Hendrik van der Noot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hendrik Karel Nicolaas van der Noot (Brussel, 7 januari 1731 - Strombeek, 12 januari 1827) was een Brabantse rechtsgeleerde, advocaat en politicus. Hij was één van de hoofdrolspelers van de Brabantse Omwenteling (1789-1790) tegen het Oostenrijkse gezag (keizer Jozef II). Deze omwenteling leidde tot de kortstondige oprichting van de Verenigde Nederlandse Staten (11 januari 1790 - december 1790).

Twee advocaten, Jan Frans Vonck en Hendrik Van der Noot waren de leiders van de opstand maar vertegenwoordigden elk een andere strekking. De vonckisten inspireerden zich op de Franse Revolutie (1789-1799) en zochten aansluiting bij het volk en het leger van de patriotten. De statisten van Van der Noot zochten het eerder bij de oude vrijheden van de Staten en zochten aansluiting bij de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën.

In tegenstelling tot Vonck, die meende dat het Zuid-Nederlandse volk zelf de strijd moest voeren tegen de despoot, had Van der Noot veel meer vertrouwen in buitenlandse steun. Zo verliet Van der Noot in 1788 het land om in Engeland, de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën en Pruisen belangstelling voor de zaak van de Brabantse vrijheid te wekken. Alleen Pruisen, dat juist in 1787 de Noord-Nederlandse patriotten had verslagen, was geneigd de Zuid-Nederlandse patriotten te steunen. Pruisen was op dat moment immers anti-Oostenrijks. Bij de raadpensionaris van Holland, Laurens Pieter van de Spiegel had Van der Noot minder succes.

Het zijn Van der Noot en generaal Vander Meersch die in oktober 1789 met een patriottenleger vanuit Breda het keizerlijke deel van het hertogdom Brabant veroverden. In de eerste veroverde (of bevrijde) gemeente, Hoogstraten, publiceerde Van der Noot op 24 oktober 1789 zijn Manifest van het Brabantse Volk. Het document legt uit waarom het Brabantse volk het recht heeft om de gehoorzaamheid aan de keizer op te zeggen. Het belangrijkste argument is dat de wil van de natie de hoogste wet is, en als die geschonden wordt door een heerser, dan mag de natie tegen die heerser dus in opstand komen. Achtereenvolgens werden in twee maanden Turnhout, Gent en Brussel veroverd. Ook de andere Zuid-Nederlandse staten zeggen Jozef II wacht aan. De Staten van Vlaanderen doen dat op 4 januari 1790 met het Manifest van de Provincie Vlaanderen. Kort daarop werd Van der Noot het hoofd van de nieuwe confederale Zuid-Nederlandse republiek.

Toen Pruisen de opstandelingen in de steek liet na het sluiten van de Conventie van Reichenbach (27 juli 1790) met Oostenrijk, moest Van der Noot naar Holland vluchten en daarna naar Engeland. In 1792 deed hij een oproep om samen te werken met de Franse bezetter (1794-1815). Hij keerde terug naar Brabant, maar werd in 1796 aangehouden.

Zijn grafsteen bevindt zich in de hofmuur van de pastorie van de Sint-Amandsparochie in Strombeek-Bever, het parkje aan de overkant is naar hem vernoemd.

Van der Noot was sinds 1757 formeel toegelaten tot de Brusselse oligarchie, met name tot het geslacht Sweerts, en was lid van de vrijmetselaarsloges l'Union Bruxelles en Les Vrais Amis de l'Union Bruxelles.

Externe link[bewerken]