Heilig Bloed (Brugge)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
deel van de serie over
Christelijke relieken

Ook bekend als
"Relikwieën"

Reliquary Termonde MNMA Cl13073.jpg
Overblijfselen van de
Heiligen uit het christendom

Bewaard in
reliekhouders

Relieken
van het leven van Christus
Lijkwade van Turijn
De Heilige Rok van Trier
Zweetdoek van Oviedo
Het Kleed van Edessa
De Heilige Lans
Het Heilig Bloed
De Heilige Graal
De Heilige Trap

Relieken van heiligen
Petrus te Rome
Paulus te Rome
Nicolaas te Bari
Bernadette Soubirous te Nevers
de Drie Koningen te Keulen
Theresia in Lisieux
Hildegard te Eibingen

Relieken in Nederland
Servatius te Maastricht
Lidwina te Schiedam
Bonifatius te Dokkum
Thomas van Kempen te Zwolle
Werenfridus te Elst
Amelberga te Susteren

Het Heilig of Kostbaar Bloed van Brugge is een reliek van het Heilig Bloed van Jezus Christus, dat bewaard wordt in de Basiliek van het Heilig Bloed in de Belgische stad Brugge. Het is een van de populairste relieken van België; dagelijks wordt ze vereerd tijdens de openingsuren van de basiliek en jaarlijks door tienduizenden tijdens de Heilig-Bloedprocessie, die door de stad trekt op Onze-Lieve-Heer Hemelvaart.

Inhoud

[bewerken] Vroegste geschiedenis

Volgens een oude overlevering bracht Diederik van de Elzas, graaf van Vlaanderen, na de tweede kruistocht de relikwie van het Heilig Bloed mee uit het Heilig Land (1150). Wegens zijn uitnemende heldhaftigheid tijdens de kruistocht zou Diederik de relikwie gekregen hebben, met toestemming van de Patriarch van Jeruzalem, uit de handen van zijn schoonbroer Boudewijn III van Anjou, koning van Jeruzalem. Deze relikwie maakte deel uit van een hele reeks relieken die verbonden waren met het Lijden van Christus. Dit verhaal is sinds vele eeuwen zodanig ingeburgerd dat het niet meer weg te denken is.

Nochtans heeft de benedictijn Nicolas Huyghebaert in 1963 een kritische studie gepubliceerd, waaruit moet blijken dat de relikwie pas een vijftigtal jaren later naar Brugge kwam. Na de Vierde Kruistocht (1203-1204) zou Boudewijn IX graaf van Vlaanderen, de relikwie uit het geplunderde Constantinopel hebben meegebracht.

[bewerken] Oudste documenten over de relikwie

De oudste betrouwbare vermeldingen over de relikwie dateren uit 1255 en 1265, zoals ze voorkomen in een geloofwaardig document gedateerd 1270. Dit document met de erin bewaarde gegevens is tot ons gekomen omdat het zich in 1280 nog niet in het archief van de stad Brugge bevond, dat toen volledig opbrandde. Het is dus niet uitgesloten dat ook nog andere sporen betreffende de relikwie in rook zijn opgegaan.

Een ander document dateert uit 1297 en is een oorkonde waarbij de Franse Koning Filips IV aan de Bruggelingen de verzekering gaf dat hij de relikwie, die sinds onheuglijke tijden in de Sint-Baseliskapel werd bewaard en vereerd, nooit zou weghalen.

[bewerken] Oudste documenten over de processie

Het oudste authentieke document dat de processie of ommegang vermeldt dateert uit 1304. Het gaat om de Brugse stadsrekening die een uitgave vermeldde omdat men dat jaar Ons Heeren Bloet omme droech.

Daarop volgde dan op 1 juni 1310, op verzoek van de stad Brugge, de bul die in Avignon werd gefulmineerd door paus Clemens V, waarbij hij de relikwie en de verering ervan erkende en aan de bedevaarders aflaten toezegde.

Men heeft lang aangenomen dat er nog een vroeger document bestond, namelijk de keure van de 'pijndersgilde' uit 1291. Er is echter veel kans dat de bewaarde 15de-eeuwse kopie van deze keure in de loop van de tijd werd bijgewerkt en voor de datum van 1291 niet helemaal betrouwbaar meer is.

[bewerken] Verering

Sindsdien is de verering van het Heilig Bloed gedurende meer dan zeven eeuwen onafgebroken doorgegaan en groeide de H.-Bloedkapel uit tot een van de voornaamste bedevaartsoorden in de Lage Landen.

[bewerken] De relikwie verborgen

De relikwie van het H.-Bloed heeft een aantal moeilijke periodes doorgemaakt. Bij herhaling werd in oorlogstijd gezorgd voor een veilige plaats. Dit was vooral zo in twee bijzondere gevallen, toen de relikwie moest beschermd worden tegen ongewenste inmenging vanwege de overheid.

[bewerken] Periode 1578-1584

In 1578 werd Brugge door een Calvinistisch bestuur overgenomen, nadat de stad door een troepenmacht vanuit Gent was veroverd. Werd het eerste jaar van dit bewind nog een processie met de relikwie gehouden, werd dit nadien onmogelijk. De reliek liep groot gevaar te worden vernietigd.

De oud-burgemeester en kerkmeester van de H.-Bloedkapel, Perez de Malvenda, in afspraak met een paar andere verantwoordelijken, nam het op zich de relikwie een veilige bewaarplaats te bezorgen. Hij deed dit eerst in zijn woning in de Nieuwstraat en vervolgens in zijn nieuwe woonst langs de Dyver, eigendom van zijn in Brussel wonende schoonbroer Joos de Damhouder. Ten slotte verborg hij de reliek in de Wollestraat, in de woning van zijn andere schoonbroer, Broucsault de Chantraines, die Calvinist was en tot het stadsbestuur behoorde. Dit was ongetwijfeld een plaats waar men dit katholieke kleinood niet zou komen zoeken.

[bewerken] Periode 1796-1819

Toen de Franse troepen in 1794 voor de tweede maal Brugge veroverden, was men aanvankelijk niet bevreesd voor de relikwie. De processie vond in 1795 plaats en het stadsbestuur stapte mee op. Toen echter de 'Beloken Tijd' onder het Directoire aanbrak zag de toestand er veel minder rooskleurig uit.

Eerwaarde Heer Ludovicus Donche belastte zich met het 'ontvreemden' van de relikwie en hij verborg ze in de woning van zijn familie, de vroegere 'Latijnse school' in de Schutterstraat. Toen zijn ouders overleden waren en het huis zou verkocht worden, verhuisde de reliek naar de woning van juffrouw de Pelichy in de Dweersstraat.

Na de inwerkingtreding in 1802 van het Concordaat tussen Bonaparte en de Kerk, hernam de eredienst zijn plaats in de openbaarheid en zou de relikwie opnieuw tevoorschijn hebben kunnen komen. Er waren echter een aantal problemen gerezen: de H.-Bloedkapel was praktisch volledig verdwenen en moest worden heropgebouwd, de Confrérie die zich zoveel eeuwen om de relikwie had bekommerd was opgedoekt, een paar Brugse kerken eisten het bezit van de relikwie op en kibbelden hierover, terwijl er ook een dispuut over het eigendomsrecht tot stand kwam tussen de stad Brugge en het bisdom Gent. Om al die redenen duurde het tot in 1819 alvorens Donche het groene licht kreeg om de relikwie uit haar schuilplaats te halen.

[bewerken] Literatuur

  • C. CARTON, Essai sur l'histoire du Saint Sangf depuis les premiers siècles du christianisme, Brugge, 1850.
  • J. GAILLIARD, Recherches historiques sur la chapelle du saint-Sang à Bruges, Bruges, 1846
  • J. B. MALOU, Le culte du Saint Sang de Jésus Christ et de la relique de ce sang, qui se conserve à Bruges, Brugge, 1851.
  • J. CUVELIER, Inventaire analytique des archives de la chapelle du Saint Sang à Bruges, in: Handelingen van het genootschap voor geschiedenis te Brugge, 1900.
  • L. VAN HAECKE, Le précieux Sang à Bruges, Brugge, 1900.
  • A. DUCLOS, Bruges, histoire et souvenirs, Brugge, 1910.
  • A. MARLIER, L. V. DONCHE s. j., Leuven, 1948
  • A. JOOS DE TER BEERST, Recherches historiques sur l’insigne relique du précieux sang – la noble confrérie – la basilique de Saint Basile, [Brugge], 1955
  • Nicolas HUYGHEBAERT, Iperius et la translation de la relique du Saint-Sang à Bruges, in: Handelingen van het genootschap voor geschiedenis te Brugge, 1963.
  • A. VIAENE, Zweren ten heleghen bloede. Oudste getuigenis van verering der reliek in de St.-Baseliskerk te Brugge, 1256, in: Biekorf, 1963, blz. 176-180.
  • Charles VAN RENYNGHE DE VOXVRIE, Les vitraux de la Basilique du Saint-Sang à Bruges, Brugge, 1969
  • A. VIAENE, Het Heilig Bloed in de volksverering, in: Schrift 2, Bond van de Westvlaamse volkskundigen, Brugge, 1971.
  • A. VIAENE & B. JANSSENS DE BISTHOVEN, Het Heilig Bloed te Brugge, Brugge, 1976
  • A. VAN DEN ABEELE, De relikwie van het H. Bloed in de "Beloken Tijd". Een geheime bergplaats aan de Dyver? (1578-1581), in: Biekorf, 1988, blz. 218-225.
  • J. L. MEULEMEESTER (red.), Het Heilig Bloed te Brugge, uitg. JKOT, Brugge, 1990
  • Nicolas HUYGHEBAERT, Iperius en de translatie van de Heilig-Bloedrelikwie naar Brugge (vertaling Eligius DEKKERS & Mieke DE JONGHE), in: Het Heilig Bloed te Brugge, Brugge, 1990
  • Noël GEIRNAERT, De oudste sporen van het Heilig-Bloed in Brugge (1255-1310), in: Handelingen van het genootschap voor geschiedenis te Brugge, 2010.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

[bewerken] Galerij

Het relict van het Heilig Bloed
Het relict van het Heilig Bloed 
Het Schrijn gedragen door kanunniken tijdens de processie
Het Schrijn gedragen door kanunniken tijdens de processie 
De Heilig-Bloedprocessie
De Heilig-Bloedprocessie 
Dr. Guy van Renynghe de Voxvrie (°1926), één van de 31 leden van de Edele Confrérie van het Heilig Bloed.
Dr. Guy van Renynghe de Voxvrie (°1926), één van de 31 leden van de Edele Confrérie van het Heilig Bloed. 

[bewerken] Trivia

In het Suske en Wiske-verhaal Heilig Bloed speelt de relikwie een belangrijke rol.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen