Hellebaarden van Melz
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Prehistorische vondst | |
|---|---|
| Zes bronzen hellebaarden | |
| Plaats | Venige weide langs de Müritz |
| Datering | tussen 2100 v.Chr. en 1950 v.Chr. |
| Periode: | Vroege bronstijd |
| Cultuur: | Onbekend |
De Hellebaarden van Melz is een prehistorische vondst van zes bronzen hellebaarden van ongeveer 70 centimeter uit de vroege bronstijd (2100 v.Chr. - 1950 v.Chr.).
Op 17 augustus 1970 werden de hellebaarden gevonden in een venige weide langs de Müritz.[1] Hier lagen ze onder een veenlaag van 1,75 meter. De klingen en staven waren gedemonteerd.
[bewerk] Symboliek
Waarschijnlijk had het vernielen van de hellebaarden een rituele betekenis en waren ze bedoeld als offer aan het veen. Het is onwaarschijnlijk dat de hellebaarden gebruikt zijn als wapen. Hiervoor zijn ze te breekbaar. Aangenomen wordt dat ze een symbolische betekenis hadden. Bijvoorbeeld als attribuut van een belangrijk persoon, vergelijkbaar met de latere scepter van een koning of de staf van een bisschop. Op rotstekeningen zijn ook afbeeldingen van mannen te zien die hellebaarden vasthouden.[1] De hellebaarden waren waardevol, zeldzaam en waarschijnlijk alleen voorbehouden aan machtige personen.[1] Dat er meerdere van bij elkaar zijn gevonden is dus opvallend.
[bewerk] Herkomst
De hellebaarden zijn oorspronkelijk niet afkomstig uit het gebied rond de Müritz, maar vermoedelijk uit het gebied van de Aunjetitz-cultuur. Onduidelijk is hoe deze zijn verkregen: handel of oorlogsbuit?
[bewerk] Literatuurverwijzingen
- ^ a b c Bergen C., Niekus, M.J.L.Th., Vilsteren van, V.T. (2002). Schatten uit het Veen. Zwolle: Waanders. ISBN 9040096627

