Heilige graal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
deel van de serie over
Christelijke relieken

Ook bekend als
"Relikwieën"

Reliekhouder
Overblijfselen van de
Heiligen uit het christendom
Bewaard in
reliekhouders

Relieken
van het leven van Christus
Lijkwade van Turijn
De Heilige Rok van Trier
Zweetdoek van Oviedo
Het Kleed van Edessa
De Heilige Lans
Het Heilig Bloed
De Heilige Graal
De Heilige Trap

Relieken van heiligen
Petrus te Rome
Paulus te Rome
Nicolaas te Bari
Bernadette Soubirous te Nevers
de Drie Koningen te Keulen
Theresia in Lisieux
Hildegard te Eibingen

Relieken in Nederland
Servatius te Maastricht
Lidwina te Schiedam
Bonifatius te Dokkum
Thomas van Kempen te Zwolle
Werenfridus te Elst
Amelberga te Susteren

De heilige graal zou volgens het apocriefe Nikodemus-evangelie, dat eerst genoemd werd "Handelingen van Pilatus", de schaal of beker zijn waarin het bloed van Christus is opgevangen bij zijn kruisiging; in andere verhalen is het de beker die gebruikt werd bij het Laatste Avondmaal. Volgens sommigen zou de graal de speerpunt zijn waarmee Christus werd doorboord na zijn kruisdood. Een andere legende spreekt over een edelsteen die uit Lucifers kroon viel toen hij uit de hemel stortte. De middeleeuwse legende van de graal is mogelijk geïnspireerd op eerdere verhalen uit de klassieke en Keltische mythologie, waarin sprake is van hoornen des overvloeds en magische ketels.

De heilige graal, door Dante Gabriel Rossetti

Waarschijnlijk baseert de mythe van de graal zich op fictie, want de eerste maal dat de heilige graal werd genoemd was in de 12e eeuw in de ridderroman Perceval ou le Conte du Graal van Chrétien de Troyes. Daarna wordt de graal in verschillende vertellingen genoemd, zoals in het epische meesterwerk 'Parzival' van Wolfram von Eschenbach (ca. 1170-1220).

Volgens de overlevering zou de graal door Jozef van Arimathea in veiligheid zijn gebracht, al weet niemand waar. Sommigen beweren dat de graal door Jozef naar Glastonbury in Engeland werd gebracht.

De christelijke mythe van de graal zou een variant kunnen zijn van de klassieke Keltische mythe over een pot of ketel die eeuwig leven of magische krachten heeft. Het lag immers in de lijn van de kerstening om heidense symboliek te verwerken in de christelijke doctrine. Hoe dan ook, deze mythe heeft aanleiding gegeven tot verscheidene verhalen zoals van de queeste van koning Arthur en Parzival. Volgens die legendes was Galahad de enige ridder die de graal kon vinden.

Anderen meenden dat de heilige graal naar het zuiden van Frankrijk werd gebracht, naar de Languedoc. Hier zou het katharisme, een gnostische religie, tot bloei komen, maar later door een kruistocht worden uitgeroeid. Of dit de heilige graal was weet niemand. Verondersteld werd dat de graal zich bevond in de burcht van Montsegur, de laatste vesting van de katharen. De legende werd versterkt doordat er vlak voor de val van de burcht enkele leiders zouden zijn ontsnapt uit de burcht. Dit gaf aanleiding tot de speculatie dat zij de graal met zich mee hadden genomen.

Anderen beweren weer dat de heilige graal, of san greal, een verbastering is van sang real, koninklijk bloed, een aanduiding voor de nakomelingen van Jezus Christus. Volgens sommigen zou Jezus een dochter, genaamd Sarah, verwekt hebben bij Maria Magdalena. Sarahs afstammelingen zouden de Merovingers (door een huwelijk tussen een afstammeling van Jozef van Arimatea en een afstammeling van Jezus) zijn, en zelfs koning Arthur, via de lijn van Arthurs vader, koning Aedan MacGabran, zou een afstammeling van Jozef van Arimatea zijn. Ook Arthurs moeder, Ygerna del Acqs, zou een afstammeling van de Merovingers zijn. Arthurs broer, Eochaid Buide, zou de voorvader zijn van Alpin, de eerste koning der Schotten, waarvan Duncan I van Schotland en Macbeth afstammelingen van zouden zijn. Uit de familielijn van Duncan I zouden honderd jaar later de eerste Stewarts (Stuarts) geboren worden

Een andere groep van onderzoekers vindt een Scythisch Iraanse oorsprong voor deze verhalen. [1]

Nog anderen beweren dat het bij de zoektocht naar de heilige graal enkel gaat om de zoektocht naar het goddelijke in ons. Gezien de bronnen en de thematiek zou het hier vooral gaan om een gnostisch tafereel.

De zoektocht naar de heilige graal door Sir Edward Burne-Jones

Inspiratiebron voor schrijvers[bewerken]

Ridderroman met een afbeelding van Perceval à la Recluserie
Sangreal door Arthur Rackham, 1917 (uit The Romance of King Arthur and His Knights of the Round Table)

De heilige graal heeft door de eeuwen heen talloze auteurs geïnspireerd tot al dan niet wilde verhalen, die graalromans worden genoemd.

Chrétien de Troyes, een priester, noemde de heilige graal voor het eerst in de 12e eeuw in zijn graalroman Perceval ou le Conte du Graal. Perceval of Parzival is een ridder van de Ronde Tafel van Koning Arthur.Toch is deze Graal bij Chrétien nog niet wat hij in latere legenden is geworden. De graal is hier un graal, een schaal of kelk, waaruit de Visserkoning een hostie neemt die hem voedt. De graal zou magische krachten bezitten, zoals onsterfelijkheid, geneeskrachtige werking, en de mogelijkheid tot communiceren met God.

Michael Baigent, Henry Lincoln en Richard Leigh publiceerden het boek Holy Blood - Holy Grail, alwaar de theorie over het nageslacht van Jezus Christus werd geponeerd. Dit thema werd ook verkend door Laurence Gardner in Bloodline of the Holy Grail.

Lynn Picknett en Clive Prince beschreven in hun boek The Templar Revelation verschillende mythen over vrijmetselarij, katharen, tempeliers, met een knipoog naar Maria Magdalena en Johannes de Doper.

Een totaal andere gedachte is de theorie dat de heilige graal een aantal documenten is. Deze documenten zouden het bewijs vormen dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena. Uit dit huwelijk zou Sarah zijn geboren. Deze documenten werden sangreal genoemd, een woord dat op twee manieren te splitsen valt: san-greal (heilige graal) en sang-real (koninklijk bloed : verwijzend naar de bloedlijn van Maria Magdalena). Dan Brown gebruikte dit thema in zijn roman De Da Vinci Code (2003). Brown spreekt in zijn verhaal van een samenzwering van de katholieke kerk tegen de heilige graal. De documenten zouden bewijzen dat Jezus afstammelingen zou hebben en dat er op dit moment nog erfgenamen van Jezus op de wereld zouden rondlopen. Van dit verhaal werd een populaire verfilming gemaakt.

Een merkwaardige gedachte over de graal werd door Jan Smulders in zijn boek De ware graal en zijn valse hoeders uit de doeken gedaan. Bij gebrek aan elementaire kennis beweerde hij dat de graal een manier is om de "echte" waarde van pi te construeren, namelijk niet 3,14159 maar 3,078..., de tangens van 72°.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Scott Littleton, C.: From Scythia to Camelot, New York 2000