Harry Elte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Harry Elte (geboren als Hartog Elte te Amsterdam, 3 september 1880 - Theresienstadt, 1 april 1944) was een Nederlands architect, in de literatuur vaak Harry Elte Phzn genoemd; Phzn betekent 'Philip's zoon'. Zijn werk kan gerekend worden tot de Amsterdamse School.

Inhoud

[bewerken] Levensloop

Elte was afkomstig uit een orthodox-joods gezin en was als architect vooral werkzaam ten behoeve van Joodse opdrachtgevers, met name in Amsterdam. Tenminste 88 van zijn ontwerpen werden daadwerkelijk uitgevoerd; hiervan bestaat nog ongeveer de helft. Zijn belangrijkste werk is de synagoge aan het Jacob Obrechtplein in Amsterdam.

Amsterdam: Raw Aron Schuster Synagoge

Elte groeide op in de Amsterdamse Jodenbuurt. Zijn vader Philip Elte was godsdienstleraar en hoofdredacteur van het Nieuw Israelietisch Weekblad. Harry bezocht de ambachtschool waar hij het diploma van meubelmaker behaalde. Later richtte hij zich op de bouwkunde en volgde 's avonds een opleiding tot tekenaar. Hierna werkte hij bij verschillende architecten. Van 1899 tot 1909 was hij in dienst van zijn leermeester H.P. Berlage. Daarna ging hij werken als zelfstandig architect. Hij werkte aanvankelijk in een strakke art-nouveaustijl waarin de invloed van Berlage duidelijk herkenbaar was, maar ook die van Frank Lloyd Wright.

Elte vestigde zijn naam in 1912 met het ontwerp voor een voetbalstadion, waarmee hij een prijsvraag won. Dit stadion stond in de buurt van het huidige Olympisch Stadion, en werd na de Olympische Spelen van 1928 afgebroken om plaats te maken voor woningbouw. De Stadionbuurt is vernoemd naar het stadion van Elte en niet dat van Jan Wils.

Vanaf 1907 was Elte architect bij de Portugees-Israëlitische Gemeente. In 1912 werd hij architect bij het Nederlandsch Israelitisch Armbestuur. Vanaf 1913 was Elte actief lid van de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars 'de Onafhankelijken', waarvan hij in 1915 voorzitter werd.

Vanaf 1915 werkte Elte samen met de architect Gerard Mastenbroek. In 1920 ging de samenwerking aan ruzies ten onder. Elte ging hierna zelfstandig verder en profiteerde van de relatieve welvaart die Nederland toen doormaakte waardoor steeds meer Amsterdamse Joden de Jodenbuurt verlieten en zich elders vestigden.

Na enkele belangrijke opdrachten voor de joodse gemeentes te Amsterdam en Den Haag, waaronder twee ziekenhuizen, werd Elte in 1925 benoemd tot architect van de Nederlandsch-Israëlietische Hoofdsynagoge te Amsterdam. In deze hoedanigheid ontwierp hij onder meer de Raw Aron Schuster synagoge uit 1927, in het nieuwe stadsdeel Zuid. Deze synagoge, waarbij de buitenkant invloeden van Frank Lloyd Wright en Dudok vertoonde terwijl het interieur in de vormen van de Amsterdamse School, werd zijn belangrijkste werk en is inmiddels een Rijksmonument. Hierna volgden nog meerdere opdrachten voor enkele synagogen in en buiten Amsterdam, zowel nieuwbouw als restauraties. Bovendien ontwierp hij meubels. Hiervoor stichtte hij in 1929 een aparte firma, het Atelier voor Binnenarchitectuur en Sierkunst.

Elte heeft ook een aantal villa's in Het Gooi ontworpen, in Blaricum en Huizen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd vanwege de Jodenvervolging hem het werken onmogelijk gemaakt. Vanaf 1 mei 1941 werd het Joden door de Duitse bezetters verboden vrije beroepen uit te oefenen ten behoeve van niet-Joden. Elte werd gedwongen de leiding van zijn meubelmakerij over te laten aan een bewindvoerder, die het bedrijf in 1944 liquideerde. Bouwopdrachten kreeg Elte niet meer. Vanaf 10 september 1942 was Elte gevangene in Kamp Westerbork, waar hij een functie kreeg bij de bouwtechnische dienst. Op 25 februari 1944 werd hij gedeporteerd naar Theresienstadt. Hier overleed hij op 1 april van dat jaar, waarschijnlijk aan een longontsteking.

Er is door de vervolging geen archief van Elte overgebleven.

[bewerken] Privé-omstandigheden

De vader van Harry, Philip Elte (Amsterdam 16 maart 1844 - 9 augustus 1918) was hoofdredacteur van het Nieuw Israelitisch Weekblad. Zijn moeder was Sara Elisabeth Nijburg (Amsterdam 14 juli 1850 - 15 november 1920). Hartog Elte werd geboren aan de Nieuwe Herengracht en groeide op in de buurt rond het Waterlooplein. Hij was het vijfde kind van in totaal zeven. In 1921, na het overlijden van zijn ouders, veranderde Elte zijn voornaam Hartog in Harry.

In 1919 ontwierp Elte voor zijn ouders twee grafstenen. Deze staan op de Joodse begraafplaats in Muiderberg.

Elte is twee keer gehuwd geweest. Zijn zoon Philip uit zijn eerste huwelijk met Sara van Beever heeft de Tweede Wereldoorlog overleefd. Zijn tweede huwelijk bleef kinderloos. In februari 1941 woonde Elte in Stadionweg 44 huis te Amsterdam.

De tweede echtgenote van Elte, Elisabeth Speijer, geboren op 24 december 1896 te Amsterdam, werd vermoord in Auschwitz op 14 oktober 1944. Elisabeth was de dochter van Hartog Speijer, koopman in sponzen en zeemleer, en van Eva van Kamerik.

[bewerken] Na zijn overlijden

In 2001 publiceerde L. van Grieken, P.D. Meijer en A. Ringer een biografie, getiteld Harry Elte PHzn. (1880-1944) architect van de joodse gemeenschap tijdens het interbellum.

[bewerken] Werken

Utrecht: synagoge

Een selectie:

  • 1912 Amsterdam: stadion
  • 1923 Den Haag: synagoge
  • 1923 Amsterdam: verpleeghuis De Joodsche Invalide
  • 1925 Utrecht: synagoge
  • 1926 Amstelveen: woningcomplex Keizer Karelpark
  • 1926 Amersfoort: synagoge
  • 1927 Amsterdam: Raw Aron Schuster Synagoge
  • 1928 Den Helder: synagoge
  • 1928 Amsterdam: eigen woonhuis Stadionweg 44

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken
in andere talen