Heren van Amstel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Opgraving van een 13e-eeuwse versterking bij de Nieuwezijds Kolk in Amsterdam. Mogelijk resten van een kasteel van de Heren van Amstel
De overgebleven toren van Kasteel IJsselstein.

De heren van Amstel (ook geschreven als Heeren van Aemstel) waren een middeleeuws ministeriaal (en later adellijk) geslacht die het Amstelland ontgonnen en over het gebied regeerden in naam van de bisschop van Utrecht (en later de graaf van Holland).

Geschiedenis[bewerken]

Wolfger (of Wolfgerus) van Amestelle wordt in 1105 genoemd als scultetus (schout) van Amestelle (Amstelland). Zijn zoon Egbert bouwde een klein kasteel (eigenlijk meer een versterkt huis) in Ouderkerk aan de Amstel, waarschijnlijk op de plek waar in 1614 de Portugees-Joodse begraafplaats Beth Haim kwam. In 1204 werd dit kasteel verwoest door invallende Kennemers.

Gijsbrecht II was in 1226 de eerste die zichzelf dominus (heer) van Amestelle noemde. Gijsbert kwam echter in conflict met de bisschop van Utrecht en werd in 1252 gebonden achter een paard de stad Utrecht binnengesleurd. Arnoud van Amstel, een zoon van Gijsbrecht III, bouwde het kasteel IJsselstein in ca. 1279. Zijn zoon Gijsbert, die zich Gijsbrecht van IJsselstein ging noemen, stichtte de stad IJsselstein en de St. Nicolaaskerk, waar hij ook begraven ligt in een grote graftombe.

Gijsbrecht IV (1235-1303) werd leenman van graaf Floris V van Holland. Gijsbrecht werd één van de machtigste mannen van Holland en besloot uiteindelijk dat hij liever zelfstandig wilde worden. Samen met andere edelen ontvoerde en doodde hij de graaf in 1296. De dood van Floris V riep grote verontwaardiging op en de machtsgreep mislukte. Gijsbrecht verloor zijn bezittingen en werd verbannen.

Gijsbrechts zoon Jan I (1270-1345) lukte het in 1304 nog een tijd Amsterdam te bezetten, maar de stad werd belegerd en Jan moest uiteindelijk uit de stad wegvluchten. Amsterdam moest als straf de nieuw verworven stadsrechten weer tijdelijk inleveren en de verdedigingswerken van de stad werden op last van de graaf afgebroken. Na zijn verbanning vestigde Gijsbrecht IV zich waarschijnlijk in Oss in het Hertogdom Brabant. De Groningse hoogleraar Dick E.H. de Boer heeft aanwijzingen gevonden - zij het geen sluitend bewijs - dat Gijsbrecht na zijn verbanning met enkele volgelingen betrokken was bij de stichting van Pruisisch Holland.

Amstelland werd eigendom van graaf Jan II van Holland, die het in 1300 in leen gaf aan zijn broer Gwijde van Avesnes, bisschop van Utrecht. Ook de IJsselsteinse bezittingen van de heren van Amstel werden aan Guy geschonken, die het in 1308 weer in leen gaf aan Gijsbrecht van IJsselstein. Guy's dochter Maria van Henegouwen trouwde met Gijsbrechts zoon Arnoud van IJsselstein.

In 1994 werden in Amsterdam (aan de Nieuwendijk, ten zuiden van de Nieuwezijds Kolk) de funderingen van een kasteel ontdekt. Mogelijk werd dit kasteel gebouwd door de heren van Amstel, hoewel historici hierover nog van mening verschillen.[1]

Toneelstuk[bewerken]

Joost van den Vondels toneelstuk Gysbrecht van Aemstel is mogelijk het meest bekende toneelstuk uit de Nederlandse literatuur. De historische gebeurtenissen in het 14e-eeuwse Amsterdam waar de 17e-eeuwse Vondel in zijn 'Gijsbrecht' naar verwijst, voltrokken zich in werkelijkheid niet rond zijn hoofdpersoon Gijsbrecht IV van Amstel, maar rond diens zoon Jan. Gijsbrecht dankt zijn status als held van Amsterdam – zo kreeg hij een beeld in de Beurs van Berlage en werd het Amsterdamse Gijsbrecht van Aemstelpark naar hem vernoemd – dus eerder aan Vondels 'dichterlijke vrijheid' dan aan historische feiten.

Lijst van heren[bewerken]

Wetenswaardigheden[bewerken]

Bronnen
Voetnoten