Hendrick van Uylenburgh

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hendrick van Uylenburgh (circa 1587-1661) was een Nederlandse kunsthandelaar.

Van Uylenburgh stamde uit een doopsgezinde Friese familie. Met zijn ouders, broer en zuster emigreerde hij naar Krakow, waar zijn vader tot koninklijke meubelmaker werd benoemd. Hendrick werd opgeleid tot schilder, maar was ook actief als kunstagent van koning Sigismund III van Polen. Rond 1612 verhuisde hij naar Gdańsk, destijds de grootste haven van Polen en van de Oostzee, vanwaaruit intensief verkeer met Amsterdam bestond. Omstreeks 1625 vestigde hij zich in Amsterdam, in het hoekhuis naast het huidige Rembrandthuis in de Jodenbreestraat, voorheen de kunsthandel van Cornelis van der Voort. Aan de andere kant van de Sint Antoniesbreesluis woonde Pieter Lastman, bij wie Rembrandt van Rijn een aantal maanden in de leer was.

In 1631 trok Rembrandt opnieuw naar Amsterdam en nam zijn intrek in het huis van Van Uylenburgh, naar het zich laat aanzien in verband met de opdracht van de Anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp. Vanaf die jaren begonnen zowel het succes van de firma Van Uylenburgh als de grootse carrière van Rembrandt. Van Uylenburgh leidde het atelier op professionele wijze en wist hoge prijzen voor Rembrandts werk te vragen. In 1634 trouwde Rembrandt met Saskia van Uylenburgh, een nichtje van Hendrick. Rembrandt schilderde Saskia's tante Aeltje van Uylenburgh en haar echtgenoot, de predikant Johannes Silvius. Na vier jaar volgde Govert Flinck Rembrandt op als leider van het atelier.

Van Uylenburgh verhuisde in 1647 naar de Dam. Zijn plaats als kunsthandelaar van Rembrandt was al overgenomen door Joannes de Renialme. Toen Van Uylenburg in 1654 een huurachterstand had opgelopen, maar ook omdat op die plek het nieuwe stadhuis werd gebouwd, betrok hij een pand op de Westermarkt. In 1661 werd Hendrick van Uylenburgh begraven in de Westerkerk. De firma Van Uylenburgh had inmiddels een pand betrokken op de Lauriergracht, voorheen bewoond door Govert Flinck en Jurriaen Ovens.

Zijn zoon Gerrit van Uylenburgh volgde zijn vader op en breidde de zaak internationaal uit. Gerrit van Uylenburg kwam in 1671 in opspraak toen hij dertien schilderijen aan keurvorst Frederik Willem van Brandenburg wilde verkopen. De collectie werd afgekeurd en teruggestuurd. Van Uylenburg organiseerde een contra-expertise. In totaal zouden vijfendertig schilders uitspraak doen over de echtheid van de schilderijen, waaronder Jan Lievens, Melchior de Hondecoeter, Gerbrand van den Eeckhout en Johannes Vermeer. Deze transactie was funest voor de reputatie van Gerrit van Uylenburg en de firma ging in 1675 failliet.

In 2006, het Rembrandtjaar, had het Rembrandthuis een tentoonstelling over de kunsthandel van vader en zoon Van Uylenburgh. De tentoonstelling was ook te zien in de Dulwich Picture Gallery in Londen.

Rombertus van Uylenburgh, een oom van Hendrick van Uylenburgh, was burgemeester van Leeuwarden.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Tussenbroek, G. van (2005) Grachten in Berlijn. Hollandse bouwers in de Gouden Eeuw.
  • Wijnman, H.F. (1956) Rembrandt en Hendrick Uylenburgh te Amsterdam. Maandblad Amstelodamum, p. 100-109.