Hartfalen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Hartfalen
De belangrijkste tekenen en symptomen van hartfalen.
De belangrijkste tekenen en symptomen van hartfalen.
decompensatio cordis
ICD-10 I50
ICD-9 428.0
DiseasesDB 16209
MedlinePlus 000158
eMedicine med/3552emerg/108 radio/189 med/1367150 ped/2636
MeSH D006333
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Hartfalen, linkerventrikelfalen, hartzwakte of hartinsufficiëntie (decompensatio cordis) is een aandoening waarbij het hart niet meer in staat is om voldoende bloed uit te pompen om aan de behoeften van de weefsels te voldoen. Onder normale omstandigheden bestaat er een evenwicht tussen de hoeveelheid bloed dat het hart uitpompt (hartminuutvolume) en de behoefte van de weefsels aan zuurstof en voedingsstoffen. Bij veranderende behoefte van de weefsels wordt het hartminuutvolume daaraan aangepast. De weefsels regelen daarnaast zelf hun optimale doorbloeding door hun bloedvaten dicht te knijpen of juist open te zetten.

Symptomen[bewerken]

Als gevolg van de verminderde pompfunctie van het hart krijgen veel organen, aanvankelijk met name bij verhoogde vraag, niet genoeg zuurstof en voedingsstoffen meer. Dit leidt weer tot snelle vermoeidheid en tot kortademigheid bij geringe inspanning. Het lichaam tracht door regelmechanismen de vulling van het vaatbed te verhogen, dit zorgt er weer voor dat het lichaam vocht vasthoudt. Patiënten die lijden aan hartfalen hebben dan ook vaak last van meer vocht in het longvaatbed (vaak anatomisch onjuist als 'vocht achter de longen' aangeduid), in ernstige gevallen uitmondend in longoedeem waardoor de kortademigheid sterk verergert, vooral bij platliggen. De symptomen lijken vaak op die van astma (kortademigheid, vermoeidheid; acute decompensatie heet daarom ook asthma cardiale). Verder blijft er vocht achter in de laagste gedeelten van het lichaam waardoor er dikke benen en enkels (perifeer oedeem) ontstaan. Als gevolg van de symptomen van hartfalen treden er in het lichaam compensatiemechanismen in werking. Deze kunnen op korte termijn een gunstige invloed hebben op de bovenstaande symptomen, maar op de lange termijn verergeren deze compensatiemechanismen juist het hartfalen. De patiënt komt dan in een vicieuze cirkel terecht. Het hartfalen kan vooral aan de linker- of aan de rechter hartkamer te wijten zijn. Bestaat het lang dan gaan echter beide kamers meedoen.

Er is onderscheid tussen acute en chronische hartspierzwakte. Bij acuut hartfalen functioneert het hart plotseling minder goed. Bij chronisch hartfalen is sprake van een geleidelijk ontstaan functioneringstekort.

Oorzaken[bewerken]

Hartfalen heeft veel verschillende oorzaken.

  • Systolisch hartfalen, oftewel een verminderde knijpkracht van de linkerhartkamer of beide hartkamers, veroorzaakt door:
    • een hartinfarct. Als gevolg van een hartinfarct is een gedeelte van de hartspier afgestorven en verlittekend en daardoor is een deel van de pompfunctie verloren gegaan.
    • een stofwisselingsziekten waardoor uiteenlopende lichaamsstoffen in de spier opstapelen en uiteindelijk de spierfunctie nadelig beïnvloeden. b.v. ijzerstapeling (hemochromatose).
    • een infectie van de hartspier ofwel (myocarditis), doorgaans door virussen.
    • toxisch: alcohol, en bepaalde medicijnen tegen kanker beschadigen de hartspier.
    • metabool: gebrek aan bepaalde vitaminen leidt tot hartfalen ('natte beriberi' of shoshin).
    • bepaalde vormen van cardiomyopathieën, bv een dilaterende cardiomyopathie of een aritmogene cardiomyopathie.
  • Diastolisch hartfalen, ofwel een stoornis in de relaxatie van het hart waardoor tijdens de vullingsfase maar weinig bloed de linkerkamer in kan stromen. Het mechanisme hiervan is niet helemaal bekend, maar de volgende factoren spelen een rol:
  • Hartklepgebreken - Klepgebreken worden veroorzaakt door een infectie, door degeneratie of zijn aangeboren.
  • Hartritmestoornissen.
    • Soms wordt hartfalen veroorzaakt door lang aanhoudende hartritmestoornissen, waarbij door een lang aanhoudende versnelde hartslag het hart minder goed in staat is om bloed rond te pompen.
  • Restrictieve cardiomyopathieën, eerder genoemde stapelingsziekfen kunnen naast een verminderde knijpkracht ook een relexatiestoornis geven.
  • pericardziekten. Dit zijn ziekten van het hartzakje dat het hart grotendeels omhult. Ziekten van het hartzakje kunnen resulteren in een instroombelemmering van het hart. Het hart heeft dan te weinig ruimte om volledig te ontplooien, waardoor onvoldoende bloed het hart instroomt. Oorzaken zijn:
    • een pericarditis exsudativa. Dit is een ontsteking van het hartzakje waardoor toename van vocht ontstaat in het hartzakje. Dit kan veroorzaakt worden door virussen, bacteriën, metabole oorzaken, medicamenteus, etc, en ook door kanker. In dat laatste geval spreekt men van pericarditis carcinomatosa.
    • een pantserhart ofwel een pericarditis constrictiva. Hierbij wordt het pericard stug en hart. Dit kan infectieus zijn (tuberculose), maar ook (zelden) ontstaan na een open hartoperatie.
    • een trauma of na een operatie, waardoor er bloed ophoopt in het hartzakje.

Overigens is in een deel van de gevallen de oorzaak van het hartfalen onbekend.

Diagnose[bewerken]

Hartfalen is niet één ziekte, maar een complex van symptomen voortvloeiend uit een hartziekte leidend tot verminderde hartfunctie. Bij een combinatie van symptomen kan de arts met behulp van verschillende technieken de ernst en oorzaak vaststellen.

Hartfalen kan op grond van de klachten onderverdeeld worden volgens de NYHA classificatie, dit staat voor New York Heart Association. De NYHA classificatie bestaat uit 4 klassen.

  • Klasse I: kortademigheid alleen bij flinke inspanning, geen symptomen tijdens normale activiteiten.
  • Klasse II: kortademigheid treedt op bij matige inspanning.
  • Klasse III: kortademigheid treedt al op bij geringe inspanning.
  • Klasse IV: kortademigheid in rust.

Behandeling[bewerken]

De behandeling van hartfalen is in eerste instantie gericht op het achterhalen en behandelen van de onderliggende oorzaak. Oorzaken kunnen bijvoorbeeld ernstig coronairlijden zijn, een kleplekkage of een klepvernauwing.

Als sprake is van een verminderde spierkracht van het hart, bestaat de medicamenteuze behandeling uit de volgende medicijnen:

  • Bètablokkers: bisoprolol, carvedilol en metoprolol, verlagen de hartfrequentie, en zijn de enige bètablokkers waarvan een gunstig effect op lange termijn is aangetoond
  • ACE-remmers en ARB's: Doorbreken de compensatie mechanismen die het hartfalen verergeren. ACE-remmers en ARBs zijn globaal even effectief. Er zijn aanwijzingen dat het toevoegen van een ARB aan de bestaande medicatie positieve effecten geeft. Voor ARBs geldt dat zij als alternatief kunnen dienen voor mensen die ACE-remmers slecht verdragen.

Daarnaast dienen de volgende medicijnen overwogen te worden:

  • Coumarines: verminderen de kans op het vormen van stolsels in het aangedane hart.
  • Diuretica (plaspillen): stimuleren de vochtuitdrijving door de nieren waardoor de oedemen afnemen. Deze worden dus alleen gegeven indien er oedemen aanwezig zijn.
  • Digoxine. Dit is de laatste stap in de medicamenteuze behandeling. Dit middel verbetert de contractiekracht van het hart (positief inotroop effect).[1]

Indien ondanks optimale medicatie nog steeds sprake is van hartfalen in klasse III of IV van de NYHA classificatie, kan een biventriculaire pacemaker worden overwogen.

Leefstijl[bewerken]

Een belangrijk symbool voor hartfalenpatiënten.

Hartfalen brengt veel veranderingen mee in het dagelijks leven, waaronder inspannende activiteiten en de voedings- en vochthuishouding. Aangezien een hartfalenpatiënt het vocht in het lichaam slecht kan 'verwerken', krijgt de patiënt meestal een vochtbeperking opgelegd. Dit betekent dat de patiënt niet meer dan een bepaald aantal liter vocht per dag mag binnenkrijgen. Ook zal een natriumbeperktdieet aangeraden worden, omdat natrium (zout) vocht vasthoudt.

Omdat het hart slechter functioneert, kan het minder goed bloed door het lichaam rondpompen. Hierdoor heeft de patiënt minder energie, waardoor bijvoorbeeld een verdieping traplopen al vermoeiend kan zijn. Hulpmiddelen zoals een rolstoel of scootmobiel zullen dan ook snel aangeraden worden. Dit kan voor een hartfalenpatiënt veel impact hebben, vooral als vóór het hartfalen de zorgvrager bijvoorbeeld aan hardlopen deed.

Personen met hartfalen zullen er op kermissen, in attractieparken, zwembaden en in bepaalde musea rekening mee moeten houden dat ze tot enkele attracties, waarbij in bepaalde mate g-krachten aanwezig zijn, geen toegang krijgen. In bijvoorbeeld een achtbaan krijgt het lichaam veel g-krachten te verwerken. Hierdoor wordt het bloed verschillende kanten in het lichaam 'opgeduwd'. Een hart met hartfalen kan zich hieraan niet aanpassen, omdat het niet krachtig genoeg kan pompen. In het ergste geval kan dit een hartstilstand veroorzaken. Het symbool op de afbeelding rechts is dan ook erg belangrijk voor hartfalenpatiënten.

Prognose[bewerken]

Hartfalen is een chronische aandoening, en de vooruitzichten zijn op langere termijn meestal vrij slecht. Als de oorzaak niet kan worden behandeld (bijvoorbeeld door vervanging van een hartklep) is de levensverwachting statistisch gezien maar enkele jaren - slechter dan bij de meeste vormen van kanker. De behandeling met geneesmiddelen leidt tot een vermindering van klachten en een vertraging van de progressie van de ziekte, maar kan de patiënt nooit meer helemaal genezen. Wanneer bij iemand hartfalen is geconstateerd wordt er naast medicamenteuze therapie aangeraden om zo gezond mogelijk te leven door bijvoorbeeld te stoppen met roken. De dood treedt soms in door geleidelijke verslechtering van het hartfalen tot op het punt dat deze onbehandelbaar wordt, soms ook plotseling door een fatale hartritmestoornis.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Gheorghiade M, Patel K, Filippatos G, Anker SD, van Veldhuisen DJ, Cleland JGF, et al. Effect of oral digoxin in high-risk heart failure patients: a pre-specified subgroup analysis of the DIG trial. Eur. J. Heart Fail. 2013 May;15(5):551–9. DOI:10.1093/eurjhf/hft010. PMID 23355060. Dit is een open access artikel en is door de uitgever gratis toegankelijk gemaakt op http://eurjhf.oxfordjournals.org/content/15/5/551.full