HbA1c

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

HbA1c ,oftewel geglyceerd hemoglobine, ontstaat door de versuikering van de α keten van het hemoglobinemolecuul. In het bloed bindt een glucosemolecuul (niet-enzymatisch) met het N-eindstandige aminozuur van de β-keten van hemoglobine. In een klinisch chemisch laboratorium kan de hoeveelheid HbA1c in bloed gemeten worden. Dit wordt als parameter gebruikt bij het volgen van diabetespatiënten. Het HbA1c is normaal en fysiologisch, maar een verhoogde bloedspiegel geeft wel een onderliggende pathologische toestand weer.

Herkomst van de naam[bewerken]

Er bestaan verschillende vormen van hemoglobine (Hb). De soort die bij volwassenen het meest voor komt, is HbA. A komt van 'Adult', volwassene, in tegenstelling tot HbF van 'foetaal'. Daarnaast bestaan nog vele pathologische varianten, zoals HbS bij sikkelcelanemie etc.
Hemoglobine zoals dat nieuw in ons lichaam gevormd wordt, wordt ook wel HbA0 genoemd. Als er zich stoffen aan het hemoglobine binden, noemt men het HbA1. Er zijn verschillende stoffen die zich in de loop van de tijd vanzelf (zonder tussenkomst van enzymen) op een dergelijke manier binden. Als die stof Fructose-1,6-difosfaat is, ontstaat HbA1a1; bij binding met Glucose-6-fosfaat ontstaat HbA1a2. Bij binding van D-glucose ontstaat HbA1c.
Er bestaat ook nog een HbA2: dat is een variant die voorkomt bij de erfelijke bloedziekte β-thalassemie.

Geschiedenis[bewerken]

Hemoglobine A1c werd voor het eerst onderscheiden van andere soorten hemoglobine door Huisman en Meyering in 1958, die gebruik maakten van chromatografie.[1] Het werd voor het eerst gecategoriseerd als een glycoproteïne door Bookcin en Gallop in 1968.[2] Dat de gemiddelde waarden hoger lagen bij diabetespatiënten werd voor het eerst beschreven in 1969 door Samuel Rahbar e.a.[3] De chemische reacties die HbA1c vormen werden beschreven door Bunn en zijn collega’s in 1975. [4] Het gebruikmaken van hemoglobine A1c om te zien in hoeverre diabetespatiënten hun suikerwaarden onder controle hebben, werd voorgesteld in 1976 door Anthony Cerami, Ronald Koenig en collega’s.[5]

Fysiologie[bewerken]

Rode bloedcellen met daarin het hemoglobine circuleren zo'n 80 tot 120 dagen in het bloed alvorens te worden afgebroken. In bloed kan glucose zich hechten aan het hemoglobine. Eenmaal gehecht aan het hemoglobine laat het glucose niet meer los. Het HbA1c geeft daarom een goed idee over de gemiddelde glucoseconcentratie in het bloed gedurende de 2-3 maanden ervoor. In uitzonderingsgevallen kan het HbA1c een vals-normale uitslag geven bij een verhoogd bloedsuikergehalte; in dat geval kan fructosamine bepaald worden. Dit komt voor bij patiënten waarbij de rode bloedcellen versneld worden afgebroken. In dit geval leven de rode bloedcellen korter dan 80 dagen en is dus per hemoglobinemolecuul minder tijd om versuikerd te raken, en is het HbA1c verlaagd.

Hoe minder het lichaam te lijden heeft van een hyperglykemie, hoe minder het hemoglobine 'versuikerd' wordt, en dus hoe lager de HbA1c is. Hoe langer de bloedsuikerwaarden te hoog zijn, hoe hoger het HbA1c is.

Op 6 april 2010 is de eenheid van de HbA1c-waarde veranderd van % naar mmol/mol. De streefwaarde bij diabetespatiënten is 7% of lager, wat in de nieuwe eenheid overeen komt met 53 mmol/mol of lager. Een daling van de HbA1c-waarde van 1% komt in de nieuwe eenheid overeen met een daling van 11 mmol/mol.

In onderstaande tabel is er een overzicht van waarden en omzettingen te vinden.

Hemoglobine A1c Gemiddelde bloedsuikerwaarde
(%) (mmol/mol) (mg/dl) (mmol/L)
5 31 97 (76-120) 5,4 (4,2-6,7)
6 42 126 (100-152) 7,0 (5,5-8,5)
7 53 154 (123-185) 8,6 (6,8-10,3)
8 64 183 (147-217) 10,2 (8,1-12,1)
9 75 212 (170-249) 11,8 (9,4-13,9)
10 86 240 (193-282) 13,4 (10,7-15,7)
11 97 269 (217-314) 14,9 (12,0-17,5)
12 108 298 (240-347) 16,5 (13,3-19,3)
13 119 326 (260-380) 18,1 (15-21)
14 130 355 (290-410) 19,7 (16-23)
15 140 384 (310-440) 21,3 (17-25)

HbA1c en Helicobacter pylori[bewerken]

De aanwezigheid van de bacterie Helicobacter pylori kan een verhoging van het HbA1c geven zonder dat er sprake is van diabetes mellitus. Dat komt vooral voor bij mensen met een hoge BMI.[6]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Huisman TH, Martis EA, Dozy A (1958). Chromatography of hemoglobin types on carboxymethylcellulose. J. Lab. Clin. Med. 52 (2): 312–27 . PMID:13564011.
  2. Bookchin RM, Gallop PM (1968). Structure of hemoglobin A1c: nature of the N-terminal beta chain blocking group. Biochem. Biophys. Res. Commun. 32 (1): 86–93 . PMID:4874776. DOI:10.1016/0006-291X(68)90430-0.
  3. Rahbar S, Blumenfeld O, Ranney HM (1969). Studies of an unusual hemoglobin in patients with diabetes mellitus. Biochem. Biophys. Res. Commun. 36 (5): 838–43 . PMID:5808299. DOI:10.1016/0006-291X(69)90685-8.
  4. Bunn HF, Haney DN, Gabbay KH, Gallop PM (1975). Further identification of the nature and linkage of the carbohydrate in hemoglobin A1c. Biochem. Biophys. Res. Commun. 67 (1): 103–9 . PMID:1201013. DOI:10.1016/0006-291X(75)90289-2.
  5. Koenig RJ, Peterson CM, Jones RL, Saudek C, Lehrman M, Cerami A (1976). Correlation of glucose regulation and hemoglobin AIc in diabetes mellitus. N. Engl. J. Med. 295 (8): 417–20 . PMID:934240. DOI:10.1056/NEJM197608192950804.
  6. Chu Yen en Martin J. Blaser (2012). Association Between Gastric Helicobacter pylori Colonization and Glycated Hemoglobin Levels. Journal of Infectous Diseases 205: 1195-1202 en 1183-1185 . DOI:en 110 10.1093/infdis/jis106 en 110.