Heideblauwtje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Heideblauwtje
Heideblauwtje (mannetje)
Heideblauwtje (mannetje)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Lepidoptera (Vlinders)
Familie: Lycaenidae (Kleine pages, vuurvlinders
en blauwtjes)
Geslacht: Plebejus
Soort
Plebejus argus
(Linnaeus, 1758)
Heideblauwtje (vrouwtje)
Heideblauwtje (vrouwtje)
Plebeius argus (xndr)-01.jpg
Afbeeldingen Heideblauwtje op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

Het heideblauwtje (Plebejus argus, voorheen geschreven als Plebeius argus) is een vlinder die vooral op vochtige heide kan worden aangetroffen[1][2].

Kenmerken[bewerken]

Het zijn kleine vlinders met een spanwijdte van hooguit 3 centimeter. De mannetjes hebben blauwe bovenvleugels, de vrouwtjes bruine met een rijtje halvemaanvormige vlekjes aan de onderrand. De vliegtijd is van juni tot augustus.

Habitat[bewerken]

Het heideblauwtje komt bijna enkel voor in vegetaties met gewone dophei, voornamelijk de associatie van gewone dophei.

Gedrag en voortplanting[bewerken]

Zowel de rups als de vlinder hebben als waardplant de gewone dophei of (na de bloei van voorgaande) struikhei. De rupsen leven van de bloemen en jonge scheuten van de plant, de vlinders van de nectar. De verpopping vindt onder de grond plaats.

De rupsen van het heideblauwtje leven in mutualisme met mieren van het geslacht Lasius, waaronder de humusmier (Lasius platythorax). Zowel de rupsen als de poppen hebben klieren die een zoete stof afscheiden, waar de mieren verzot op zijn. Vaak bouwen de mieren een nest rond de pop. De mieren 'beschermen' de rups en de pop en zelfs de net uitgekomen vlinder tegen predatoren.

Verspreiding en voorkomen[bewerken]

Het heideblauwtje komt voor in Europa en Azië, van Midden-Scandinavië tot Zuid-Spanje en van Frankrijk tot in Japan.

In Vlaanderen komt de soort enkel nog voor in de Kempen.

De soort gaat in aantal achteruit vanwege vermesting, verdroging en vergrassing van de heide. Maar ook vorst in de lentes en extreme hitte in de zomers midden jaren negentig en in 2004 zijn aan te wijzen als oorzaken.[1] Het heideblauwtje heeft de status kwetsbaar op de Nederlandse rode lijst.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Swaay, van C., Wallis de Vries, M., Baxter, W., Vliet, van A. (2006). De Levende Natuur. Jaargang 7, nummer 6, november 2006.
  2. Bulteel, G. (2007): Heideblauwtjes en dopheide op het Groot Schietveld. Natuur.focus Jaargang 6, nummer 3, juli-augustus-september 2007.