Hendrik Johan de Haas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Djember, waar De Haas werd vermoord door de Japanners

Hendrik Johan de Haas (Batavia, 28 november 1904 - geëxecuteerd, Djember, 15 augustus 1945) was een Nederlands sergeant-majoor der infanterie van het Indische leger en postuum begiftigd met de Bronzen Leeuw.

Loopbaan[bewerken]

De Haas meldde zich op 17-jarige leeftijd aan als soldaat en nam aan diverse krijgsverrichtingen deel, waardoor hij in het bezit was van het Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven. Tijdens het begin van de Japanse bezetting woonde hij met zijn gezin te Salatiga. Hij onttrok zich in 1942 aan de krijgsgevangenschap en trok in inheemse kleding (zijn vader was Nederlands, maar zijn moeder Indisch) over Java; eind mei 1942 kwam hij voor de tweede keer te Salatiga aan; hij nam aldaar de taak op zich om brieven van Nederlandse vrouwen naar Malang, Djokjakarta, Bandoeng en Batavia over te brengen. Tijdens zijn reizen zag hij bij Bandoeng de slechte toestanden in de kampen en hoorde hij vage geruchten over de voortzetting van de strijd door Nederlandse- en Australische guerrillagroepen. Daarnaast zag hij Japanse soldaten mensen mishandelen en was het hem opgevallen dat ook de inheemse politie op wrede wijze tegen de Nederlanders en Indische Nederlanders optrad.

De Haas besloot om de autoriteiten in Australië in te lichten over deze toestanden; hij zamelde geld in tot dit doel en ging in Soerabaja op zoek naar mensen die met hem de oversteek wilden wagen. De Haas reisde vervolgens met vier andere personen (douane-ambtenaar C.D. Schlette, J.C. Buxton en twee Menadonezen, de marechaussee Danus en de cavalerist van het KNIL Mongan) naar Banjoewangi; aldaar beweerde De Haas dat hij een Sumatraan was die naar Soembawa wilde oversteken om er inkopen te doen. Het gelukte De Haas een prauw te kopen en Soemba te bereiken en hierna door te steken naar de Australische kust, waar men in december bij Port Keats aan land ging. Van hieruit bracht een vliegtuig hen naar Darwin; Buxton bleef hier maar De Haas, Schlette, Danus en Mongan vlogen via Brisbane door naar Melbourne, waar zij een ontmoeting met de NEFIS hadden. De Haas werd vervolgens door de NEFIS ingeschakeld bij het opleiden van geheime agenten; in september 1944 werd hij bevorderd tot onderluitenant en zelf als geheim agent naar Java gezonden. De Haas en zijn medewerker Soeprapto (sergeant van het KNIL) dienden aldaar zes opdrachten uit te voeren, waaronder steun verlenen aan illegale organisaties, onderduikplaatsen zoeken voor geheime agenten en militaire gegevens verzamelen. Dit alles moest zonder deugdelijke hulpmiddelen en in het derde jaar der Japanse bezetting worden uitgevoerd.

Met een prauw werd op 7 november de haven van Panaroekan, aan de Straat Madoera, bereikt; De Haas en Soeprapto gingen hier aan land en namen vervolgens contact op met de regent aldaar. Dit contact werd echter bekend bij een hoge Indonesische bestuursambtenaar, die de Kempeitai inlichtte. De Haas en de regent werden een week na aankomst van De Haas gearresteerd en naar de gevangenis van Djember overgebracht. De regent werd in het begin van het jaar 1945 vermoord en De Haas werd in augustus 1945 geëxecuteerd. Het is niet zeker wat er met Soeprapto is gebeurd maar waarschijnlijk is hij eveneens in handen van de Kempeitai gevallen en overleden aan de ontberingen in de gevangenis. De Haas werd postuum bij Koninklijk Besluit van 30 januari 1951 nummer 22 begiftigd met de Bronzen Leeuw.[1] De locatie van zijn laatste rustplaats is niet bekend.

Zie ook[bewerken]

Portal.svg Portaal KNIL
Bronnen, noten en/of referenties