Hepatitis C

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samenvoegen van Iemand vindt dat de tekst van Gebruiker:CFCF/Kladblok/Hepatitis C in dit artikel ingevoegd zou moeten worden, of dat er een duidelijkere afbakening tussen beide artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dat artikel een redirect te worden (hier melden).
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Hepatitis C
ICD-10 B17.1, B18.2
ICD-9 070.4, 070.5
OMIM 609532
DiseasesDB 5783
MedlinePlus 000284
eMedicine med/993ped/979
MeSH D006526
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Hepatitis C is een virale leverontsteking die niet zeer zeldzaam is. Hoewel het in Nederland nog geen zeer hoge aantallen betreft, zijn ca 60.000 mensen ermee besmet, velen daarvan zonder het te weten. Pas recent is behandeling mogelijk. Deze vorm van hepatitis is pas eind jaren tachtig ontdekt; tot dan toe werd deze aangeduid als 'Hepatitis non A non B'. Besmetting trad op dat moment meestal op door bloedtransfusies. Wereldwijd zijn ca 250-300 miljoen mensen geïnfecteerd.

Hepatitis C is minder besmettelijk dan hepatitis A en B en er is bloedcontact voor nodig. Risicofactoren zijn onder andere het toegediend hebben gekregen van bloedproducten (bloedtransfusie) voor 1992 (pas eind 1991 was er een betrouwbare bloedtest beschikbaar en werd het donorbloed in Nederland getest op hepatitis C), het injecteren van drugs (door het delen van spuitattributen zoals watjes, naalden, water, etc. kan het virus worden overgedragen), operaties, tatoeages/piercings, rituele en andere invasieve ingrepen waarbij niet steriel gewerkt wordt / met onveilig donorbloed.[1] De kans op het hierdoor oplopen van hepatitis C is groter in landen waar hepatitis C meer voorkomt.[2]

Een hepatitis C-infectie verloopt in het begin meestal symptoomloos. De infectie gaat in de meerderheid van de gevallen (70%) ongemerkt over in een chronische vorm. Circa 20-30% van de mensen met de chronische vorm ontwikkelt leverschade (verlittekening) en hiervan krijgt ongeveer 2-5% per jaar leverkanker. Sommige mensen krijgen pas 20 of 30 jaar na de besmetting klachten wanneer de lever al is aangetast.

Er zijn 4 verschillende virustypes (het virus genotype 1, 2, 3 en 4). Genotypes 2 en 3 behoeven over het algemeen geen behandeling en worden door het lichaam zelf opgeruimd. Genotypes 1 en 4 (waarvan 1 de meest voorkomende is) worden door het lichaam slecht herkend en opgeruimd, zodat hiervoor een medicijnkuur nodig is. Het hepatitis C-virus is (afhankelijk van het genotype) tamelijk goed behandelbaar, schade aan de lever echter niet. De behandeling heeft altijd tot doel dat de patiënt ervan opknapt. Daarom worden bij iedere patiënt de mogelijke voordelen van een kuur en de eventuele bijwerkingen, alsmede de kans op succes individueel afgewogen. Op hoge leeftijd of bij de aanwezigheid van ernstige verlittekening van de lever (levercirrose) is de kans op succes erg klein.

De behandeling bestaat uit het versterken van de afweer van het lichaam tegen dit virus door extra toediening van Interferon. Interferon is een verzamelnaam voor een groep van eiwitten die van nature gemaakt wordt door de lichaamscellen als een reactie op een virale infectie. Sinds enkele jaren is één van de interferon-eiwitten (het Alpha-interferon) voor deze aandoening geregistreerd. Dit is een door middel van biotechnologie geproduceerd eiwit dat zeer sterk lijkt op de lichaamseigen Interferon. Het kan niet worden geslikt maar moet door injecties in het onderhuidse vet worden toegediend. De behandeling duurt minstens zes maanden waarbij enkele malen per week (of zelfs dagelijks) interferon wordt toegediend. Sinds kort is er echter een nieuwe formule van Alpha-interferon geregistreerd (PEG-interferon) die maar één keer per week hoeft te worden toegediend.

Sinds februari 2000 bestaat de standaardbehandeling van hepatitis C uit een combinatietherapie van PEG-interferon[3] met Ribavirine[4]. Ribavirine is een antiviraal geneesmiddel dat de werking van alpha-interferon versterkt en de vermenigvuldiging van het virus tegenhoudt. De behandeling van alpha-interferon en ribavirinecapsules duurt (afhankelijk van het virus genotype) ongeveer 24-48 weken. Wanneer het virus na 24 weken echter niet genoeg uit het lichaam is verdwenen (of zelfs helemaal niet is verminderd), dan is er sprake van een zgn. "Non-responder". Dit is een patiënt bij wie het virus niet (of nauwelijks) op de medicatie reageert. In zo'n geval is de behandeling zinloos en wordt gestopt. Soms kan zo iemand dan in aanmerking komen voor een alternatief, bijvoorbeeld door opname in een experimenteel geneesmiddelonderzoek in een academisch ziekenhuis (levercentrum). Bij 50-80% van de patiënten slaagt de behandeling erin het virus blijvend uit te roeien.

In levercentra wordt onderzoek gedaan naar verbetering van de combinatietherapie door onder meer toediening van andere antivirale middelen en andere doseringsschema's en -methodes.[5] [6]

Deense wetenschappers hebben een nieuwe behandeling tegen hepatitis C ontwikkeld. Met een RNA-blokker verhinderen zij dat het virus zich kan delen.[7]

Onderzoekers hebben twee cellulaire eiwitten ontdekt die belangrijke factoren zijn voor een hepatitis C-virus-infectie, een bevinding die zou kunnen leiden tot nieuwe en minder toxische behandelingen voor de ziekte.[8]

Verder lezen[bewerken]

Hepzibah Kousbroek (1954-2009) publiceerde in 2004 De onzichtbare vijand: een persoonlijk verslag van de strijd tegen hepatitis (Arena, 2004) ISBN 9069746565.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Voor een compleet overzicht van risico's zie de GGD website heptest.nl
  2. Zie de website van het Nationaal Hepatitis Centrum http://www.hepatitis.nl voor de prevalentie van hepatitis C wereldwijd.
  3. PEG-interferon
  4. Ribavirine
  5. AMC Amsterdam, huidige hepatitis B en C trials
  6. Onderzoek aan Erasmus MC naar hepatitis C
  7. RNA-blokker maakt korte metten met hepatitis C Kennislink, 7 december 2009
  8. Zie voor meer informatie de website van sciencedaily.