Hennegras

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hennegras
466 Calamagrostis lanceolata.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Angiospermae (Bedektzadigen)
Clade: Eenzaadlobbigen
Clade: Commeliniden
Orde: Poales
Familie: Poaceae (Grassenfamilie)
Onderfamilie: Pooideae
Geslachtengroep: Aveneae
Geslacht: Calamagrostis (Struisriet)
Soort
Calamagrostis canescens
(Weber) Roth (1789)
Hennegras, habitus
Hennegras, habitus
Afbeeldingen Hennegras op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Hennegras op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Hennegras (Calamagrostis canescens) is een overblijvende plant uit de grassenfamilie (Poaceae) van natte, voedselarme bodems, en die voorkomt in Midden-Europa en West-Siberië.

Naamgeving en etymologie[bewerken]

  • Synoniemen: Arundo canescens Web., Calamagrostis lanceolata Roth.
  • Frans: Calamagrostide blanchâtre
  • Duits: Sumpf-Reitgras

De geslachtsnaam Calamagrostis is afgeleid van het Latijnse Calamus (riet) en van het geslacht Agrostis (struisgras), omdat de vertegenwoordigers van dit geslacht kenmerken van beide hebben. De soortaanduiding canescens is eveneens Latijn en betekent 'wit of grijs behaard', naar de wit behaarde bladeren.

Kenmerken[bewerken]

Hennegras is een overblijvend gras met lange, ondergrondse wortelstokkan, dat dichte zoden vormt en 60 tot 150 cm hoog kan worden. De stengels dragen 3 tot 5 knopen en voelen, behalve net onder de bloeiwijze, ruw aan. De bladeren zijn tot 40 cm lang en 3 tot 6 mm breed, vlak of licht opgerold, glanzend lichtgroen, aan de beide zijden ruw aanvoelend, aan de bovenzijde en de top wit behaard. De bladscheden zijn glad en onbehaard. Het tongetje (ligula) is 2 tot 5 mm lang.

De bloeiwijze is een losse tot compacte, 10 tot 25 cm lange, rechtopstaande pluim met tot 8 cm lange zijtakken die in groepjes van 3 tot 5 samen staan. In bloei staan de zijtakken wijd open en hangen over.

De aartjes zijn 4,5 tot 6 mm lang, lichtgroen of lichtpaars gekleurd. De kelkkafjes zijn bijna gelijk, het onderste is iets groter, 4,5 tot 6 cm lang en eennervig. Het lemma of onderste kroonkafje is 2 tot 2,5 mm lang, breed lancetvormig, meestal 5-nervig en draagt aan de voet een bosje dichte haren en aan de top een zeer korte kafnaald.

De vrucht is een graanvrucht.

De plant bloeit van juni tot juli.

Habitat en verspreiding[bewerken]

Hennegras groeit voornamelijk op natte, voedselarme bodems in graslanden, veenmoerassen, elzenbroekbossen en kapvlaktes.

Hij komt voor in vrijwel alle gebieden met een gematigd en subarctisch klimaat in Midden-Europa en West-Siberië.

In Nederland is de soort algemeen in de Pleistocene districten, vrij algemeen in het Laagveendistrict, en elders zeldzaam.

Plantengemeenschap[bewerken]

Hennegras is een kensoort voor de klasse van de elzenbroekbossen (Alnetea glutinosae).

Bronnen, noten en/of referenties