Harry Nyquist

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Harry Nyquist (Nilsby, 7 februari 1889Harlingen, 4 april 1976) was een Zweeds elektrotechnicus die van groot belang is geweest voor de ontwikkeling van de informatietheorie. Hij heeft belangrijk werk verricht op het terrein van onder andere thermische ruis en het digitaliseren van signalen (het bemonsteringstheorema van Nyquist-Shannon); zie ook ADC.

Harry Nyquist werd geboren in Nilsby in Zweden. Hij emigreerde rond zijn 18e naar de Verenigde Staten waar hij tussen 1912 en 1915 aan de Universiteit van North Dakota een B.Sc. en M.Sc. in de elektrotechniek haalde. In 1917 promoveerde hij aan Yale University. Daarna werkte hij bij AT&T tot 1934. In die tijd werkte hij aan telegrafie en de voorloper van de fax. In deze periode kwam hij tot zijn stelling dat een signaal met twee maal de maximale frequentie bemonsterd moet worden om geen informatieverlies te krijgen. In 1934 wisselde hij van baan en ging bij Bell Laboratories werken. Daar deed hij onderzoek aan thermische ruis ("Johnson-Nyquist ruis") en aan stabiliteitscriteria van teruggekoppelde versterkers, het "Nyquist-criterium". Zijn onderzoek aan de voor het verzenden van informatie benodigde bandbreedte legde de fundamenten voor het latere werk van Claude Shannon dat culmineerde in het ontstaan van de informatietheorie. Nyquist verliet Bell Labs in 1954 waarna hij nog geruime tijd als parttime consultant voor onder andere het ministerie van defensie werkte.

In 1960 ontving hij de IRE (nu IEEE) Medal of Honor "Voor fundamentele bijdragen aan een kwantitatieve beschrijving van thermische ruis, data transmissie en negatieve terugkoppeling". Harry Nyquist stierf op 87-jarige leeftijd in Harlingen (Texas).