Hardheidsschaal van Mohs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De hardheidsschaal van Mohs is een schaal van 1 tot 10, die de relatieve hardheid van een mineraal aangeeft. De hardheid kan bepaald worden met een sclerometer. De schaal werd ontwikkeld door Friedrich Mohs. Hardheid valt te bepalen door te zien welke stof de andere een kras kan toebrengen. De hoogste waarde is 10, die wordt toegekend aan diamant. Met een diamant kan dus iedere andere stof gekrast worden. Boorcarbide bijvoorbeeld is iets zachter dan diamant, maar harder dan alle volgende vaste stoffen, het heeft een hardheid van 9,8. Mohs selecteerde tien welbekende mineralen voor zijn schaal, maar bij latere metingen bleek dat zijn schaal niet lineair is. Men kan namelijk in een laboratorium ook een absolute hardheid bepalen.

Gedenktafel voor Friedrich Mohs in Wenen, Oostenrijk

Hoewel de hardheidsschaal empirisch is, is hij van groot belang tijdens veldwerk aan mineralen. Het is een van de hulpmiddelen om mineralen te identificeren, zonder een beroep te moeten doen op analyse achteraf in een laboratorium.

Mohs' hardheidschaal[bewerken]

Mohs Hardheid Mineraal Molecuulformule Absolute Hardheid Krasinformatie
1 Talk Mg3Si4O10(OH)2 1 Het zachtste mineraal. Met elk van de andere krasbaar
2 Gips CaSO4·2H2O 2 Krasbaar met een vingernagel
3 Calciet CaCO3 9 Met een koperen munt krasbaar, met een stalen mes zeer goed snijdbaar
4 Fluoriet CaF2 21 Met een mes enigszins krasbaar
5 Apatiet Ca5(PO4)3(OH-,Cl-,F-) 48 Met een mes nog krasbaar
6 Orthoklaas KAlSi3O8 72 Met een mes nauwelijks, met een stalen vijl enigszins krasbaar
7 Kwarts SiO2 100 Krast glas, staal, koper en de meeste andere stoffen
8 Topaas Al2SiO4(OH-,F-)2 200 Krast kwarts
9 Korund Al2O3 400 Krast topaas
10 Diamant C 1600 De hardste van alle bekende natuurlijke stoffen. Kan enkel gekrast worden met diamant

[bron?]

Metalen en andere mineralen[bewerken]

Mohs Hardheid Metaal of mineraal
0,2–0,3 cesium, rubidium
0,5–0,6 lithium, natrium, kalium
1 talk
1,5 gallium, strontium, indium, tin, barium, thallium, lood, grafiet
2 hexagonaal boornitride,[1] calcium, seleen, cadmium, zwavel, telluur, bismut
2,5-3 magnesium, goud, zilver, aluminium, zink, lanthaan, cerium, git
3 calciet, koper, arseen, antimoon, thorium, dentine
4 fluoriet, ijzer, nikkel
4-4,5 platina, staal
5 apatiet, kobalt, zirkonium, palladium, tandglazuur, obsidiaan (vulkanisch glas)
5,5 beryllium, molybdeen, hafnium
6 orthoklaas, titanium, mangaan, germanium, niobium, rhodium, uranium
6-7 glas, fused quartz, pyriet, silicium, ruthenium, iridium, tantaal, opaal
7 osmium, kwarts, rhenium, vanadium
7,5-8 smaragd, gehard staal, wolfraam, spinel
8 topaas
8,5 chrysoberyl, chroom, siliciumnitride, tantaalcarbide, zirkonia
9–9,5 korund, siliciumcarbide (carborundum), wolfraamcarbide, titaniumcarbide
9,5–10 boor, boornitride, rheniumdiboride, titaniumdiboride, stishoviet (hogedrukpolymorf van kwarts)
10 diamant
>10 nanokristallijn diamant (hyperdiamant, ultrahard fulleriet)
Bronnen, noten en/of referenties
  1. L. I. berger "semiconductor materials" CRC press, 1996 ISBN 0-8493-8912-7, p. 126