Hans de Koster

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hans de Koster
Hans de Koster in 1972
Hans de Koster in 1972
Algemene informatie
Naam Henri Johan (Hans) de Koster
Geboren Leiden, 5 november 1914
Overleden Wassenaar, 24 november 1992
Partij VVD
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Henri Johan (Hans) de Koster (Leiden, 5 november 1914 - Wassenaar, 24 november 1992) was een Nederlands politicus.

Voor de oorlog[bewerken]

Hans de Koster deed eindexamen HBS-b en behaalde zijn kandidaats economie in Amsterdam. Daarna vervolgde hij zijn studie in het buitenland.

Oorlogsjaren[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog leidde Hans de Koster de spionagegroep Peggy. Hij had toen al goede introducties bij de hoge ambtenaren. Van hen moesten de rapporten komen op basis waarvan de Nederlandse regering in Engeland haar voorbereidingen kon treffen voor hulp aan de bevolking en voor herstel van de infrastructuur. Hem werd een eigen agent toegestuurd. Dit was Jhr mr Rob de Brauw, schuilnaam Pijpekop. Hij had geen marconistenopleiding gedaan maar hij had een S-phone bij zich waarmee hij kon spreken met een vliegtuig boven zee. De bedoeling van een S-phone is dat hij geen grondgolf uitzendt en daardoor niet gepeild kon worden. Toch werd Pijpekop op 14 oktober 1944 gearresteerd. Hij kwam in een concentratiekamp terecht. Hij werd geëvacueerd met een Duits schip, dat op de Oostzee door Engelsen op 5 mei 1945 werd gebombardeerd.

Hans de Koster was bevriend met de koninklijke familie en in het bijzonder met Prins Bernhard.

Na de oorlog[bewerken]

Hans de Koster werkte al voor de oorlog bij De Koster & Co in Leiden, een meelfabriek die sinds 1928 N.V. De Sleutels heette. In 1946 werd hij directeur, net als zijn grootvader al was geweest. In 1964 werd De Sleutels overgenomen door Meneba, waarna de Koster nog drie jaar bestuurslid bleef.

1972: Van links naar rechts mr H.J. de Koster, premier mr B.M. Biesheuvel, H.J. Neuman (KVP, Nederlands Instituut voor Vredesvraagstukken), mr K.T.M. van Rijckevorsel en F.J. Goedhart (Pvda)

In het kabinet-De Jong (1967-1971) was hij staatssecretaris van Buitenlandse Zaken namens de VVD. Daarna was hij minister van Defensie in de kabinetten Biesheuvel I (1971-1972) en Biesheuvel II (1972-1973).

In 1972 was de presentatie van het rapport van de Commissie-Van Rijckevorsel waarin een aantal voorstellen werden gedaan rond het Nederlands leger; sterke inkrimping van de landmacht, overhevelen luchtmachttaken naar Navo-partners, aanleg van een oefenterrein bij Ter Apel en de eerste aanzet voor een 'vrijwilligersleger' (beroepsmacht).

Na zijn periode als minister was hij Tweede Kamerlid en woordvoerder buitenlandse zaken van de VVD-fractie (1973-1977) en van 1977 tot 1980 was hij lid van de Eerste Kamer. Tussen 1978 tot 1981 was hij voorzitter van de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa.

Uit zijn in 2005 vrijgegeven persoonlijk archief is gebleken dat hij in juni 1975 de vertrouwelijkheid van de besloten vaste Tweede Kamercommissie voor Defensie heeft doorbroken en de prins heeft geïnformeerd over de ontwikkelingen. Ook wist hij door middel van een filibuster tijdens een zitting van de commissie een onderzoek naar de prins te voorkomen.[1]

Onderscheidingen[bewerken]

Voorganger:
W. (Willem) den Toom
Minister van Defensie
1971-1973
Opvolger:
H. (Henk) Vredeling
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Briefwisseling Bernhard en oud-minister openbaar NRC.nl, geraadpleegd op 2 februari 2014