Hendrik Werkman
Hendrik Nicolaas Werkman (Leens, 29 april 1882 - Bakkeveen, 10 april 1945) was een Nederlands expressionistisch kunstenaar en verzetsstrijder. Hij werd bekend als de drukker van "De Ploeg", de kunstenaarsvereniging die aan het begin van de 20e eeuw het culturele leven in Groningen "opschudde".
Leven en werk [bewerken]
Hendrik Werkman was boekdrukker (vanaf 1907 zelfstandig) en had een kleine uitgeverij in Groningen, waar in hoogtijdagen ongeveer twintig mensen werkten. Als lid van de (in 1918 opgerichte) Groninger schildersvereniging "De Ploeg" maakte hij verschillende affiches, uitnodigingen en catalogi voor de activiteiten van de vereniging. In 1921-22 gaf hij het door hemzelf gedrukte Blad voor Kunst uit, waarvan de redactie werd gevormd door Jan Wiegers en Jan Gerrit Jordens (voor de beeldende kunst), Auguste Defresne (letterkunde) en Daniël Ruyneman (muziek). Na zes nummers werd het opgevolgd door het tijdschrift The next call, waarop hij meer zijn persoonlijke stempel kon drukken. Hij gaf het in eigen beheer uit van 1923 tot 1926 en wisselde het uit met avant-gardisten in Parijs, Antwerpen en Rusland, onder wie Michel Seuphor.
Werkman heeft ook geschreven. Hij is de auteur van een klein aantal experimentele gedichten en poëtische prozastukken, waarvan enkele bij de Dada-stroming kunnen worden ingedeeld. Andere teksten zijn manifesten, die hij gebruikte bij het opschudden van het culturele leven in Groningen, bijvoorbeeld Groningen Berlijn Moskou Parijs 1923 en Groeiende Lach. Enkele van zijn teksten werden opgenomen in de biografie van Werkman door Hans van Straten (1963). In 1968 werd een selectie van zijn correspondentie uitgegeven in de serie Privé-domein.
Tijdens de oorlog verzorgde hij samen met August Henkels, Adri Buning en Ate Zuithoff onder de naam De Blauwe Schuit verschillende uitgaven die in bedekte termen kritiek leverden op het nazi-bewind. De teksten werden door Werkman voorzien van prachtige kleurrijke "druksels". Uit die tijd stamt ook een van zijn bekendste werken, een dubbele serie van tien druksels getiteld: "Chassidische Legenden I en II".
Vlak voor de Tweede Wereldoorlog kwam Werkman in contact met Willem Sandberg, op dat moment hoofdconservator van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Sandberg, die oorspronkelijk was opgeleid tot typograaf, verwierf veel werk van Werkman voor het Stedelijk Museum. Het was ook Sandberg die hem in 1939 zijn eerste solotentoonstelling bezorgde in Amsterdam. Zijn voormalige werkruimten aan Lage der A nummer 13 zijn verbouwd tot ateliers.
Werkman werd met 9 anderen gefusilleerd door SD'er Peter Schaap (van het Scholtenhuis) in de bossen bij Bakkeveen, drie dagen voor de bevrijding van Noord-Nederland. De redenen voor zijn arrestatie en executie zijn nooit helemaal duidelijk geworden. Volgens Monique Brinks[1] was het naderen van de Canadese bevrijders in april 1945, en dus een mogelijk, aanstaande bevrijding, de oorzaak van paniek op het Scholtenhuis. Koortsachtig werd door de SD’ers die daar vertoefden, gezocht naar manieren om zich van belastend(e) materiaal en personen te ontdoen. De administratie van het Scholtenhuis werd vernietigd en de tientallen gevangenen werden, nadat zijn in groepen waren verdeeld, weggevoerd en doodgeschoten om te voorkomen dat zij in handen van de bevrijder zouden vallen en tegen de Duitsers konden betuigen. Hij ligt begraven op de begraafplaats van Bakkeveen.
Postuum [bewerken]
Aan de Nije Drintsewei (te Allardsoog tussen Bakkeveen en de volkshogeschool) staat een monument ter nagedachtenis van Werkman en de negen anderen die tegelijk met hem werden gefusilleerd. Ook bij zijn geboortehuis in Leens stond een monument, gemaakt door de bronsgieter Ben Joosten. In het gemeentehuis van De Marne in Leens staan twee beelden van Annet Gaaikema als hommage aan Werkman.
Het H.N. Werkman College, een school voor voortgezet onderwijs in het centrum van Groningen, is naar Werkman genoemd. Deze gemeentelijke openbare scholengemeenschap houdt de erfenis van Werkman levend in het kunstonderwijs en in regelmatig terugkerende projecten. In 1992 maakte de Nederlandse regisseur Gerrard Verhage Ik ga naar Tahiti, een gedramatiseerde documentaire over Werkmans laatste dagen.
Dochter Fie publiceerde in 1987 het boek Herinneringen aan mijn vader Hendrik Nicolaas Werkman.
Het Groninger Museum te Groningen alsmede de Stichting Stedelijk Museum Amsterdam en de Stichting H.N. Werkman bezit een grote collectie druksels, gebruiksgrafiek, tekeningen, schilderijen en brieven van Hendrik Nicolaas Werkman. De collectie van beide stichtingen is in het jaar 1999 in langdurig bruikleen overgedragen aan het Groninger Museum. In het voorjaar van 2007 werd een expositie Werkman Online georganiseerd bij de afronding van de publieksversie van de database die door de medewerkers van het Werkmanproject (in 2002 gestart op initiatief van de Stichting H.N. Werkman) is gerealiseerd. Dit markeerde het einde van het langdurig bruikleen van de Werkman-collectie van het Stedelijk Museum aan het Groninger Museum. Na de tentoonstelling werden de schilderijen, druksels, tekeningen en grafiek geretourneerd aan het Stedelijk Museum.
In 2008 verscheen H.N. Werkman, Het complete oeuvre, waarin voor het eerst een nagenoeg compleet overzicht gegeven wordt van zijn omvangrijke oeuvre. De publicatie vormt een onderdeel van het Werkmanproject. In het Grafisch Museum Groningen is een Werkman-atelier ingericht, waar aan de hand van authentiek materiaal wordt getoond hoe Werkmans technieken tot stand zijn gekomen. Ook zijn er verschillende ter plaatse vervaardigde reproducties van zijn druksels te bezichtigen.
Bronnen, noten en/of referenties
|