Hendrik van Oranje-Nassau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Willem Frederik Hendrik van Oranje-Nassau
13 juni 1820 - 13 januari 1879
Prins Hendrik
Prins Hendrik
Stadhouder van het Groothertogdom Luxemburg
Periode 1850-1879
Vader Willem II der Nederlanden
Moeder Anna Paulowna van Rusland
Geboorteplaats Soestdijk
Stamboom.png Stamboom

Willem Frederik Hendrik (Paleis Soestdijk, 13 juni 1820Kasteel Walferdange, Luxemburg, 13 januari 1879), prins der Nederlanden, prins van Oranje-Nassau, was de derde zoon van koning Willem II der Nederlanden en Anna Paulowna.

Loopbaan[bewerken]

Prins Hendrik had een lange carrière in de marine en werd daarom ook wel (Hendrik) de Zeevaarder genoemd. Op zijn sterfbed werd hij nog tot admiraal benoemd. Tevens werd hij door zijn broer Willem III op 5 februari 1850 aangesteld als stadhouder van het groothertogdom Luxemburg. Zijn residentie als stadhouder was het kasteel Walferdange (Luxemburgs: Walfer, Duits: Walferdingen). Tegenwoordig is dit kasteel onderdeel van de Universiteit van Luxemburg.

Dynastieke verplichting[bewerken]

Hendrik was tweemaal gehuwd. Zijn eerste huwelijk op 19 mei 1853 te Weimar met Amalia van Saksen-Weimar-Eisenach (1830-1872), dochter van Karel Bernhard van Saksen-Weimar-Eisenach en Ida van Saksen-Meiningen, bleef kinderloos.

Omdat de Oranje-dynastie destijds aan een zijden draadje hing, besloot hij na het overlijden van zijn gemalin te hertrouwen, net als zijn broer, koning Willem III, die sinds 1877 weduwnaar was. Willem III had drie zoons, waarvan de oudste (kroonprins Willem) al tegen de veertig liep en nog steeds niet getrouwd was. De tweede zoon Maurits overleed op 7-jarige leeftijd aan hersenvliesontsteking, terwijl de derde zoon, Alexander, een slechte gezondheid had. Verder was er alleen nog een oom, prins Frederik, zonder mannelijke nakomelingen. Mannelijke nakomelingen krijgen was nog van groot belang.
Op 24 augustus 1878 huwde Hendrik daarom te Potsdam met Maria van Pruisen (1855-1888), dochter van prins Frederik Karel (1828-1885) en Maria Anna van Anhalt-Dessau. Na vijf maanden overleed de bruidegom aan de mazelen, behoorlijk onverwacht. Dit huwelijk bleef kinderloos. Het tweede huwelijk van zijn broer met (koningin) Emma was net gesloten, waar hij getuige zou zijn. Hij moest verstek laten gaan omdat hij te ziek was, maar er leek geen reden tot ongerustheid. De festiviteiten ter gelegenheid van het huwelijk van de koning werden afgelast. De dynastie werd gered door de geboorte van de latere koningin Wilhelmina.

Erfenis[bewerken]

Weduwe Maria leek na Hendriks dood zonder een cent achter te moeten blijven omdat zij en haar echtgenoot niet in gemeenschap van goederen getrouwd waren. De erfenis ging dus naar de familie van de overledene. Haar vader, Frederik Karel, ging naar Den Haag om bij Willem III te pleiten voor een gedeelte van Hendriks erfenis voor zijn dochter maar hij kreeg nul op het rekest. Willem III kon het geld van zijn broer uitstekend zelf gebruiken, zeker omdat hij net zelf getrouwd was met Emma van Waldeck-Pyrmont. Natuurlijk voelde de Hohenzollern zich gekrenkt en met hem voelde geheel Pruisen zich in zijn eer aangetast. Frederik Karel was immers een man met een groot prestige: neef van keizer Wilhelm I, neef en wapenbroeder van kroonprins Frederik Willem, opperbevelhebber van het Tweede Duitse Leger in de oorlog van 1870, veroveraar van Metz, drager van de Pour le Mérite, een geestrijke persoonlijkheid en een opvallende verschijning in de Berlijnse society in zijn karakteristieke uniform van het 3. Husarenregiment Von Zieten, dat hem de bijnaam "der rote Prinz" verleende.

Het conflict over de erfenis werd niet verder op de spits gedreven omdat Willem III juridisch te sterk stond en voor weduwe Maria werd een nieuwe echtgenoot gevonden in de persoon van Albert van Saksen-Altenburg (1843-1902). Het huwelijk werd in 1885 te Berlijn gesloten doch dit duurde slechts twee jaar; toen overleed Maria. Maar dynastieke geheugens zijn lang: een generatie later werd de verhouding tussen de Duitse monarchie en het Nederlandse vorstenhuis nog steeds door deze kwestie overschaduwd. Keizer Wilhelm II toonde zich openlijk zeer geporteerd voor een overname van de Nederlandse troon door de Duitse adellijke familie Wied, als het geslacht Oranje-Nassau zou uitsterven. Zijn relatie tot Willem III's dochter Wilhelmina was uiterst koel. Dit weerhield haar er echter niet van om Wilhelm in 1918 asiel te verlenen na zijn vlucht uit Duitsland.

Zijn stoffelijk overschot werd op 25 januari bijgezet in de grafkelder van de Oranjes in de Nieuwe Kerk te Delft.