Hendrik van Aragón

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hendrik van Aragón (1400 - Calatayud, 1445) was prins van Aragón, hertog van Alburquerque, graaf van Villena en Empúries, heer van Ledesma en grootmeester in de Orde van Santiago (van 1409 tot 1445).

Leven[bewerken]

Hendrik was een zoon van Ferdinand I van Aragón en Eleonora Urraca van Castilië.

Nadat Ferdinand was overleden werd de oudste broer van Hendrik, Alfons, koning van Aragón. Ferdinand had vele bezittingen in Castilië achtergelaten. De aandacht van Alfons ging vooral uit naar het oostelijk deel van het koninkrijk van Aragón, namelijk Sicilië en Napels. De één na oudste broer, Johan, erfde het koninkrijk van Navarra. Hendrik zou zijn aandacht vervolgens op Castilië richten. Onder invloed van zijn vader mengde hij zich al op jonge leeftijd in de politiek van het Castiliaanse hof, samen met zijn neef Johan II van Castilië. Volgens het testament van zijn oom Hendrik III van Castilië zou hij een belangrijke post in de Castiliaanse hofraad moeten krijgen.

Toen Lorenzo Suárez de Figueroa, meester in de Orde van Santiago in 1409 stierf, wist zijn vader er voor te zorgen dat Hendrik zijn opvolger werd, hoewel hij slechts negen jaar oud was. De moeder van Johan, Catharina van Lancaster, deed haar best om dit te verhinderen, maar slaagde daar niet in. Toen in 1416 zijn broer Sancho, meester in de orde van Alcántara, stierf, kreeg Hendrik de titel overgedragen door Juan de Sotomayor.

In 1420 kwam Hendrik in opstand tegen koning Johan II van Castilië en in Tordesillas probeerde hij een staatsgreep. Hij nam de koning gevangen, maar liet diens raadheer Álvaro de Luna in zijn gezelschap. Deze wist de koning te bevrijden en samen wisten zij vervolgens te vluchten. In november 1420 trouwde hij in Talavera de la Reina met zijn nicht, de prinses Catharina van Castilië (1404-1438), een oudere zus van Johan II van Castilië (°1405 - +1454). In juni 1422[1] werd hij door de koning gevangengenomen en in het kasteel van Mora opgesloten.

Alfons V reisde in 1423 terug vanuit Italië en dreigde Castilië aan te vallen als zijn broer Hendrik niet zou worden vrijgelaten. Bovendien eiste Alfons de Castiliaanse bezittingen van zijn familie op die door Johan II in beslag waren genomen. In 1425 werd een verdrag gesloten met Johan II van Aragón en werd Hendrik vrijgelaten, maar in 1427 trok Hendrik opnieuw naar Castilië om land op te eisen. Johan II gaf vervolgens Trujillo, Alcaraz, Andujar en andere bezittingen terug aan de Prinsen van Aragón. 1429 rukten de prinsen opnieuw op naar Castilië. Nu kwamen de kardinaal van Foix en Maria van Aragón tussenbeide, waarna de prinsen zich terugtrokken.

Hendrik zag zich daarna gedwongen Spanje te verlaten. Hij reisde zijn broer Alfons achterna naar Italië. In 1438 overleed zijn vrouw Catharina. Niet lang daarna hertrouwde Hendrik met Beatrix van Pimentel. In 1445 streden de prinsen van Aragón opnieuw tegen Johan II en verloren zij de eerste slag bij Olmedo. Hendrik overleed daarna aan de verwondingen die hij in deze veldslag opliep.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Vicente Angel Alvarez Palenzuela, Enrique, infante de Aragón, maestre de Santiago, Universidad Autonoma de Madrid
  • Eloy Benito Ruano, Los infantes de Aragón, Real Academia de la historia, ISBN 9788495983084