Hepatitis C

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samenvoegen van Iemand vindt dat de tekst van Gebruiker:CFCF/Kladblok/Hepatitis C in dit artikel ingevoegd zou moeten worden, of dat er een duidelijkere afbakening tussen beide artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dat artikel een redirect te worden (hier melden).
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Hepatitis C
Coderingen
ICD-10 B17.1, B18.2
ICD-9 070.4, 070.5
OMIM 609532
DiseasesDB 5783
MedlinePlus 000284
eMedicine med/993ped/979
MeSH D006526
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Hepatitis C is een infectieziekte die hoofdzakelijk de lever aantast en veroorzaakt wordt door het hepatitis C-virus (HCV).[1] Deze vorm van hepatitis is pas eind jaren tachtig ontdekt; tot dan toe werd deze aangeduid als 'Hepatitis non A non B'. Besmetting trad op dat moment meestal op door bloedtransfusies. Er bestaat geen vaccin tegen hepatitis C.

Symptomen[bewerken]

Een hepatitis C-infectie verloopt in het begin meestal asymptomatisch. De infectie gaat in de meerderheid van de gevallen (70%) ongemerkt over in een chronische vorm. Circa 20-30% van de mensen met de chronische vorm ontwikkelt leverschade (verlittekening) en hiervan krijgt ongeveer 2-5% per jaar leverkanker. Sommige mensen krijgen pas 20 of 30 jaar na de besmetting klachten wanneer de lever al is aangetast.

Transmissie[bewerken]

Het hepatitis C-virus wordt overgedragen via het bloed. Het wordt meestal overgedragen via:[2]

  • intraveneus drugsgebruik door het delen van injectienaalden;
  • in de gezondheidszorg door het hergebruik of de ontoereikende sterilisatie van medische instrumenten;
  • in sommige landen wordt HCV overgedragen via transfusie van niet-gescreend bloed en bloedproducten;
  • HCV kan ook seksueel worden overgedragen, en kan worden doorgegeven van een besmette moeder aan haar baby; echter deze komen minder vaak voor;
  • tatoeages/piercings, rituele en andere invasieve ingrepen waarbij niet-steriel materiaal gebruikt wordt.

Hepatitis C wordt niet verspreid via voedsel, water of door toevallig contact zoals knuffelen, zoenen en delen van voedsel of dranken met een besmet persoon.

Aangezien sinds begin jaren 90 in België en Nederland bloeddonoren gescreend worden op aanwezigheid van hepatitis C-virus antilichamen, is de kans op infectie na bloedtransfusies significant gedaald.

Virologie[bewerken]

Het hepatitis C-virus is een klein, positief enkelstrengig RNA-virus.[3] Het behoort tot het genus van de Hepacivirus binnen de Flaviviridae-familie.[4] Er zijn zeven verschillende virustypes (het virus genotype 1-7).[5] Deze genotypes worden verder onderverdeeld in subtypes.

Diagnose[bewerken]

Vermits acute HCV-infectie meestal asymptomatisch is, is een vroege diagnose van HCV-infectie zeldzaam. Bij de patienten die chronisch geïnfecteerd zijn, wordt de infectie vaak niet gediagnosticeerd, tenzij er ernstige leverschade is ontwikkeld.

HCV-infectie wordt in twee stappen gediagnosticeerd:[2]

  • Screening voor anti-HCV-antilichamen met een serologische test diagnosticeert mensen die besmet geweest zijn met het virus.
  • Als de test positief is voor anti-HCV-antilichamen, zal een nucleïnezuurtest voor HCV-RNA nodig zijn om de chronische HCV-infectie te bevestigen, omdat ongeveer 15-45% van de patienten met HCV zonder behandeling de infectie klaren door een sterke immune reactie. Alhoewel deze patiënten niet langer besmet zijn, zullen ze nog steeds positief reageren voor aanwezigheid van anti-HCV-antistoffen.

Nadat een persoon is gediagnosticeerd met chronische hepatitis C-infectie, moeten zij de mate van leverbeschadiging (fibrose en cirrose) laten testen. Dit kan door leverbiopsie of via een verscheidenheid van niet-invasieve testen.

Bovendien dient er een genotyperingstest uitgevoerd te worden om het genotype van de hepatitis C-stam te identificeren. Het slaagpercentage van behandeling hangt echter af van het genotype van het HCV. De mate van de leverschade en het virusgenotype worden gebruikt om de keuze van behandeling en de opvolging van de infectieziekte vast te leggen.

Behandeling[bewerken]

In het algemeen is de behandeling aanbevolen voor patiënten met een bewezen HCV-infectie waarbij tekenen van een leveraandoening worden waargenomen. Sinds 2000 bestaat de standaardbehandeling van hepatitis C uit een combinatietherapie van PEG-interferon[6] met Ribavirine[7]. Ribavirine is een antiviraal geneesmiddel dat de werking van alpha-interferon versterkt en de vermenigvuldiging van het virus tegenhoudt. De behandeling van alpha-interferon en ribavirinecapsules duurt (afhankelijk van het virus genotype) ongeveer 24-48 weken.[8] Voor de genotypes 2 en 3 is het slaagpercentage 70-80% na 24 weken en voor de genotypes 1 en 4 is deze 45-70% na 48 weken.[2] De respons op de behandeling wordt opgevolgd door de aanwezigheid van viruspartikels in het bloed op te volgen (viral load test).

Wanneer het virus na 24 weken echter niet genoeg uit het lichaam is verdwenen (of zelfs helemaal niet is verminderd), dan is er sprake van een zogenaamde non-responder. Dit is een patiënt bij wie het virus niet (of nauwelijks) op de medicatie reageert. In zo'n geval is de behandeling zinloos en wordt deze gestopt.

Nieuwe HCV-protease inhibitoren (Telaprevir[9] en Boceprevir[10]) werden recent goedgekeurd. Vermits ze aanleiding kunnen geven tot resistentie, worden ze enkel in combinatie met andere behandelingen gebruikt. Deze nieuwe moleculen verhogen het slaagpercentage van de behandeling bij de genotypen 1, 4, 5 en 6.

Epidemiologie[bewerken]

Wereldwijd dragen circa 150 tot 200 miljoen mensen een chronische vorm van hepatitis C-infectie.[2] 350.000 tot 500.000 patiënten sterven jaarlijks aan aan hepatitis C gerelateerde leverziekten.

Hoewel het in Nederland nog geen zeer hoge aantallen betreft, zijn circa 60.000 mensen ermee besmet, velen daarvan zonder het te weten.

Epidemiologische gegevens voor België[bewerken]

De seroprevalentie van HCV in de Belgische populatie werd in 1993-94 op 0.87% geschat.[11] Tijdens een volgende prevalentie studie uitgevoerd in 2003 met speekseltesten werd een prevalentie van 0.12% gemeten.[12]

Op basis van het aantal gerapporteerde gevallen in het netwerk van de peillaboratoria en het aantal uitgevoerde genotyperingen wordt de jaarlijkse HCV incidentie op 1500 geschat (13.6/100.000 inwoners).[13] De verdeling volgens de gewesten zijn als volgt: 45% in Vlaanderen, 35% in Wallonië en 19% in Brussel. Ondanks de verhoogde screening bij vrouwen tussen 20-39 jaar is er een hogere prevalentie (M:F 1.06:1) van HCV geïnfecteerden bij mannen met mediaan leeftijd 45-49 jaar.

Personeelsleden uit de gezondheidssector vertoonden een lagere seroprevalentie dan in de algemene populatie en bijgevolg loopt het verzorgend personeel geen verhoogd risico.[14]

De verdeling van de genotypes bij intravenous druggebruikers was als volgt: 48,7% genotype 1, gevolgd door 41,2% genotype 3, 8,8% genotype 4 en 1,4% genotype 2.[15]

Verder lezen[bewerken]

Hepzibah Kousbroek (1954-2009) publiceerde in 2004 De onzichtbare vijand: een persoonlijk verslag van de strijd tegen hepatitis (Arena, 2004) ISBN 9069746565.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Ryan KJ, Ray CG (editors), Sherris Medical Microbiology, 4th, McGraw Hill, 2004, p. 551–2 ISBN 0838585299.
  2. a b c d WHO fact sheet. World Health Organization (WHO) (April 2014) Geraadpleegd op 2014-08-04
  3. Rosen, HR (2011-06-23). Clinical practice. Chronic hepatitis C infection. The New England Journal of Medicine 364 (25): 2429–38 . PMID:21696309. DOI:10.1056/NEJMcp1006613.
  4. Ray Stuart C.; Thomas David L., Mandell, Douglas, and Bennett's principles and practice of infectious diseases, 7th, Churchill Livingstone, Philadelphia, PA, 2009, “Chapter 154: Hepatitis C” ISBN 978-0443068393.
  5. Nakano T, Lau GM, Lau GM, Sugiyama M, Mizokami M. An updated analysis of hepatitis C virus genotypes and subtypes based on the complete coding region. Liver Int. 2012 Feb;32(2):339-45. doi: 10.1111/j.1478-3231.2011.02684.x. Epub 2011 Dec 5. PubMed PMID: 22142261
  6. PEG-interferon
  7. Ribavirine
  8. Wilkins T, Malcolm JK, Raina D, Schade RR. Hepatitis C: diagnosis and treatment. Am Fam Physician. 2010 Jun 1;81(11):1351-7. Review. PubMed PMID: 20521755
  9. Telaprevir
  10. Boceprevir
  11. Beutels M, Van Damme P, Aelvoet W, Desmyter J, Dondeyne F, Goilav C, Mak R, Muylle L, Pierard D, Stroobant A, Van Loock F, Waumans P, Vranckx R (1997). Prevalence of hepatitis A, B and C in the Flemish population. Eur J Epidemiol Apr;13 (3): 275-80 . PMID:9258525.
  12. Quoilin S, Hutse V, Vandenberghe H, Claeys F, Verhaegen E, De Cock L, Van Loock F, Top G, Van Damme P, Vranckx R, Van Oyen H (2007). A population-based prevalence study of hepatitis A, B and C virus using oral fluid in Flanders, Belgium=Eur J Epidemiol 22 (3): 195-202 . PMID:17356926.
  13. WIV-ISP jaarlijks surveillance rapport. WIV-ISP, België (2013) Geraadpleegd op 2014-08-06
  14. Moens G, Vranckx R, De Greef L, Jacques P (2000). Prevalence of hepatitis C antibodies in a large sample of Belgian healthcare workers. Infect Control Hosp Epidemiol Mar;21 (3): 209-12 . PMID:10738992.
  15. Matheï C, Wollants E, Verbeeck J, Van Ranst M, Robaeys G, Van Damme P, Buntinx F (2005). Molecular epidemiology of hepatitis C among drug users in Flanders, Belgium: association of genotype with clinical parameters and with sex- and drug-related risk behaviours. Eur J Clin Microbiol Infect Dis Aug;24 (8): 514-22 . PMID:16133411.