Hengel (plant)
| Hengel | |||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||||||
| Melampyrum pratense L. (1753) |
|||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||
De hengel (Melampyrum pratense) is een plant uit de bremraapfamilie (Orobanchaceae). Tot 2001 werd de hengel ingedeeld bij de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae).
Het is een halfparasiet die zelf fotosynthetiseert, maar water en nutriënten met zijn wortels aftapt uit de wortels van andere planten. Door deze strategie kan de hengel in een aantal weken volledig uitgroeien en ook in droge milieus voldoende water opnemen. Er zijn verschillende gastheerplanten bekend, zoals de eik, berk, blauwe bosbes en rode bosbes. De hengel bloeit van mei tot september en sterft af in het eind van de zomer. Vanaf juli vindt de verspreiding van het zaad plaats waarschijnlijk met behulp van mieren. Hengel komt voor in open bossen, bosranden, houtwallen en wegbermen met bomen. Bij dichtgroei met bomen neemt de hengel in aantal af. In Engelse eikenbossen wordt in sterk begraasde stukken minder hengel gevonden. De hengel komt vooral in het oosten van Nederland voor en het aantal lijkt de laatste jaren achteruit te zijn gegaan.
Externe link [bewerken]
- Hengel (Melampyrum pratense) op SoortenBank.nl (gebaseerd op de Heukels22, dit is de voorlaatste uitgave)