Haruspex (ziener)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De beroemde bronzen Lever van Piacenza (eind 2e of begin 1e eeuw v.C., Museo Archeologico di Piacenza.). Dit Etruskische model van een schapenlever diende vermoedelijk om beginnende haruspices het leverschouwen te leren. Op de lever zijn verscheidene indelingen aangebracht, waarin namen van Etruskische goden staan.

Haruspex (meervoud haruspices) is de Latijnse term voor een persoon die in de oudheid de verborgen bedoelingen der goden afleidde uit bepaalde kenmerken van ingewanden van een offerdier. De etymologie is niet helemaal duidelijk, voor het eerste deel het woord denkt men aan het Etruskische hira (darmkanaal of lever) of aan hostia (van haruga, "offerdier'"), samen met spex, van het Latijnse spicere (zien).

De Romeinen hebben deze schouwing van ingewanden overgenomen van de Etrusken die hem meebrachten uit het oosten; vooral de Babyloniërs waren erin gespecialiseerd. Daarnaast bestonden er in de Etruskische en Romeinse wereld ook augurs, priesters die de wil van de goden aflazen door het observeren van blikseminslag of uit de vlucht van vogels.

De Etruskische haruspices[bewerken]

De Etrusken geloofden bijna fatalistisch in het onveranderbare lot; de volledige levensloop van volken en van mensen lag vast en het was de belangrijkste taak van de mens om te trachten deze voorgeschreven wetten te zoeken en te volgen. De Etrusken waren ervan overtuigd dat de wil van de goden zichtbaar was in de materiële wereld. Het was belangrijk dat de mens deze signalen onderzocht en correct interpreteerde. De Etrusca Disciplina ('Leer der Etrusken') bestond erin te weten hoe men moest leven om de goden tevreden te houden. Seneca schreef dat de Romeinen geloofden dat de bliksem insloeg door een botsing van de wolken, maar dat de Etrusken het toeschreven aan de goden, ze geloofden niet dat iets gebeurde door een bepaalde oorzaak, maar dat alles wat in de natuur gebeurde de bedoeling had om iets te vertellen. Naast het onderzoeken van bepaalde ingewanden van geofferde dieren, vooral de lever, moesten de Etruskische priesters de goddelijke wil ook afleiden uit de observatie van donder en bliksem en van de vlucht van vogels.

De Etruskische priesters hielden zich vooral bezig met het onderzoek van de ingewanden van schapen. Een bronzen sculptuur, bekend als de 'Lever van Piacenza', gedateerd rond 100 v.Chr., werd ontdekt in 1877, bij Piacenza in Noord-Italië. Het is een bronzen model van een lever die in verschillende gebieden is verdeeld; elk gebied staat voor een bepaalde god. In 1900 vergeleek Ludwig Stieda, de directeur van het Anatomisch Instituut in Königsberg dit artefact met een Mesopotamisch voorbeeld dat een millennium ouder is.

De eerder genoemde Etrusca Disciplina bestond uit een aantal boeken in de Etruskische taal, die in de eerste eeuwen vanaf Constantijn de Grote door de christenen vernietigd zijn. De orakelkunst werd geleerd in de Libri Tagetici, een collectie van teksten toegeschreven aan Tages, een figuur uit de Etruskische mythologie. De priester Tarchon zou deze boeken hebben opgetekend voor het nageslacht. Informatie die toegespitst was op de haruspex, was te vinden in de Libri Haruspicini.

De haruspices in de Romeinse wereld[bewerken]

Door de vertaling van de Tagetische boeken waren de Romeinen in principe in staat om zelf deze orakelkunst toe te passen. De Etrusca Disciplina werd in de hele geschiedenis van het Romeinse rijk gebruikt. Waarschijnlijk werden de haruspices geconsulteerd vanaf de 3e eeuw v. Chr., nadat de Romeinen met de Etruskische steden politieke bondgenoten geworden waren ten tijde van de Punische oorlogen. Of de orde van de haruspex gesticht werd door Romeinen of door de Etrusken is niet duidelijk. Men vraagt zich ook af of het 'hoofdkwartier' in Rome gevestigd was of, dat er een vestiging van Etruskische priesters in Rome bestond. De haruspices werden geconsulteerd door de Romeinse senaat, maar de senaat moest de antwoorden altijd nog evalueren.

De Romeinse senaat had drie verschillende groepen voorspellers in dienst: de augurs, die uit de vlucht van vogels de toekomst afleidden, een orde van priesters voor andere omens en prodigia en dan de haruspices. Zowel augurs als haruspices waren bevoegd voor het interpreteren van voortekens in de lucht zoals donder en bliksem, al interpreteerden ze die wel allebei op eigen wijze. Voorspellers werden vooral geraadpleegd door de senaat om te beslissen of en wanneer een bepaalde veldslag gevoerd moest worden.

Net zoals in de culturen uit het Nabije Oosten waren ossen, schapen en geiten de belangrijkste dieren waarvan de ingewanden onderzocht werden. Soms werden ook heilige kippen onderzocht. In enkele gevallen werden ook honden en kikkers gevonden die onderzocht werden op tekenen van de goden, maar misschien was dat een grap.

Veel Romeinen stonden sceptisch tegenover deze vorm van orakelkunst. Cato zei dat het hem verbaasde dat een haruspex zijn lach kon inhouden als hij een collega tegenkwam. (Marcus Tullius Cicero, De divinatione, II,5). Belangrijke Romeinen hadden echter vaak Etruskische haruspices in hun entourage. Zo werd Julius Caesar door de Etruskische haruspex Titus Vestricius Spurinna gewaarschuwd voor een groot gevaar op de Iden van maart, de dag waarop hij vermoord zou worden.

Tot in de vroege keizertijd was er geen officieel orgaan waarin de Etruskische priesters zetelden. Indien nodig werden ze opgeroepen 'uit Etrurië'. In de eerste eeuw werd de raad van de voorspellers geformaliseerd. Er werd een college van zestig haruspices opgericht door keizer Claudius I, die een uitvoerig boek schreef over de Etrusken, en ook een woordenboek Etruskisch-Latijn; beide werken zijn verloren gegaan. Etruskische priesters werden gerekruteerd uit de zonen van de belangrijkste families uit de twaalf Etruskische steden in Toscane. Ze vergaderden in het heiligdom van de god Voltumna, tot aan de regering van keizer Theodosius I, eind vierde eeuw.

In 410, toen de Griekse orakels al lang geen voorspellingen meer deden en het Romeinse rijk al bijna een eeuw christelijk was, boden Etruskische haruspices hun diensten aan om de Visigotische leider Alarik I buiten de Romeinse stadsmuren te houden. Paus Innocentius I stond de rituelen met tegenzin toe, mits ze in het geheim plaatsvonden. Na de val van Rome verdween de haruspex-praktijk geleidelijk.

Referenties[bewerken]

  • Macnamara, E. Every day life of the Etruscans. B. T. Batsford LTD, London G. P. Putnam's Sons, NY, 1973.
  • Banti, L. Etruskan Cities and their culture. B. T. Batsford Ltd London, 1968.
  • Frateantonio, Christa, Haase and Mareile, Haruspices, H. Cancik and Helmut (ed), Brill's New Pauly.
  • Van Der Meer, L. B. The Bronze Liver of Piacenza. Amsterdam: J. C. Gieben, 1987.
  • Etruscan religion, J. Roberts (ed), Oxford Dictionary of the Classical World. Oxford Reference Online , Oxford University Press.
  • Rawson, E. 'Caesar, Etruria and the Disciplina Etrusca'. The Journal of Roman Studies, 68, 132-152
  • Collins, D. 'Mapping the Entrails: The Practice of Greek Hepatoscopy'. American Journal of Philology, 129(3) , 319-345.
  • Opsopaus, J. 'The Art of Haruspicy, which is The Etruscan Discipline'. Harvest , 11(Nr. 4, 22-24 (deel I); Nr. 5, 11-14 (deel II); Nr. 6, 13-15 (dee; III))

Noten[bewerken]

  • Cicero, M.T. De divinatione, II,5: 'mirari se aiebat [Cato], quod non rideret haruspex, haruspicem cum vidisset'