucell), Semaia Pharmaceuticals (overgenomen door Hybrigenics SA) en Agamyxis BV. Hij was tot 2012 ook wetenschappelijk adviseur van investeringsmaatschappijen Life Science Partners en Aglaia Biomedical Ventures en van Eclipse Therapeutics in San Diego.

De wetenschapper ontving diverse, prestigieuze prijzen en onderscheidingen en werd benoemd tot Chevalier in het Franse Legion d'Honneur en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Onderscheidingen[bewerken]

Clevers ontving talrijke onderscheidingen voor zijn onderzoek:

  • 2000: Catharijne-prize for medical science (Catharijneprijs voor medisch wetenschappelijk onderzoek)
  • 2001: Award from the European Society for Clinical Investigation
  • 2001: Spinozapremie
  • 2004: Louis-Jeantet Prijs voor geneeskunde
  • 2005: benoemd tot “Chevalier de la Legion d'Honneur”
  • 2005: Katharine Berkan Judd Prijs en de Science and Society Prijs
  • 2006: Rabbi Shai Shacknai Memorial Prijs voor Immunologie en Kankeronderzoek
  • 2008: Josephine Nefkens Prijs voor Kankeronderzoek (Erasmus MC Rotterdam) en de Meyenburg Cancer Research Prijs
  • 2009: Dutch Cancer Society Award (Koningin Wilhelmina Onderzoeksprijs)
  • 2010: United European Gastroenterology Federation (UEGF) Research Priz
  • 2011: Ernst Jung-Preis für Medizin, de Association pour la Recherche sur le Cancer (ARC) en de Kolff-prijs
  • 2012: Léopold Griffuel Prijs
  • 2012: William Beaumont prize of the American Gastroenterology Association
  • 2012: Heinekenprijs voor de Geneeskunde
  • 2012: benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
  • 2013: Breakthrough Prize in Life Sciences

Belangrijkste publicaties[bewerken]

Clevers heeft meer dan 350 publicaties op zijn naam staan die gezamenlijk meer dan 36.000 keer geciteerd zijn. Zijn h-index is 93. Enkele van zijn belangrijkste publicaties zijn:

  • M. van de Wetering e.a., Identification and cloning of TCF-1, a T cell-specific transcription factor containing a sequence-specific HMG box. EMBO J. 10:123-132 (1991)
  • M. Molenaar e.a., Xtcf-3 Transcription factor mediates beta-catenin-induced axis formation in xenopus embryos. Cell 86: 391-399 (1996)
  • V. Korinek e.a., Constitutive Transcriptional Activation by a beta-catenin-Tcf complex in APC-/- Colon Carcinoma. Science 275: 1784-1787 (1997)
  • V. Korinek e.a., Depletion of epithelial stem cell compartments in the small intestine of mice lacking Tcf 4. Nat Genet 19: 379 383 (1998)
  • M. van de Wetering, The beta catenin/TCF4 complex imposes a crypt progenitor phenotype on colorectal cancer cells. Cell 111: 241-250 (2002)
  • N. Barker, Identification of stem cells in small intestine and colon by the marker gene LGR5. Nature 449: 1003-1007 (2007)
  • T. Sato e.a., Single lgr5 gut stem cells build crypt-villus structures in vitro without a stromal niche. Nature 459 :262-265 (2009)
  • J. Snippert e.a., Intestinal Crypt Homeostasis results from Neutral Competition between Symmetrically Dividing Lgr5 Stem Cells. Cell 143:134-44 (2010)
  • T. Sato e.a., Paneth cells constitute the niche for Lgr5 stem cells in intestinal crypts. Nature 469: 415-418 (2011)
  • W. de Lau e.a., Lgr5 homologues associate with Wnt receptors and mediate R-spondin signalling. Nature 476: 293-297 (2011)
  • Li e.a., 'Wnt signaling inhibits proteasomal β-catenin degradation within a compositionally intact Axin1 complex', Cell 2012 (in press)
Bronnen, noten en/of referenties