Helmuth Weidling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Helmuth Weidling, 15 januari 1943

Helmuth Otto Ludwig Weidling (Halberstadt, 2 november 1891 - Vladimir, 17 november 1955) was een Duitse generaal die een belangrijke rol speelde bij de verdediging van Berlijn aan het eind van de Tweede Wereldoorlog.

Hitler verkeerde in april 1945 in de veronderstelling dat Weidling zijn troepen tegen de opdrachten in had teruggetrokken en gaf opdracht Weidling te fusilleren. In werkelijkheid bevonden de troepen van Weidling zich in hevige gevechten, slechts een paar honderd meter van de frontlinie.

Nadat Weidling hoogstpersoonlijk aan Adolf Hitler was komen uitleggen dat zijn troepen zich geen meter hadden teruggetrokken, kwam Hitler onder de indruk van het werk van Weidling en benoemde hem tot commandant die de inmiddels kansloze verdediging van de gehele omgeving van het inmiddels in een frontstad veranderde Berlijn. In de speelfilm Der Untergang gaf Weidling zijn mening daarover: "hij had me net zo goed meteen kunnen fusilleren".

Uitzondering was het regeringsdistrict dat verdedigd werd door soldaten van SS-generaal Wilhelm Mohnke.

Als commandant verbleef Weidling de laatste dagen van de oorlog regelmatig in de Führerbunker waar Hitler later zelfmoord pleegde. Nadat Weidling hoorde dat Hitler zichzelf om het leven had gebracht, gaf hij op 2 mei 1945 de opdracht de vijandelijkheden te staken om daarmee tenminste nog een aantal mensenlevens te kunnen redden.

Weidling werd door de Russen gevangengenomen en zou nooit meer terugkeren. Hij stierf in 1955 op 64-jarige leeftijd in gevangenschap in de Russische gevangenis Wladimirowka.