Hendrik II van Guise
| Hendrik II van Guise | ||
| 1614-1664 | ||
| Hertog van Guise | ||
| Periode | 1640-1664 | |
| Voorganger | Karel I | |
| Opvolger | Lodewijk Jozef | |
| Graaf van Eu | ||
| Periode | 1640-1654 | |
| Voorganger | Karel I van Guise | |
| Opvolger | Lodewijk van Joyeuse | |
| Vorst van Joinville | ||
| Periode | 1640-1641 | |
| Voorganger | Karel | |
| Opvolger | Henriette | |
| Vader | Karel I van Guise | |
| Moeder | Henriette van Joyeuse | |
Hendrik II van Guise (Parijs, 4 april 1614 - aldaar, 2 juni 1664) was de tweede zoon van Karel I van Guise en van Henriette van Joyeuse.
Hendrik was voorbestemd voor de geestelijke staat en werd al op 15-jarige leeftijd aartsbisschop van Reims. Door het overlijden van zijn oudste broer en daarna zijn vader op één jaar tijd werd hij in 1640 hertog van Guise, prins van Joinville en graaf van Eu.
Hendrik was gehuwd met:
- Anna Maria Gonzaga (1616-1684), dochter van Karel I van Mantua, van wie hij scheidde,
- Honorina van Grimbergen, van wie hij ook scheidde.
Hij overleed in 1664 kinderloos en werd als hertog van Guise opgevolgd door zijn neef Lodewijk Jozef
Hij nam, samen met Lodewijk van Bourbon, deel aan een samenzwering tegen Richelieu en werd hiervoor tot de dood veroordeeld, maar kon ontsnappen naar Vlaanderen. Hendrik kreeg genade en kon terugkeren, waarbij hij Guise terugkreeg maar Joinville moest afstaan aan zijn moeder. In 1647 nam hij deel aan de opstand van Masaniello en werd hoofd van de koninklijke republiek Napels, maar werd vervolgens verslagen door de Spanjaarden, die Hendrik gevangen hielden tot 1652.