Hellend vlak (scheepvaart)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schematische tekening van nat hellend vlak met bak (blauw) en contragewicht (geel)
Deel van het hellend vlak bij Ronquières met uitkijktoren
"droog" hellend vlak op het Elbląg-Ostróda-kanaal
Hellend vlak in de Trent-Severn-Waterway

Een hellend vlak is een bijzondere vorm van een scheepslift waarbij de liftbakken niet alleen een verticale maar ook een horizontale beweging maken. Er bestaan zowel "droge" als "natte" hellende vlakken. Bij de eerste liggen de boten met de kiel droog op een onderstel, bij de laatste worden de boten in een met water gevulde bak getransporteerd of opgestuwd in een met water gevulde geul, de zogenaamde "waterhelling".

Nat hellend vlak[bewerken]

Bij een nat hellend vlak wordt het hoogteverschil overbrugd door het schip in een met water gevulde bak te laten varen. Deze bak wordt door middel van sluisdeuren afgesloten. Het schip drijft in het water en het geheel wordt naar boven of beneden getransporteerd. Vanwege het hoge gewicht van de bak, water en schip wordt er gebruik gemaakt van contragewichten. De motoren van het hellend vlak hoeven hiermee slechts een klein verschil in gewicht in beweging te brengen.

Ronquières[bewerken]

Om het scheepvaartverkeer sneller te kunnen afwikkelen op het kanaal Charleroi-Brussel, werden de 55 sluizen vervangen door 10 sluizen en het hellend vlak van Ronquières.

Het hellend vlak bij de plaats Ronquières is na een bouwtijd van zes jaar in 1968 opgeleverd. Het vlak is 1432 meter lang en overbrugt een verval van 68 meter (een helling van bijna 5%). De scheepsbakken rijden als treinen over rails. Met kabels worden de bakken voortbewogen.

Van dit hellend vlak wordt wel eens gezegd dat het tot de "grands travaux inutiles" behoort, omdat het gebruik van het kanaal na de opening van het hellend vlak stelselmatig afnam. In het laatste decennium is er een stijging genoteerd tot het topjaar 2006 toen 5215 schepen werden versast. In 2008 was dit aantal echter gedaald tot 3815 versaste schepen.

Arzviller[bewerken]

Aan het Rijn-Marne Kanaal bij Arzviller in Frankrijk is sinds 1969 ook een hellend vlak in gebruik: Hellend vlak van St-Louis-Arzviller. Het overbrugt een verval van 44,55 meter met een constante hellingsgraad van 41%. De bak beweegt zich in de breedterichting. Het vlak vervangt 17 sluizen. De oude sluizen en het oude kanaal verkeren anno 2014 in slechte staat. Het kunstwerk trekt jaarlijks meer dan 100.000 dagjesmensen en zo'n 8000 (huur)jachten. Voor de beroepsvaart is het Marne-Rijnkanaal de hoofdroute tussen Parijs en Straatsburg en was het tot 2013 een ‘veilige' Rijn-Rhôneverbinding.

Droog hellend vlak[bewerken]

Bij deze versie van het hellend vlak wordt het schip uit het water getild. Alleen het schip wordt vervoerd over de helling.

Elbląg-Ostróda-kanaal[bewerken]

Op het Elbląg-Ostróda-kanaal in Polen zijn nog vijf "droge" hellende vlakken in gebruik die dateren uit de 19e eeuw. Elk hellend vlak bestaat uit 2 onderstellen op rails, die parallel aan elkaar en in tegengestelde richting de helling overwinnen. Onder- en bovenaan de helling verzinken de onderstellen in het kanaalpand zodat de boot het onderstel kan op- of afvaren.

Trent-Severn-Waterway[bewerken]

Op het Trent-Severn-Waterway in Ontario, Canada, is sinds 1917 een droge hellend vlak ("Big Chute Marine Railway") in gebruik. Het overbrugt een verval van 18 meter.

Waterhelling[bewerken]

De waterhelling is een natte versie van het hellend vlak. Hierbij is echter geen sprake van een bak waarin het schip wordt verplaatst. Hier is een betonnen geul waar het schip en water doorheen worden gestuwd. Een speciaal voertuig is uitgerust met een beweegbare schuif die het geheel in beweging brengt. Een schip wat omhoog moet, vaart onder de schuif door in de geul. De schuif wordt naar beneden gebracht en sluit de schip, inclusief water, van het onderste deel van het kanaal af. Het voertuig rijdt omhoog tot de sluisdeur aan de bovenkant wordt bereikt. De sluisdeur gaat open en het schip verlaat de waterhelling en vervolgt de reis. Deze constructie heeft als belangrijkste voordeel dat er geen bak en contragewicht nodig is waardoor het eenvoudig en goedkoop is. Nadelen zijn dat alleen relatief kleine schepen hiervan gebruik kunnen maken en er grote technische problemen waren met de voertuigen die de schuif langs de waterhelling omhoog of omlaag brengt. Er zijn twee hellingen van dit type gebouwd en deze liggen allebei in Frankrijk.

Montech[bewerken]

In 1974 kwam het hellend vlak van Montech in gebruik. Bij Montech op het Garonnekanaal verving deze constructie vijf sluizen. Schepen worden door een lange bak van 443 meter zo’n 13 meter omhoog geduwd of omlaag gelaten.

Fonsérannes[bewerken]

Op het Canal du Midi werd, parallel aan het beroemde sluizencomplex van Fonserannes, aan de rand van Béziers in 1984 een waterhelling (Frans: Pente d'eau) voor het scheepvaartverkeer geopend. De helling heeft een lengte van 272 meter en schepen worden verticaal 13,6 meter verplaatst. Door problemen met het voertuig, dat water en schepen naar boven en naar beneden brengt, is het hellend vlak van Fonserannes niet meer in gebruik.

Zie ook[bewerken]