Henri Duparc

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Henri Duparc
Henri Duparc
Henri Duparc
Algemene informatie
Volledige naam Marie-Eugène-Henri Fouques-Duparc
Geboren 21 januari 1848
Overleden 12 februari 1933
Land Vlag van Frankrijk Frankrijk
Werk
Genre(s) symfonische muziek, vocale muziek, pianomuziek
Beroep(en) componist, pianist
Instrument(en) piano
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Marie-Eugène-Henri Fouques-Duparc (Parijs, 21 januari 1848, Mont-de-Marsan, Landes, 12 februari 1933), meestal Henri Duparc genoemd, was een Franse componist.

Duparc studeerde als kind al piano bij César Franck aan het Jezuïeten College in het Vaugirard district en was later een van de eerste compositieleerlingen van Franck. Hij zat in militaire dienst gedurende de Frans-Pruissische Oorlog, en aansluitend trouwde hij Ellen MacSwinney uit Schotland op 9 november 1871. In hetzelfde jaar richtte hij met musici die behoorden tot zijn vriendenkring, waaronder Camille Saint-Saëns en Romain Bussine, de Société nationale de musique op, waarvan hij zelf secretaris werd.

In 1878 initieerde hij een serie concerten onder de naam concerts de musique moderne. Enige reizen voerden hem naar Duitsland met als drijfveer de muziek van Richard Wagner te leren kennen, en diens opera's bij te wonen. Rond 1880 begon hij lichamelijk achteruit te gaan, vanwege een zenuwziekte ("neurasthenie"), die hem vanaf 1885 het componeren belemmerde en hem tot zijn dood in 1933 parten bleef spelen. Duparc onderging in 1924 een operatie aan zijn oog wegens groene staar, die mislukte, waardoor hij gedeeltelijk blind werd. Door zijn onfortuinlijke ziektes werd hij vergeten, maar Duparc vond troost in zijn rotsvaste katholieke geloof. [1] Duparc is begraven op het beroemde kerkhof Père Lachaise in Parijs. Een plein in het 17e arrondissement in Parijs, nabij de 'Rue de Levis' is als eerbetoon naar hem vernoemd.

Vernietiging[bewerken]

Duparc vernietigde veel van zijn werken, en liet slechts een veertigtal stukken na. In een markante brief aan zijn goede vriend en componist Jean Cras, over de vernietiging van een incomplete opera uit 1922, schreef Duparc:

«Après avoir vécu 25 ans dans un splendide rêve, toute idée de représentation m'était - je vous le répète - devenue odieuse. L'autre motif de cette destruction, que je ne regrette pas, c'est la complète transformation morale que Dieu a opéré en moi il y a 20 ans et qui en une seule minute a abolie toute ma vie passée. Dès lors, la Roussalka n'ayant aucun rapport avec ma vie nouvelle ne devait plus exister.»
"Na 25 jaar in een prachtige droom te hebben geleefd, komt het hele idee van muzikale conceptie me - ik herhaal het voor je - walgelijk voor. De andere reden van deze vernietiging, die ik niet betreur, is de gehele morele transformatie welke God op me heeft uitgeoefend sinds mijn 20ste en die in een enkele minuut mijn hele afgelopen leven verlaten heeft. Vandaar, dat Roussalka (de opera) geen enkele verbinding met mijn nieuwe leven meer heeft en derhalve niet dient te bestaan."

Herontdekking[bewerken]

Duparc werd eigenlijk als componist herontdekt rond 1960, toen er grote belangstelling ontstond voor de geschiedenis van de recente Franse muziek, die mede musicologisch nogal veel vernieuwingen had gebracht.

Stijl[bewerken]

De stijl van Duparcs muziek is enerzijds een schoolvoorbeeld van de Frans-romantische traditie, anderzijds dankzij de toonschilderingen en het coloriet tevens vooruitblikkend op het impressionisme en de modernere stromingen. Duparc is het meest bekend geworden door zijn 17 liederen op teksten van onder andere Baudelaire, Gautier, Leconte de Lisle, en Goethe. Deze liederen zijn exemplarisch als vorm van het Lied en worden door velen gezien als topcomposities.[2]

Werken[bewerken]

Duparc, 10 jaar, in 1858.
Duparc in uniform gedurende de Frans-Pruissische Oorlog in 1870.
Henri Duparc op middelbare leeftijd
Catalogus van werken van Henri Duparc
Jaar Compositie opmerking Soort Werk
1863-65 Six Rêveries pour piano Gedrukt, maar niet uitgegeven. Private collectie van Mme. d'Armagnac, dochter van Duparc. Piano solo
1867 Sonate pour violoncelle et piano Première in 1948. Private collectie van Mme. d'Armagnac, dochter van Duparc. Cello & piano
1867-69 Feuilles volantes, pour piano Piano solo
1868 Chanson triste Gepubliceerd als: Op. 2, nr. 4. Tekst van Jean Lahor. Zangstem & piano (Georkestreerd, 1912)
1868 Lamento Tekst van Théophile Gautier. Zangstem & piano
1869 Le Galop Gepubliceerd als: Op. 2, nr. 5. Tekst van Sully Prudhomme. (Uitgegeven in 1948). Zangstem & piano
1869 Romance de Mignon Gepubliceerd als: Op. 2, nr. 3. Tekst van Victor Wilder, gebaseerd op « Kennst du das Land » van Goethe). Zangstem & piano
1869 Sérénade florentine Gepubliceerd als: Op. 2, nr. 2. Tekst van Jean Lahor. Zangstem & piano
1869 Soupir Gepubliceerd als: Op. 2, nr. 1. Tekst van Sully Prudhomme. Revisie in 1902. Zangstem & piano
1869 Cinq mélodies, op. 2 Zangstem & piano
1869 Beaulieu, pour piano Private collectie van Mme. d'Armagnac, dochter van Duparc. Piano solo
1869-70 Au Pays où se fait la guerre Text van Théophile Gautier. (Originele titel: Absence). Eindversie, 1911-13. Zangstem & piano (Georkestreerd, 1876)
1870 L'Invitation au voyage Tekst van Charles Baudelaire. Uitgegeven in 1872. Zangstem & piano (Georkestreerd, 1892-95)
1871 La Fuite, duo pour soprano et ténor avec piano Gepubliceerd als: Op. 2, nr. 6. Duet voor zangstem & piano
1871 La vague et la cloche Tekst van François Coppée. Uitgegeven in 1873. Zangstem & piano (Georkestreerd)
1872 Suite d'orchestre (Verloren gegaan). Orkest Suite
1872-82 Phidylé Tekst van Leconte de Lisle. Uitgegeven in 1889 Zangstem & piano (Georkestreerd, 1891-92)
1873 Laendler, suite de valses pour orchestre (Vernietigd). Orkest Suite
1873 Laendler (versie voor 2 piano's) Twee piano's
1874 Poème nocturne:
I. Aux étoiles - II. Lutins et follets - III. Duo: L’aurore
Dit deel mist, enkel: I. Aux étoiles is bewaard.
Première in Paris op 11 april 1874 bij de Société Nationale de Musique Moderne.
Orkestwerk
1874 Elégie Tekst van Ellen MacSwinny(?) (vrouw van Duparc) naar Thomas Moore. Zangstem & piano
1874 Extase Tekst van Jean Lahor. Uitgegeven in 1882. Revisie in 1884. Zangstem & piano
1875 Lénore Gebaseerd op een gedicht van Burger. Symfonisch Gedicht
1875 Lénore (versie voor 2 piano's, vierhandig) Twee piano's
1876-84 La vie anterieure Tekst van Charles Baudelaire. Zangstem & piano (Georkestreerd, 1911-12)
1877 Suite pour le piano (Verloren gegaan). Piano solo
1879 Le manoir de Rosemonde Tekst van Robert de Bonniéres Zangstem & piano (Georkestreerd, 1912)
1879-95 Roussalka, opéra en trois actes Onvoltooid. Gebaseerd op Русалки (Rusalka), een dramatisch gedicht van Aleksandr Poesjkin. (Vernietigd). Opera in 3 acten
1880 Sérénade Tekst van Gabriel Marc. Uitgegeven 1882. Zangstem & piano
1882 Benedicat vobis Dominus Motet voor 3 gemendge stemmen en orgel (of piano). Kerkmuziek
1883 Testament Tekst van Paul Armand Silvestre. Uitgegeven in 1898. Zangstem & piano (Georkestreerd, 1900-02)
1884 La vie antérieure Tekst van Charles Baudelaire. Zangstem & piano (Georkestreerd, 1911-13)
1886 Recueillement Onvoltooid. (Vernietigd). Zangstem & piano?
1892 Danse lente Deel uit Roussalka. Kopie door Ernest Ansermet. Bewaard door Éditions Salabert. Orkestwerk
1903 Transcriptie van 2 orgelwerken van J.S. Bach:
Prelude en fugue in e klein ("Kathedraal"), BWV 513
Prelude en fuga in a klein ("De Grote"), BWV 543
Twee piano's
1908 Transcriptie van 6 orgelwerken van César Franck Twee piano's
1910 Aux étoiles, pour piano Ook: versie voor piano vierhandig, & versie voor orgel. Revisie 1911. Piano solo
1911 Aux étoiles Entr'acte voor een ongepubliceerd toneelwerk. Orkestwerk
(n.d.) Transcriptie van een orgelwerk van J.S. Bach:
Chorale Prélude et Fugue: In dir ist Freude, BWV 615
Private collectie van Ernest Ansermet Twee piano's

Bibliografie[bewerken]

Geschriften van Henri Duparc (in het Frans)[bewerken]
  • César Franck pendant le Siège de Paris, in « Revue musicale », Paris, December 1922.
  • Souvenirs de la Société Nationale, in « Revue de la Société internationale de Musique », Paris, December 1912.
Brieven (in het Frans)[bewerken]
  • Lettre à Chausson, in « Revue musicale », December 1925.
  • Duparc Henri: Une Amitié mystique, d'après ses lettres à Francis Jammes. (Preface and comments by G. Ferchault). Mercure de France, Paris, 1944.
  • Gérard, Y. (Ed.). Lettres de Henri Duparc à Ernest Chausson, in « Revue de Musicologie » (N° 38) 1956, p. 125.
  • Sérieyx, M.-L. (Ed.). Vincent d’Indy, Henri Duparc, Albert Roussel: lettres à Auguste Sérieyx. Lausanne, 1961.
Monografieën over Duparc (in het Frans)[bewerken]
  • Northcote, S. The Songs of Henri Duparc. London: D. Dobson, 1949. 124 pp.
  • Van der Elst, Dr. N. Henri Duparc: l’homme et son oeuvre. (Thesis). Paris: Université de Paris, 1972, & Utrecht, 1972.
  • Fabre, M. L'image de Henri Duparc dans sa correspondance avec Jean Cras. 1973.
Andere artikelen en geschriften over Duparc (in het Frans)[bewerken]
  • Fellot, H. Lieder français: Henri Duparc, in « Revue Musicale de Lyon ». Lyon, March 30, 1904.
  • Chantavoine, J. Henri Duparc, in « La Revue Hebdomadaire », Paris, May 5, 1906.
  • Aubry, G.-J. Henri Duparc, in « La vie musicale de Lausanne », Lausanne, February 1, 1908.
  • Jammes, Francis. L'Amour, les Muses et la Chasse, in « Mercure de France », Paris, 1922, p. 172 et al.
  • Fauré, Gabriel. Opinions musicales. Paris: Rieder, 1930.
  • Imbert, M. Henri Duparc, in « La Petite Maîtrise », Schola Cantorum de París, March 1933.
  • Ansermet, Ernest. Un émouvant témoignage sur la destinée d'Henri Duparc, in « Revue Musicale », Paris, April 1933.
  • Bréville, P. Henri Fouques Duparc 1848-1933, in « La Musique Française », Paris, May 1933.
  • Merle, F. Psychologie et Pathologie d'un artiste: Henri Duparc. Bordeaux: Imprimerie de l'Université (Bordeaux), 1933.
  • Oulmont, C. Henri Duparc, ou de L'Invitation au Voyage à la Vie éternelle. Paris: Desclée de Brouwer & Cie, 1935.
  • Oulmont, C. Un Duparc inconnu, in « Revue musicale », Paris, July-August 1935.
  • Stricker, R. Henri Duparc et ses mélodies. (Thesis). Paris: Conservatoire national de musique, 1961.
  • Rigault, J.-L. Les mélodies de Duparc, Autour de la mélodie française. Rouen, 1987, p. 71-86.
  • Stricker, R. Les mélodies de Duparc. Arles, 1996.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Bron: Gerrit Slagmolen: Muzieklexicon, Bruna 1974
  2. Bron: Engelse Wikipedia