Hellenisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rijk van Alexander de Grote bij zijn dood.

Hellenisme (Oud-Grieks: Ἑλληνισμός, Latijn: hellenismos) is een term die zowel voor een periode in de geschiedenis als voor een type beschaving wordt gebruikt.

Onder hellenisme verstaat men de historische periode vanaf de troonsbestijging van de Macedonische troon door Alexander de Grote tot de inlijving van Egypte, het laatste overgebleven Hellenistische koninkrijk, in het Romeinse Rijk in 30 v.Chr.. Cultureel had het hellenisme echter zijn doorwerking tot in het Romeinse Keizertijd en de Late Oudheid. Als aanduiding van een tijdperk werd de term "hellenisme" in het midden van de 19e eeuw voor het eerst door de Duitse historicus Johann Gustav Droysen (1808-1884) gebruikt. In de betekenis van "imitatie van het Griekse" werd de term "hellenismós" echter al in de klassieke oudheid gebruikt. [1]

Kenmerkend voor deze periode van de geschiedenis is de hellenisering, de penetratie, met name in de Oriënt van de Oud-Griekse cultuur en de invloed op zijn beurt van de oriëntaalse cultuur op deze Oud-Griekse cultuur. De hellenistische wereld besloeg een groot gebied en strekte zich van Sicilië en Zuid-Italië (Magna Graecia) over Griekenland uit tot in het noordwesten van India, het Zwarte Zee-gebied en Egypte. De hellenisering van de oriëntaalse bevolking zorgde er voor dat de stedelijke bevolking in Syrië en Klein-Azië nog tot ver in de middeleeuwen een vorm van Grieks spraken, het Koinè (κοινός, Koinos, "algemeen"). De culturele tradities van het hellenisme overleefden haar politieke ineenstorting en zouden nog eeuwen doorwerken in het Romeinse en Byzantijnse Rijk. Via deze weg heeft het hellenisme ook een grote betekenis gehad voor de westerse beschaving.

Inhoud

Etymologische en mythologische achtergrond van het woord Hellenisme [bewerken]

Het woord 'Hellenisme' stamt af van 'Hellas', in het begin de naam voor een deel van Thessalië in het oude Griekenland, later voor geheel Midden-Griekenland en nog later voor Griekenland als geheel. Men noemt hellenisering dan ook wel 'vergrieksing'. Het woord Helleen betekent door het voorvoegsel ἑλ (hel) "fel licht" of "verlicht". Het is verwant aan het woord helios ("zon") en elektron (dit betekende "amber"). In de Griekse mythologie stamden de Hellenen af van Ellin (Ἕλλην), zoon van Deucalion (Δευκαλίων) en Pyrrha (Πύῤῥα).

Hellenistische periode [bewerken]

1rightarrow.png Zie Hellenistische periode voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De periode waarin het hellenisme overheerste begon na de veroveringen van Alexander de Grote, die naar het oosten en zuiden toe een groot rijk stichtte (ca. 334 - 323 v.Chr.) dat grotendeels bestond uit het vroegere Perzische Rijk en waarin de Griekse taal de lingua franca werd; van Macedonië tot in Egypte en van Zuid-Italië tot in het noordwesten van India werd het zogeheten koinè-Grieks gesproken, wat "algemeen Grieks" betekent. De belangrijkste rijken in het hellenistisch cultuurgebied waren het rijk der Seleuciden in Syrië en dat der Ptolemaeën in Egypte. Als eindpunt wordt de Romeinse verovering, in het bijzonder van Egypte, genomen (30 v.Chr.), al bleef het Grieks ook nadien in de oostelijke helft van het Romeinse Rijk de overheersende taal. Ofschoon de zelfstandige politiek van de hellenistische koninkrijken hiermee ten einde was, was ondertussen het hellenisme de overheersende cultuur onder de besturende elite van het Romeinse Rijk geworden. Men kan dus zeggen dat de Romeinen de Grieken politiek overwonnen terwijl tegelijkertijd de Grieken de Romeinen cultureel overwonnen door middel van het hellenisme.

Wetenschap, filosofie en cultuur [bewerken]

Hellenistische invloeden strekten zich uit tot handel en verkeer, literatuur, wetenschap, filosofie en de kunst, waaronder bouwkunst en beeldhouwkunst. Kenmerken van het hellenisme waren, naast syncretisme, onder meer internationalisering (onder meer in handel en verkeer), systematisering (stedenbouw), realisme (in de beeldende kunsten in het algemeen), veel expressie, veel beweging via diagonale lijnen en individualisme (portretkunst). Grote veranderingen vonden plaats in de literatuur, zoals in de poëzie, romanverhalen, reisverhalen en avonturenverhalen. De Hellenistische wereldbeschouwing wordt meer gekenmerkt door antropocentrisme dan door theocentrisme.

Grote namen [bewerken]

Het hellenisme heeft grote namen voortgebracht, zoals de wetenschappers Eratosthenes, Archimedes, Aristarchus van Samothrace, Aristarchus van Samos en Euclides, filosofische scholen als die van de Epicureërs, de Stoïcijnen, en de grote en belangrijke bibliotheken van Alexandrië en Pergamum.

Wetenschap en onderzoek [bewerken]

In de Diadochentijd namen wetenschap en technologie een hoge vlucht. Hier wist men nog tot in de moderne tijd van te profiteren. Alexander de Grote werd op zijn grote veroveringstocht al vergezeld door landmeters. Hun metingen waren van grote waarde voor de geografie. Tijdens het hellenisme werden een aantal van de belangrijkste filosofische stromingen gevormd (zie bijvoorbeeld de Stoa, het Epicurisme en de Peripatetische School). Ook de wiskunde, kunst en geneeskunde konden zich in deze productieve tijd verder ontwikkelen.

Vanaf de Diadochentijd werd Alexandrië met zijn Mouseion en de bijbehorende bibliotheek van Alexandrië, waar de patronagepolitiek van de Ptolemaeën een belangrijke rol speelde,[2] het centrum van de Griekse geleerdheid. Het in het paleisgebied van de stad gelegen Mouseioncomplex laat zich nog het best met een moderne universiteit vergelijken. Met zijn collegezaal, de tot gesprekken uitnodigende wandelgangen en de gemeenschappelijke eetzaal van de plaatstelijke filologen vormde het een wetenschappelijk en cultureel centrum. Onder leiding van een hogepriester verdiepte men zich naast de filosofie ook in de natuurwetenschappen en geneeskunde. Hier kwam de geografische wiskunde tot volledige ontwikkeling. Ook werden er belangrijke bijdragen aan de filosofie en astronomie geleverd. De artsen in Alexandrië, met name Herophilos en Erasistratos waagden zich als eersten aan een uitgebreide studie van de menselijke anatomie. Bij deze studies voerden zij secties uit op de lijken van terechtgestelde misdadigers. Ook de beroemde Eratosthenes werkte hier. De wetenschappers, literatoren en kunstenaars, die in het Mouseion actief waren, konden tot op grote hoogte zelf bepalen, waar zij zich mee bezig wilden houden. Zo ontstond een internationale gemeenschap van geleerden, die al snel de aandacht van de satirici op zich wisten te vestigen. In Athenaeus 22 D worden zij met vogels vergeleken, die zich in de kooi van het Mouseion volvraten en de koning met hun gekibbel amuseerden.

De tot het Mouseion behorende bibliotheek bestond tot uit 700.000 rollen. Vooral Ptolemaeus II Philadelphus, de zoon en opvolger van Ptolemaeus, zette zich zeer in voor de uitbreiding van de bibliotheek. Hij liet de geschriften van de Grieken, Chaldeeën, Egyptenaren, Romeinen en Joden verzamelen, verwierf zich de bibliotheek van de aan het begin van de Diadochentijd gestorven Aristoteles en kocht vooral in Athene en op Rhodos veel boeken. Kallimachos stelde de eerste bibliotheekcatalogus op. De eerste hoofdbibliothekaris was Zenodotus van Efeze. De grote bibliotheek van Alexandrië had een positieve invloed op de ambitie van de heerser van het zich net van Seleucidische Rijk losgemaakte Pergamon (aan de westkust van het huidige Turkije). Ook daar begon men nu boeken te verzamelen en te laten kopiëren. Het door Ptolemaeus II van Egypte opgelegde exportverbod voor papyrus (chartae) omzeilden men in Pergamon door in plaats van papyrus gebruik te maken van het net ontwikkelde perkament. Later schonk Marcus Antonius aan Cleopatra VII, de laatste Ptolemaeïsche heerseres, 200.000 rollen uit de bibliotheek van Pergamon.

Het astronomische werk van Eudoxus van Cnidus (gestorven in 352 v.Chr.) werd in de 3e eeuw verder ontwikkeld door Aristarchos (gestorven in 230 v.Chr.) en Eratosthenes (gestorven 202 v.Chr.). Aristarchos legde het fundament voor het heliocentrische wereldbeeld en beweerde in zijn werken dat de aarde om zijn as draaide (omwenteling van de aarde). Eratosthenes wist de omtrek van de aarde met grote nauwkeurigheid te berekenen en schiep het systeem van meridianen. Al in de tijd van Alexander zeilde Pytheas tot in de Noordzee en ontdekte hij het tegenwoordige Verenigd Koninkrijk. Ptolemaeus II Philadelphus, de zoon van de Ptolemaeus, zond gezanten naar India en stuurde ontdekkingsreizigers naar de binnenlanden van Afrika. Ook op het gebied van de technologie werd veel vooruitgang geboekt. Mede daardoor konden Archimedes en Hero van Alexandrië enkele decennia later hun belangrijke uitvindingen doen. Al in de diadochentijd liet Demetrios Poliorketes een als Helepolis (ἑλέπολις) bekend staande, enorme belegeringstoren construeren, waarmee hij Rhodos aanviel.

Ook terwijl Alexandrië door de Ptolemaeën systematisch werd uitgebouwd tot het culturele centrum van de Hellenistische wereld, werden de andere steden niet verwaarloosd. Vooral het Griekse moederland werden door de Diadochen steeds meer met schenkingen in allerlei vorm bedacht. Seleucus gaf de door de Perzische koning der koningen Xerxes 200 jaar eerder uit Athene geroofde bibliotheek van Pisistratus weer terug. Om de Griekse openbare meningsvorming in hun voordeel te benutten, ondersteunden de Diadochen de verschillende steden (Poleis) financieel door stichting en de bouw van diverse bouwwerken, zoals het Olympieion in Athene. Deze ogenschijnlijke ondersteuning van het culturele leven en de financiële situatie van de Griekse steden stond in contrast met de toenemende en verregaande politieke machteloosheid. De gemeentelijke autonomie beperkte zich steeds meer tot interne stedelijke zaken. Buitenlandse politiek, defensie en belastingen werden volledig door de Diadochenheersers bepaald. Desondanks werden de Griekse steden behoedzaam behandeld. Zo kon cultuur en wetenschap zich in de Hellenistische periode in de steden op een manier ontwikkelen, die van het hellenisme als het ware de moderne tijd van de klassieke oudheid maakte.

Literatuur en kunst [bewerken]

De literatuur van het hellenisme heeft een aantal opmerkelijke werken voortgebracht. In het bijzonder de geschriften van Kallimachos, de belangrijkste Alexandrijnse dichter, en zijn leerlingen, waaronder Apollonius van Rhodos moeten worden genoemd. Appolonios van Rhodos beroemdste werk was de (Ἀργοναυτικά Argonautica) over de Argonauten. In de Hellenistische tijd ontstond ook de geromantiseerde Alexanderroman, die tot in de moderne tijd een grote populariteit genoot. In de middeleeuwen was dit genre na de bijbel zelfs het meest verspreide boektype. Alexanderromans werden van Europa tot in Zuidoost-Azië gelezen. Ook werken van historici over Alexander de Grote en zijn daden waren zeer geliefd.

In het algemeen kan worden gesteld dat de Hellenistische literatuur zich weliswaar grotendeels bewoog binnen het kader van reeds eerder ontwikkelde genres (drama, elegie, epigram, epos, hymnen, lyriek, enz.) bewoog, maar dat het deze gebieden ook verder ontwikkelde en zelfs soms opnieuw herschiep. Op het gebied van de komedie was vooral Menander van belang, die samen met de beroemde filosoof Epicurus in Athene als ephebe diende. Alleen de roman wordt als een oorspronkelijke ontwikkeling uit de Hellenistische periode gezien. Men kende zowel avonturen- en liefdesromans als ook reisboeken. In tegenstelling tot de oudere genres wordt de roman in proza​​ geschreven, wat op een lezerspubliek wijst; dit in tegenstelling tot de luisteraars bij publieke opvoeringen bij andere genres. Dit is een sterke aanwijzing voor de verspreiding van een eigen boekcultuur in de Hellenistische steden.

Dit transformatieproces in de literatuur werd bevorderd door een nieuwe vorm van openbare beschaving, zoals belichaamt door openbare scholen en vooral door het uitgebreide bibliotheekwezen in de Hellenistische periode. De bovengenoemde bibliotheken maakten het de wetenschappers en literatoren voor het eerst mogelijk om zich op grote schaal op reeds eerder geanalyseerde materiaal te verlaten en hun relatie daartoe te bepalen.

Het Hellenisme veranderde ook het raamwerk voor kunst en architectuur van de Grieken. Alexander de Grote en de Hellenistische heersers na hem, stichtten een groot aantal nieuwe steden, die tempels, gymnasia, theaters en pleinen nodig hadden en dus rijke ontwikkelingsmogelijkheden boden aan architecten en ambachtslieden. De residenties van de heersers werden tot centra van hofkunst, in het middelpunt waarvan de heerser zelf stond. Pergamon is een bijzonder treffend voorbeeld van een dergelijke residentiestad. Maar ook de stedelijke hogere klassen werden steeds meer over hun roem bij het nageslacht bezorgd en lieten ter positieve beïnvloeding daarvan hun werken door erestandbeelden documenteren.

De kunst van de Hellenistische periode verschilde van zijn voorgangers vooral door de intensieve confrontatie met de Oriënt en de barbaren. Er ontwikkelden zich hybride vormen tussen de Griekse en oriëntaalse kunst, bijvoorbeeld in het oosten van het huidige Iran. Terzelfdertijd zag men in de beeldhouwkunst een versterkt streven naar realisme, met inbegrip van afbeeldingen van de in klassieke periode verwaarloosde lagere klassen van de samenleving en dat soms doorschoot naar het groteske. Belangrijke kenmerken van de Hellenistische kunst zijn expressionistische stijlelementen en pathetische motieven (voorbeelden: De dronken oude man en de Barberinische Faun, beide in de Glyptotheek in München) als ook het uitbeelden van de personages in de ruimte. Daarnaast was een belangrijk kenmerk van Hellenistisch kunst de ondersteuning van de zelfrepresentatie van de heersers. Door het gebruik van goddelijke attributen, werd de prominente positie en het triomfalisme van de vorst benadrukt.

Als er boven uitstekende werken uit de Hellenistische kunst kunnen in het bijzonder worden genoemd: de Galliëranathemen van Attalos I (bewaard gebleven in Romeinse kopieën, bekend zijn vooral de stervende Galliër en de Galliër die zijn vrouw doodt), het Pergamon-altaar in Berlijn, de Nikè van Samothrace, de Aphrodite van Melos (ook Venus van Milo, beide in het Louvre) en als een van de laatste grote artistieke creaties van het hellenisme, de Laocoön-groep in Rome. Burckhardt bedacht voor de ontroerende, emotionele stijl van deze beelden de term Pergamenische barok.

Zie ook [bewerken]

Verder lezen [bewerken]

Voetnoten [bewerken]

  1. zie het artikel Hellenismus in de Kleinen Lexikon des Hellenismus, blz. 1-9.
  2. zie Peter Green, Alexander to Actium, blz. 80 e.v.