Heren- en slavenmoraal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De heren- en slavenmoraal zijn belangrijke moraalfilosofische begrippen, bedacht door de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche.

Nietzsches kijk op moraal verschilde in zijn tijd drastisch van gangbare theorieën over moraal, die hoofdzakelijk hun grondslag hadden in het utilisme en/of christelijke filosofie. De herenmoraal bestond uit drie aspecten die volgens Nietzsche belangrijk waren in het Oude Griekenland en het Romeinse Rijk, namelijk trots, adellijkheid en assertiviteit. De slavenmoraal was een reactie op de herenmoraal, die doorbrak met de komst van het christendom, hoewel de slavenmoraal zelf het christendom geruime tijd voorging.

Herenmoraal[bewerken]

De herenmoraal (of heersersmoraal) bestond al in de Oudheid. De Hellenen en de Romeinen waren van mening dat iets pas goed is, wanneer het assertief, edel en nuttig is voor diegene die oordeelt. Deze drie aspecten vormen samen de herenmoraal en waren de enige deugden toentertijd. Alles wat niet assertief, edel of nuttig was, waren ondeugden en dus slecht. Degenen die leefden naar de herenmoraal namen enkel zichzelf en niet het gemiddelde als maatstaf voor de morele oordelen die ze maakten. Hiermee is de herenmoraal eigenlijk de oorsprong van al de moraal, ook de slavenmoraal; omdat dit niets meer is dan een reactie op de herenmoraal en daarmee niet op zichzelf kan staan.

Slavenmoraal[bewerken]

In de praktijk kwam de herenmoraal vooral voor onder de heersende klassen van de maatschappij, wat dus een reactie uitlokte van de lagere klassen, die zich onderdrukt voelden door de heersers. Volgens Nietzsche kwam de slavenmoraal het meest nadrukkelijk naar voren in het christendom en utilistische morele theorieën. Assertief, edel en nuttig waren niet meer de deugden in de samenleving. Voortaan waren nederigheid, medelijden en vergeving de drie nieuwe deugden. Dus in plaats van assertief te zijn, behoorde men medelijden te hebben. In plaats van edel te zijn, behoorde men nederig te zijn. En in plaats van kwaad te vergelden, moest men het kwaad vergeven.

Al met al was slavenmoraal een inversie op de herenmoraal: Alles wat volgens de herenmoraal goed was, was volgens de slavenmoraal kwaadaardig en alles wat volgens herenmoraal nutteloos was, was volgens de slavenmoraal goedaardig. In de slavenmoraal was het gemiddelde de maatstaf voor alle morele oordelen die gemaakt moeten worden. De slavenmoraal had volgens Nietzsche overwonnen op de herenmoraal, toen het in de herenmoraal gegronde Klassieke denkbeelden plaats moesten maken voor het christendom.

Nietzsches versie en interpretatie[bewerken]

Of Nietzsche slavenmoraal als slecht en de herenmoraal als de ware deugd beschouwde staat open voor interpretatie. Het kan namelijk ook worden opgevat als een soort van historische observatie. Nietzsche hoopte een begin te kunnen maken met een re-evaluatie van al de moraal, waarvan hij hoopte dat dit zowel slaven- als herenmoraal zou overstijgen.

Nietzsche beschouwde de slavenmoraal als een truc van de zwakkeren in de maatschappij om de sterkeren te onderdrukken. Dit omdat zwakkeren geen dappere of sterke krijgers waren die met open vizier hun vijand te lijf konden gaan, maar afhankelijk waren van sluwe manipulatie die vanuit de duisternis anderen gebruiken om hun vijanden te vermorzelen.