Hengduan Shan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hengduan Shan
Hengduan tmo 2000360 lrg.jpg
Hoogste punt Mount Gongga (7556 m)
Lengte 750 km
Breedte 400 km
Locatie Volksrepubliek China, Myanmar (Burma)
Coördinaten 27° 30′ NB, 99° 0′ OL
Hengduan Shan
Hengduan Shan
De kloof Hutiao Xia, waar de Jangtse de Hengduan Shan doorsnijdt
De kloof Hutiao Xia, waar de Jangtse de Hengduan Shan doorsnijdt
Portaal  Portaalicoon   Aardwetenschappen

De Hengduan Shan (Chinees: 横断山脉; pinyin: héngduànshānmài) is een gebergte in het westen van China en noorden van Burma (Myanmar), dat de oostelijke zijde van het Tibetaans Plateau begrenst. De Hengduan Shan bestaat uit een serie parallelle bergketens die in noord-zuidrichting lopen. In totaal is het gebergte ongeveer 500 km lang. De noordkant van het gebergte heeft toppen boven de 6000 m.

Geografie[bewerken]

De Hengduan Shan grenst in het noordwesten aan de geologisch verwante gebergtes van de Himalaya en Nyenchen Tanglha. De scheiding met de Himalaya wordt gevormd door de kloof van de Yarlung Tsangpo (Brahmaputra), die met de Nyenchen Tanglha is geleidelijk en minder duidelijk. In het noordoosten grenst de Hengduan Shan aan het bekken van Sichuan. Verder naar het zuiden is de oostrand van het gebergte minder dramatisch: hier gaat de Hengduan Shan over in het Yunnan-Guizhouplateau. Het zuidelijke deel van de Hengduan Shan vormt het grensgebied van de Chinese provincie Yunnan met India en Burma. Ten zuiden van de Himalaya en de vlakte van Assam komt vanuit het westen het Patkaigebergte uit op de Hengduan Shan. Deze bergen vormen de grens tussen India (de vlakte van Assam) en Burma (het bekken van de Irrawaddy).

De Hengduan Shan bestaat uit verschillende deelketens. In het zuiden vormen van de bovenlopen van de rivieren Irrawaddy, Salween, Mekong en Jangtse een duidelijke scheiding. Het verticale reliëf is hier enorm: tussen de toppen en bodems van de dalen is soms 4 km hoogteverschil op een horizontale afstand van 10 tot 20 km. De bergketen tussen Irrawaddy en Salween heet de Gaoligong Shan; die tussen de Salween en Mekong de Nu Shan; en die tussen Mekong en Jangtse de Yunling Shan. De vier rivieren behoren tot de grootste en voor de menselijke watervoorziening belangrijkste van Azië. In de zuidelijke Hengduan Shan stromen ze over een lengte van een paar honderd kilometer parallel aan elkaar, op een afstand die hemelsbreed nog geen 100 km bedraagt. Overigens wordt de Mekong hier "Lancang Jiang" genoemd, de Salween "Nu Jiang" en de Jangtse "Jinsha Jiang". De Jangtse stroomt dwars door de Yunling Shan via een diepe kloof (Hutiao Xia, letterlijk: "kloof van de sprong van de tijger") het gebergte uit. Toevallig liggen hier vlakbij enkele van de hoogste toppen in de Yunling Shan: de Yulong Xueshan ("sneeuwberg van de jaden draak", 5596 m hoog) ten zuiden en de Haba Xuenshan (5396 m) ten noorden van de kloof.

In het noorden zijn de toppen hoger, maar de dalen minder diep, zodat het reliëf hier minder is. De keten tussen de Mekong en Salween wordt hier door Chinese en westerse cartografen Meili Xueshan genoemd. Het hoogste punt is de Khawagarbo (6740 m), een van de heilige bergen van Tibet en het hoogste punt van de provincie Yunnan. De boomgrens ligt hier rond de 4500 m en de flanken van het gebergte zijn sterk vergletsjerd.

De Hengduan Shan is slecht ontsloten door wegen of andere infrastructuur. Grote delen zijn ongerept natuurgebied. Omdat de Hengduan Shan een deel van de scheiding tussen het Tibetaans Plateau, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië vormt heeft het een unieke flora en fauna op de overgang van de Palearctische en Indomaleisische ecozones.

Bevolking[bewerken]

De Hengduan Shan wordt bewoond door sterk uiteenlopende etnische en culturele groepen. Het noorden van het gebergte behoort tot de Tibetaanse provincie Kham. De bewoners, de Khampa, zijn een Tibetaans volk, dat het lamaistische boeddhisme aanhangt en een Tibetaans dialect spreekt.

De zuidelijke delen van de Hengduan Shan vallen in het slecht ontsloten Chinees-Birmees grensgebied. De hier wonende Tibeto-Birmaanse volkeren leven in stamverband en hebben sjamanistische en animistische natuurgodsdiensten.

Het oosten van het gebergte valt in de Chinese provincie Yunnan, waar de oorspronkelijke bewoners tot etnische groepen als de Naxi, Dai, Bai en Hmong behoren. Migranten uit het oosten, die etnisch voornamelijk behoren tot de door de Chinese regering Han genoemde groep, bevolken vooral de steden aan de oostelijke rand van het gebergte in Yunnan.