Henry Koster

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Henry Koster (Herman Kosterlitz) (Berlijn, 1 mei 1905Los Angeles, 21 september 1988) was een Duitse filmregisseur en scenarioschrijver.

Biografie[bewerken]

Koster maakte in 1910 op vijfjarige leeftijd kennis met de film bij zijn oom, die een bioscoop in Berlijn bezat. Kosters moeder speelde daar piano ter begeleiding van de films. Na een kort bestaan als schrijver, werkte Koster als scenarioschrijver voor een filmbedrijf in Berlijn en werd daar assistent van regisseur Curtis Bernhardt. Bernhardt werd ziek en vroeg aan Koster zijn werk als regisseur over te nemen. Zo rond 1931 of 1932 maakte Koster twee of drie films in Berlijn voor de Universum Film AG.

Na de machtsovername door Adolf Hitler in 1933 verliet Koster Duitsland en ging naar Frankrijk, waar hij ging werken voor de reeds bij hem bekende Bernhardt. Uiteindelijk ging Koster naar Boedapest en maakte er kennis en trouwde met Kato Kiraly in 1934. In Boedapest maakte hij kennis met Joe Pasternak, de vertegenwoordiger van Universal Films in Europa, en regisseerde drie films voor hem. In 1935 regisseerde Koster de Nederlandse speelfilm De Kribbebijter.

In 1936 kreeg hij een contract met Universal in Hollywood en reisde hij met zijn vrouw naar de Verenigde Staten om te gaan werken voor Pasternak. Hoewel Koster geen Engels sprak, maakte hij voor hem de film Three Smart Girls, waarin hij Deanna Durbin persoonlijk bijstond. Deze film werd een groot succes en redde Universal uit het faillissement. Kosters tweede Universal-film Honderd mannen en een meisje, weer met Deanna Durbin en Leopold Stokowski, volgde daarop.

Koster maakte talrijke musicals en komedies tijdens de jaren 1939 en 1940, waarvan veel met Betty Grable, Durbin en andere muzikale sterren van dat tijdperk. Koster werkte voor Universal tot 1941 en ging toen naar MGM en naar Fox in 1948.Koster ontdekte Abbott en Costello in een nachtclub in New York City en lanceerde hierop hun filmcarrière. Hun eerste film werd Who's on First? Peggy Moran zou Kosters tweede vrouw worden in 1942.

Henry Koster werd in 1947 genomineerd voor een Academy Award voor The Bishop's Wife. In 1950 regisseerde hij zijn grootste succes tot dan toe, de James Stewart-komedie Harvey. Hij regisseerde Richard Burtons eerste Amerikaanse film, My Cousin Rachel, en maakte de eerste CinemaScopefilm The Robe in 1952. Hij regisseerde een aantal kostuumdrama's, met inbegrip van Désirée (film) (1954) met Marlon Brando, The Virgin Queen in 1955 met Bette Davis en The Naked Maja in 1958 met Ava Gardner en keerde vervolgens terug naar de familiekomedies en musicals, waaronder Flower Drum Song voor Universal in 1961. Zijn laatste film was The Singing Nun in 1965.

Henry Koster trok zich terug in Leisure Village, Camarillo, Californië en ging zich daar wijden aan de schilderkunst. Hij maakte een reeks portretten van de filmsterren waar hij mee had gewerkt.