Henck Arron

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Henck Arron in 1988.

Henck Alphonsus Eugène Arron (Paramaribo, 25 april 1936Alphen aan den Rijn, 4 december 2000), was een Surinaams politicus.

Arron werd geboren in Paramaribo. Hij voltooide in 1956 de middelbare school (AMS) en vertrok naar Nederland voor een opleiding in het bankwezen. Arron werkte enkele jaren bij de Amsterdamsche Bank. Vervolgens keerde hij terug naar Suriname, waar hij bij Vervuurts Bank (tegenwoordig de 'Hakrinbank') ging werken. Eind 1963 werd hij onderdirecteur van de Volkskredietbank.

Arron werd in 1961 bestuurslid van de Nationale Partij Suriname (NPS). In 1963 werd hij statenlid. In 1969 werd hij waarnemend fractieleider, en in 1970 werd Arron voorzitter van de NPS. Bij de verkiezingen van 1973 was hij lijsttrekker van de Nationale Partij Kombinatie (NPK) bestaande uit de NPS, de PNR, de PSV en de KTPI. De NPK behaalde 22 van de 39 zetels in de Staten (parlement) en de overige 17 zetels gingen naar de VHP zodat de PNP van premier Jules Sedney geen enkele zetel kreeg.

Eerste kabinet Arron[bewerken]

Na de verkiezingen formeerde Arron een kabinet dat op 24 december 1973 werd beëdigd:

Ministerie Minister

Algemene Zaken en Financiën

Henck Arron (NPS)
(tevens premier)

Arbeid en Volkshuisvesting

Frits Frijmersum (PNR)

Binnenlandse Zaken

Coen Ooft (PSV)

Districtsbestuur en Decentralisatie

Olton van Genderen (NPS)

Economische Zaken

Eddy Bruma (PNR)

Justitie en Politie

Eddy Hoost (PNR)

Landbouw, Veeteelt en Visserij

Willy Soemita (KTPI)

Onderwijs en Volksontwikkeling

Ronald Venetiaan (NPS)

Opbouw

Michael Cambridge (NPS)

Openbare Werken en Verkeer

Achmed Karamat Ali (NPS)

Sociale Zaken

André Soeperman (KTPI)

Volksgezondheid

Mike Brahim (PSV)

Tweede kabinet Arron[bewerken]

Het kabinet dat op 28 december 1977 werd beëdigd:

Ministerie Minister

Arbeid en Volkshuisvesting

Pannalal Parmessar (HPP)

Binnenlandse Zaken

Olton van Genderen (NPS)
(tevens vicepremier)

Buitenlandse Zaken

Henck Arron (NPS)
(tevens premier)

Economische Zaken

Ludwig Zuiverloon (PSV)

Financiën

Lesley Goede (NPS)

Justitie

Soerdj Badrising (HPP)

Landbouw, Veeteelt en Visserij

Johan Sisal (KTPI)

Onderwijs en Volksontwikkeling

Ronald Venetiaan (NPS)

Opbouw

Michael Cambridge (NPS)

Openbare Werken en Verkeer

Achmed Karamat Ali (NPS)

Sociale Zaken

Cornelis Ardjosemito (KTPI)

Volksgezondheid

Mike Brahim (PSV)

Nadat de KTPI de regeringscoalitie had verlaten werd in februari 1979 R.A.P. van Ling minister van Sociale Zaken en J.T. Kasantaroeno minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij.

Onafhankelijkheid[bewerken]

Standbeeld van Henck Arron bij de Palmentuin

Op 15 februari 1974 kondigde hij aan dat Suriname "ultimo 1975" onafhankelijk moest worden. Oppositieleider Jagernath Lachmon was hier fel tegen, maar Arron zette door. Hij leidde persoonlijk de onderhandelingen met Nederland. De hindoestanen onder Lachmon draaiden op het laatste moment bij.

Op 25 november 1975 werd Suriname onafhankelijk, en werd Arron de eerste premier van de Republiek Suriname en tevens minister van Buitenlandse Zaken (tot de onafhankelijkheid was 'Buitenlandse Zaken' een koninkrijksaangelegenheid). Zijn regering werd geen succes. Arron schortte de verkiezingen op tot 1977. In oktober van dat jaar won de NPS de verkiezingen, al werd hij wel beschuldigd van verkiezingsfraude. In het nieuwe kabinet werd Arron opnieuw premier en minister van Buitenlandse Zaken. Hij werd tevens minister van Defensie (bijgestaan door een onderminister R.W. Willemzorg), maar daar stond tegenover dat hij als minister van Financiën werd opgevolgd door Lesley Goede.

In 1980 pleegden 16 sergeants van het Nationaal Leger van Suriname onder leiding van Desi Bouterse een coup. De regering-Arron werd beschuldigd van corruptie en afgezet terwijl de verkiezingen die voor 27 maart 1980 gepland stonden niet doorgingen. Arron werd gevangengezet en kreeg later huisarrest.

In 1987 volgden vrije verkiezingen en werd Arron vicepresident van de regering onder Ramsewak Shankar. In 1990 stuurde Bouterse deze regering naar huis, middels de zogeheten "telefooncoup".

Op 25 november 2000 werd Arron door president Venetiaan tijdens de herdenking van 25 jaar onafhankelijkheid onderscheiden met de hoogste Surinaamse onderscheiding: de Gele Ster.

Arron bracht in december 2000 op uitnodiging van het Koninklijk Instituut voor de Tropen een bezoek aan Nederland, samen met Jagernath Lachmon. Hij werd geïnterviewd in het radioprogramma 'De Ochtenden'. Hij gaf toe dat geen enkele Surinaamse regering sinds de onafhankelijkheid een voldoende had gehaald; niettemin vond hij de Nederlandse bedilzucht nog steeds niet te verdragen. Lachmon, die eigenlijk altijd tegen de onafhankelijkheid was geweest, Arron en Jan Pronk, die als minister van ontwikkelingssamenwerking betrokken was geweest bij de dekolonisatie van Suriname, debatteerden op 3 december met elkaar over 25 jaar onafhankelijkheid. Hierbij werd Arron vanuit de zaal bekritiseerd door de Surinaams-Hindoestaanse publicist Anil Ramdas. Een dag later, op de verjaardag van Arrons vrouw, brachten Arron en Lachmon een beleefdheidsbezoek aan de toenmalige voorzitter van de Tweede Kamer, Jeltje van Nieuwenhoven. 's Avonds overleed Arron tijdens een familiebezoek in Alphen aan den Rijn aan een hartstilstand. Hij werd 64 jaar oud. President Venetiaan reageerde verslagen. Enkele dagen later kwamen honderden mensen bijeen in de Mozes en Aäronkerk in Amsterdam. De voorgenomen huldiging van Arron in Nederland, op 9 december, moest worden afgelast.

Op 25 april 2003 werd de Gravenstraat in Paramaribo omgedoopt tot Henck Arronstraat. President Venetiaan hield een toespraak bij de onthulling van het naambord.

Op 26 april 2006 werd er een standbeeld (gebeeldhouwd door Erwin de Vries) van Henck Arron opgericht in de Palmentuin recht tegenover het Kabinet van de President.

Literatuur[bewerken]

  • Peter Meel, Man van het moment: een politieke biografie van Henck Arron, 2014, Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789035142367
Voorganger:
J. Sedney
Premier van Suriname
1973 - 1980
Opvolger:
H.R. Chin A Sen
Voorganger:
H.S. Radhakishun
Minister van Financiën
1973-1977
Opvolger:
L.E. Goede
Voorganger:
--
Minister van Buitenlandse Zaken
1975 - 1980
Opvolger:
H.R. Chin A Sen
Voorganger:
E.A. Hoost
Minister van Defensie
1977 - 1980
Opvolger:
M.E. van Rey
Voorganger:
J.A. Wijdenbosch
(als premier)
Vicepresident van Suriname
1988 - 1990
Opvolger:
J.A. Wijdenbosch