Hepat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hepat of Hebat, ook Hepit, Kheba(t) of Khepat was in de Hurritische mythologie de Moedergodin van de Hurriërs. Zij droeg als epitheton "Koningin der Hemelen". Hepat werd afgebeeld al zittend op een troon of al staande op een leeuw. Dit was ook haar heilig troeteldier.

Bij de Hattiërs heette zij Wurushemu, (Wuruntemu?), 'Zonnegodin van Arinna', 'meesteres van de Hatti landerijen, koningin van hemel en aarde', 'meesteres van de koningen en koninginnen van de Hatti, zij die de regering leidde van de koningen en koninginnen van Hatti'.

De Hettitische mythologie adopteerde Hepat. Ze werd toen de voornaamste godin in Arinna (de hemel) en verdrong daar Wurushemu.

In een volgende fase werd Hepat als echtgenote aan de stormgod Teshub toegewezen en onderhield een bijna gelijke status met hem, soms overheerste ze hem zelfs. Uit dit huwelijk kwam Sharruma voort. Deze zoon werd als een paar mensenbenen afgebeeld. Hepatsarma was de afbeelding van deze moedergodin met Sarma op schoot. Hij zou een opvolger vinden in Dionysos. De cultusplaats van Hepatsarma lag in Yasilikaya.

Hepats tempel lag in Arinna op een dagreis ten zuiden van Hattusas. Volgens de Hettieten lag haar cultusplaats in 'Cederland'.

Toen Hepat een keer vernam dat Ullikummi Teshub had gedwongen zijn macht af te geven, stortte ze bijna van een toren van afgrijzen. "Had zij een enkele stap gedaan dan was zij van het dak gevallen, maar haar dienstvrouw hield haar tegen en liet haar niet vallen".

Hepit werd in de Romeinse tijd nog vereerd in Comana in Asia Minor. De Romeinen identificeerden haar toen volgens de Interpretatio Romana als hun godin Bellona.

Khebat werd overal in het oude Midden-Oosten vereerd. Haar naam komt ook in veel persoonsnamen terug. een koning van Jeruzalem die in de Amarna-brieven genoemd wordt heette Abdi-Kheba of Abd-Hebat, wat waarschijnlijk zoveel als "Dienaar van Hebat" betekent.

In de latere Frygische mythologie werd waarschijnlijk Cybele haar tegenhangster.

Er is ook voorgesteld dat door fonetische verschuiving B → V, Heba in het Hebreeuws Chavvah is geworden, die in Genesis voor komt als Eva.

Zie ook[bewerken]