Hefplatform

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hefplatform
Rowan Gorilla VII in de Rotterdamse haven

Een hefplatform of hefeiland is een werkplatform dat kan drijven en dat voorzien is van een aantal poten, waarmee het eiland kan staan op de zee-, meer- of rivierbodem zodat men onafhankelijk van de deining kan werken. Een hefplatform is vaak driehoekig of vierhoekig en heeft afhankelijk van de vorm 3 of vier poten. Door deze poten is het mogelijk om het platform te laten staan op de zeebodem tot dieptes van ongeveer 120 meter. Dit type platform wordt vaak gebruikt als booreiland of gecombineerd boor- en productieplatform. Er zijn ook varianten die als tijdelijk platform naast een vast platform geplaatst kunnen worden om bijvoorbeeld bij groot onderhoud extra accommodatie en werkruimte te bieden.

Constructie[bewerken]

Door de vorm en het doel van het platform heeft het dezelfde beperkingen als een half-afzinkbaar platform waardoor het niet beschikt over een voortstuwing. Sommige hefplatformen hebben zelf een mogelijkheid om zichzelf op het water voort te bewegen, meestal echter worden ze door een boot naar de werkplek gebracht. Het transport over korte afstanden gebeurt door sleepboten of ankerbehandelingssleepboot (AHT), maar voor langere afstanden maakt men gebruik van een half-afzinkbaar schip.

Wanneer een hefplatform op zijn bestemming is aangekomen, worden de poten op de zeebodem gezet. Als de poten op de zeebodem staan zal het platform nog verder omhoog worden gebracht zodat het volledig vrij is van de golven en de zee. De basis van elke poot bestaat uit een "spud". Deze spud bestaat uit een metalen plaat, ontworpen om de druk van het platform te verdelen en om ervoor te zorgen dat de poot zich niet in de bodem drijft. Waterjets of gecomprimeerde lucht wordt gebruikt om de bodem vrij te maken tijdens het plaatsen van de poten; dit proces wordt "spudding-in" genoemd. De poten worden naar boven en naar beneden bewogen door een elektrisch aangedreven tandwielsysteem. De werking van de elektrische motoren is perfect gesynchroniseerd zodat het platform altijd horizontaal blijft.

De poten van de eilanden kunnen bestaan uit buizen (zowel bij kleine als bij grote eilanden), uit gelaste vierhoekige constructies (middelgrote eilanden) of uit een vakwerkconstructie (grote eilanden).

Als men de poten van het eiland laat zakken, raken deze eerst de grond en vervolgens tilt het eiland zichzelf boven water. Om er zeker van te zijn dat als het eiland boven water op zijn poten staat er zich geen verzakkingen kunnen voordoen, worden de poten eerst 'voorgedrukt" met een verhoogde kracht. Bij een eiland met 4 of 6 poten, geschiedt dit door het eiland als het ware op 2 poten proberen op te drukken; bij een eiland met drie poten echter kan dit enkel door de compartimenten boven het de te drukken poot te ballasten.

In de jaren 70 werden in Singapore veel zogenaamde "temporary quays" gebouwd. Hier werd ook vaak gebruikgemaakt van een hefsysteem. In drijvende pontons waren gaten gemaakt en hierdoor staken de poten. Boven op de poten was een kettingtrekker gemonteerd met de ketting aan het ponton vastgemaakt. Na positionering van het ponton, liet men de poten tot op de bodem zakken, vervolgens trokken de trekkers het ponton tot de gewenste hoogte, het ponton werd vastgelast aan de poten en de trekinrichting werd verwijderd en voor een ander platform gebruikt.

Aandrijvingen[bewerken]

Voor het heffen van de platforms langs de poten worden 3 typen aandrijving gebruikt:

  • lieraandrijving, aan elke poot 2 lieren of een tweetrommellier (een lier bevestigd aan de bovenkant van de poot, de andere aan de onderkant.
  • Aandrijving door middel van hydraulische cilinders. De beweging gaat hier intermitterend
  • Rack & pinion (rondsel en tandlijst). De aandrijving van de rondsels kan hydraulisch zijn, maar meestal elektrisch.

Lieraandrijving wordt enkel in de aannemerij gebruikt. Het tweede type wordt in de aannemerij, maar ook in de offshore gebruikt. Rack & pinion eilanden worden voornamelijk in de offshore gebruikt.

Eilanden met een lieraandrijving kunnen erg snel werken, maar hier gaat het om erg kleine eilanden. De eilanden met cilinders (jack-ups) hebben een intermitterende snelheid. Men moet zich realiseren dat de cilinders een vaste slag hebben. Als de palen op verschillende hoogtes in het water staan kan het in theorie voorkomen dat men per slag 4 keer één poot moet "verpakken". Rack & pinion gedreven eilanden hebben een continue beweging en kunnen het eiland dus snel uit de gevaarlijke zone van wel/niet drijven omhoog trekken.