Hendrik van Wijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hendrik van Wijn

Hendrik van Wijn (Den Haag, 21 juni 1740 - aldaar, september 1831) was een Nederlands geschiedkundige, oudheidkundige en dichter. Hij werd bekend als medeoprichter van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Van Wijn wordt gezien als een breed geschoolde academicus die als één van de eerste in Nederland veel aandacht besteedde aan de geschiedenis van de Nederlandse letterkunde.

Van Wijn heeft meerdere werken uitgebracht, waaronder Bijvoegsels en Aanmerkingen (1790) op Vaderlandse Historie (1749-1759) van Jan Wagenaar (geschiedschrijver) en de catalogus van de boeken in de oude abdij van Egmond in Huiszittend Leeven (1812). Zijn beroemdste werk is Historische en letterkundige avondstonden (1800), waarin hij als eerste een beredeneerd overzicht geeft van een periode van de Nederlandse letterkunde. Van zijn dichtkunst zijn enkele werken terug te vinden in Nieuwe Bijdragen tot opbouwing der Nederlandsche Letterkunde (1763-1766).

Inhoud

[bewerken] Biografie

Hendrik van Wijn werd geboren op 21 juni 1740 in Den Haag. Hij was de zoon van een militair. In 1754 ging hij in zijn geboorteplaats naar de Latijnse school om zich voor te bereiden op academische studies in Leiden, waar hij na vijf jaar studie rechten, oudheden, letteren en geschiedenis in 1764 promoveerde. Een deel van zijn leven werkte Van Wijn als pensionaris van Brielle (1779-1781) en Gouda (1781-1788). Hij was lid van de rederijkerskamer De Goudsbloem. Van het gezelschap maakte ook burgemeester Jan Jacob Slicher, baljuw Jan Couperus, de rector Gerard Carel Coenraad Vatebender, de dichteres Petronella Moens, Jan Verveer, Gerrit Brender à Brandis en Abraham en Jan Jacob Vereul [1] deel uit. Het genootschap telde relatief veel vrouwelijke leden.[2] In 1788 werd hij afgezet wegens een patriottische denkwijze. Hij vervolgde zijn loopbaan in 1795 als Rijksarchivaris van de Bataafse republiek. Hendrik van Wijn overleed in 1831 op 91-jarige leeftijd.

Na zijn dood werd Van Wijn als Rijksarchivaris opgevolgd door zijn leerling J.C. de Jonge, die in Van Wijn als geleerde en staatsman (1832) een uitvoerige beschrijving geeft over zijn leven en werk.

[bewerken] Historische en letterkundige avondstonden

In 1800 deed Van Wijn in Historische en letterkundige avondstonden als eerste een poging tot het beschrijven van de ontwikkeling van de Nederlandse letterkunde. Hij wordt hierdoor wel gezien als de vader der geschiedschrijving van de Nederlandse letterkunde. Hij presenteerde een overzicht van de Middelnederlandse literatuur, wat niet veel meer was dan een schets. Het lijkt totaal niet op de literatuurgeschiedenissen zoals deze tegenwoordig geschreven worden.

Van de 500 pagina's zijn er maar 200 besteed aan een 'Schets van den toestand der Nederduitsche digtkunde, van de Frankische tyden af, tot den jaare 1500'. De overige pagina’s gaan voornamelijk over andere historie. Nog een groot verschil met de literatuurgeschiedenissen van nu is de aanbiedingsvorm. Van Wijn heeft gekozen voor een zeer aparte vorm van schrijven: de klassieke dialoog, een vraag- antwoordspel tussen de leergierige Aleide en Reinout enerzijds en de erudiete Volkhart anderzijds. Hiermee probeert hij op een luchtige manier zijn kennis over de middeleeuwse literatuur door te geven aan de lezer.

Bijzonder aan Historische en letterkundige avondstonden is verder dat Van Wijn hierin als eerste een beknopte samenvatting geeft van het middeleeuwse werk Karel ende Elegast, op aanraden van handschriftenverzamelaar en landsadvocaat Mr. Jacob Visser.

[bewerken] Bibliografie

  • J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1892)
  • K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1941)
  • W. van den Berg, ‘De term romantisch in niet-literairhistorische en literairhistorische betekenis: de periode 1800-1810’ In: De ontwikkeling van de term 'romantisch' en zijn varianten in Nederland tot 1840 (1973)
  • P.J. Buijnsters, Kennis van en waardering voor Middelnederlandse literatuur in de 18de eeuw (1984)
  • F.H. Kossmann, ‘2. De aanwezigen en hun verband’, In: Opkomst en voortgang van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (1966)
  • A.J. van der Aa, Nieuw biographisch, anthologisch en critisch woordenboek van Nederlandsche dichters (1846)
  • Jan Noordegraaf, 'De woordvorming geregeld. Een achttiende-eeuwse proeve’. Woorden wisselen. Voor Ariane van Santen bij haar afscheid van de Leidse universiteit. Onder redactie van Ronny Boogaart e.a. Leiden: SNL 2009, 105-116. ISBN 978-90-78531-098. http://hdl.handle.net/1871/19116
  • Hendrik van Wijn, Over paën, peën, piën, poën, puën [1762]. Ingeleid en bezorgd door Lianne Broekman. Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU & Münster: Nodus Publikationen 2009. ISBN 978-90-8880-013-9.

[bewerken] Referenties

  1. http://antiqbook.nl/boox/zilver/1133.shtml
  2. Marleen de Vries (2001) Beschaven! Letterkundige genootschappen in Nederland 1750-1800, p. 266-268.

[bewerken] Externe link

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren