Harold II van Engeland
| Harold II | ||
| 1020-1066 | ||
![]() |
||
| Graaf van Wessex | ||
| Periode | 1053–1066 | |
| Voorganger | Godwin | |
| Opvolger | William de Veroveraar | |
| Koning van Engeland | ||
| Periode | 1066 | |
| Voorganger | Eduard de Belijder | |
| Opvolger | Willem de Veroveraar (Edgar Ætheling) |
|
| Vader | Godwin van Wessex | |
| Moeder | Gytha Thorkelsdóttir | |
Harold II Godwinson (Wessex, 1020 - Battle (East Sussex), 14 oktober 1066) was de laatste Saksische koning van Engeland (6 januari 1066 - 14 oktober 1066). Hij was de zoon van Godwin, graaf van Wessex, en diens tweede vrouw Gytha, de zuster van koning Sweyn I van Denemarken en Engeland. Godwin had onder het koningschap van Eduard de Belijder in feite het gezag over Engeland. Harold erfde de positie van zijn vader.
In 1045 werd hij graaf van East Anglia. In 1051 vergezelde hij zijn vader in diens ballingschap en hielp hem een jaar later zijn positie te herstellen. Toen Godwin in 1053 stierf volgde Harold hem op als graaf van Wessex (een gebied dat destijds een derde van Engeland besloeg). Hiermee werd hij na de koning de machtigste man in het land.
In 1058 werd hij ook graaf van Hereford en werd hij, evenals zijn vader, leider van de oppositie tegen de toenemende Normandische invloed onder het herstelde Saksische koningschap van Eduard de Belijder, die meer dan 25 jaar in ballingschap in Normandië had geleefd.
Rond 1064 trouwde hij met Edith, de dochter van de graaf van Mercia en de voormalige echtgenote van de door hem bestreden Welshe leider Gruffydd ap Llywelyn. Zij kregen twee zoons, Harold en Ulf, van wie verder weinig bekend is.
Toen Eduard op 5 januari 1066 stierf, maakte Harold aanspraak op de troon, die hem door Eduard op zijn sterfbed beloofd zou zijn. Een dag later werd hij gekroond.
De Normandische hertog Willem echter, deed ook aanspraken op de troon gelden, die hem al in 1052 door Eduard toegezegd zou zijn en ook nog eens door Harold zelf, toen hij in 1064 door een schipbreuk in handen was gevallen van Willem waarbij hij had moeten zweren diens rechten op de troon te erkennen. In feite was het zo gebeurd: In 1064 worstelt het schip van prins Harold tijdens een zware storm op Het Kanaal tegen de beukende golven. Ze krijgen lekken en laten het schip op de kust te pletter lopen, bij Ponthieu. Ponthieu was een vroeger gewest, in Normandië, aan de riviergrens de Somme, met Vlaanderen. Ponthieu lag aan de linkeroever van de Sommemonding bij Saint-Valery-sur-Somme, thans bestaat het niet meer. Graaf Guy de Ponthieu doet 's anderendaags, samen met enkele gezellen, zijn inspectietocht in de duinen en ziet de gestrande schipbreukelingen en een scheepswrak. Even later worden ze verhoord en de graaf ontdekt zo dat prins Harold, die recht heeft op de Engelse kroon, voor hem staat. Guy de Ponthieu levert hem uit aan zijn leenheer, hertog Willem van Normandië. Hertog Willem was de bastaardzoon van Robert de Duivel, die in 1035 in het Heilig Land sneuvelde. Koning Eduard de Belijder van Engeland en neef van Willem van Normandië, had de kroon toegezegd aan Willem, als hij kwam te overlijden. De Engelse troon was volgens erfrecht aan Willem besteed. Prins Harold, die bij Willem van Normandië gevangen zat, moest een eed afleggen de kroon van Engeland niét op te eisen. Twee jaar na deze eed aan Willem liet Harold zich toch kronen, nadat koning Eduard de Belijder in 1066 gestorven was. Vandaar dat de Normandische hertog in september Engeland binnenviel. Inmiddels was ook Harald III van Noorwegen (Harald Hardrada) Engeland in september 1066 binnengevallen in Yorkshire en versloeg daar de graven Edwin van Mercia en Morcar van Northumbria in de Slag van Fullford (nabij York). Vijf dagen later sloeg Harolds leger genadeloos terug in de Slag van Stamford Bridge.
Harold trok vervolgens met zijn leger naar het zuiden om de strijd aan te vatten tegen Willem, die op 28 september met 7000 man was geland in Sussex. De legers troffen elkaar op 14 oktober in de Slag bij Hastings. Tijdens hevige gevechten kreeg Harold mogelijk een pijl in zijn rechteroog, maar bleef op zijn paard zitten, terwijl hij gruwelijk leed. Hij deed dit om het moreel hoog te houden bij zijn soldaten. Op het Tapijt van Bayeux staat mogelijk een figuur met een pijl in het oog, maar het kan ook zijn dat de figuur een speer vast houdt.[1] Erbij staat wel Harolds naam, maar historici zijn verdeeld over of dat gaat over de figuur met de speer/pijl of over de figuur ernaast (die door een paard vertrappeld wordt). Uiteindelijk werd hij door Normandische edelen gedood, waaronder Eustaas II van Boulogne.
Hiermee eindigde het tijdperk van de Angel-Saksische koningen en begon het leiderschap van de Normandiërs onder koning Willem I.
Bronnen, noten en/of referenties
|
