Hellenistische periode

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samenvoegen naar Iemand vindt dat de inhoud van dit artikel ingevoegd zou moeten worden in Hellenisme, of dat er een duidelijkere afbakening tussen beide artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dit artikel een redirect te worden (hier melden).
Geschiedenis van Griekenland

Athina Akropolis relief front 2005-04.jpg



Portaal  Portaalicoon  Griekenland
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

De hellenistische periode (323 v. Chr.–146 v.Chr.) is een periode in de griekse geschiedenis die begon met de dood van Alexander de Grote en eindigt met de annexatie van het Griekse schiereiland door het Romeinse Rijk. De twintigjarige Alexander (336 v.Chr.-323 v.Chr.) (Grieks "Aléxandros"), volgde zijn vader Philippus II van Macedonië op. Hij onderdrukte enkele Griekse opstanden en stelde Thebe als afschrikwekkend voorbeeld, door het met de grond gelijk te maken behalve het huis van de dichter Pindarus, die hij erg waardeerde. Door zijn tochten naar Egypte, Voor-Azië en Perzië maakte hij in korte tijd van Macedonië een wereldrijk, het Macedonische Rijk.

Macedonië en de hellenistische Griekse staates rond 200 v.Chr.

Op drieëndertigjarige leeftijd stierf Alexander de Grote te Babylon een plotselinge dood. Veldheren en stadhouders vochten met elkaar over de opvolging, een strijd die wel vijftig jaren duurde. Toen kwam er wat rust; het uitgestrekte wereldrijk was uiteengevallen in drie grote rijken van "de diadochen" ("opvolgers"): Egypte met de hoofdstad Alexandria, Syrië met Antiochia en Macedonië met Pella. Daarnaast ontstond in Klein-Azië een aantal kleinere "hellenistische" vorstendommen waarvan Pérgamon de grootste rol heeft gespeeld. Griekenland zelf behoorde aan Macedonië; de pogingen zich vrij te maken mislukten door onderlinge verdeeldheid.

Het hellenisme[bewerken]

1rightarrow.png Zie hellenisme voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De vroege dood van Alexander belette het ontstaan van een hecht wereldrijk, maar zijn werk heeft grote gevolgen gehad voor de beschaving: hij opende de wereld voor de Griekse of Helleense cultuur en verzekerde daardoor haar voortbestaan. Hij wilde de regionale Helleense beschaving, vermengd met oosterse beschavingselementen, zien uitgroeien tot een internationale hellenistische cultuur. Alexander, die de Griekse én oosterse cultuur bewonderde, streefde naar een samenwerking der volken. Daartoe stichtte hij steden met een gemengde, multi-culturele bevolking; de taal in de hogere kringen van de hellenistische staten was het Grieks. In dat Grieks-oosterse rijk wilde hij een samengroeien van overwinnaars en overwonnenen, zonder onderscheid tussen Grieken en "bárbaroi". Zo leidde hij een nieuw cultuurtijdperk, dat van het hellenisme in. Verscheidene hellenistische staten beleefden een tijdlang een hoge geestelijke bloei. Vele Grieken trokken als handelaar, kunstenaar, dichter of geleerde naar de hellenistische hoofdsteden.

Na de Slag bij Chaeronea, waar het vrije Hellas geen stand had weten te houden, verplaatste het zwaartepunt van de Griekse cultuur zich binnen enkele decennia van Athene naar de door Alexander gestichte stad Alexandria, het nieuwe middelpunt van de toen beschaafde wereld. De multiculturele stad groeide uit tot een verzamelplaats van kunstenaars en geleerden en bezat het beroemde Mouseion, de grootste bibliotheek en studiecentrum van de oudheid. Ook al lag het culturele zwaartepunt nu in Alexandrië en andere hellenistische hoofdsteden, voor de beoefening van de wijsbegeerte bleef Athene hét centrum. In het Romeinse wereldrijk werd het hellenisme een hoofdbestanddeel van de Romeinse cultuur. Men hoorde pas bij de Romeinse elite en toonde zich beschaafd als men een grote kennis van de Griekse beschaving had en naast Latijn ook Grieks sprak.