Herman Teirlinck (schrijver)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Herman Teirlinck
Avant-garde portret van Herman Teirlinck door Karel Maes (1922)
Avant-garde portret van Herman Teirlinck
door Karel Maes (1922)
Algemene informatie
Volledige naam Herman Louis Cesar Teirlinck
Geboren 24 februari 1879, Sint-Jans-Molenbeek, (Brussel)
Overleden 4 februari 1967, Beersel
Land Vlag van België België
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Herman Louis Cesar Teirlinck (Sint-Jans-Molenbeek (Brussel), 24 februari 1879Beersel, 4 februari 1967) was een Belgisch roman- en toneelauteur en dichter. Voor een aantal van zijn boeken en voor andere auteurs was hij boekbandontwerper. Voor C.A.J. van Dishoeck in Bussum ontwierp hij 12 boekbanden.

Levensloop[bewerken]

Teirlinck werd geboren als enige zoon van de vijf kinderen van toneelschrijver en volkskundige Isidoor Teirlinck en onderwijzeres Josefine van Nieuwenhove. Wegens zijn zwakke gezondheid bracht hij zijn vroege jeugd grotendeels door in Zegelsem bij de ouders van zijn vader. De lagere school en middelbare school volgde hij in Brussel. Teirlinck wilde schrijver worden, maar gaf gehoor aan de wens van zijn vader en begon zijn studies voor arts in Brussel maar dat lag hem niet. Teirlinck vertrok vervolgens naar Gent en studeerde daar Duitse taal- en letterkunde, maar brak ook deze studie af. In 1902 trad hij in het huwelijk met Mathilde Lauwers. In hetzelfde jaar werd hij ambtenaar bij de gemeente Brussel en vertaalde hij de maandelijkse verslagen van de KVS in het Frans. Zo groeide zijn belangstelling voor toneel en wilde hij het peil van deze volksschouwburg, geleid door Edmond Hendrikx, die vooral goedkope 19de-eeuwse draken bracht, optillen via de oprichting van het “Kunstkommiteit”. Hij stelde zichzelf als 23-jarige samen met de acteur Laroche trouwens kandidaat voor een tweeledig directeurschap van de KVS. Als amateur deed hij immers zelf aan diverse vormen van toneel, het liefst als vrouw verkleed, naar verluidt. Hij trad zelfs op als zanger. Het was echter tevergeefs, ook bij een tweede poging in 1907.

In 1903 was hij medeoprichter van het tijdschrift Vlaanderen, opvolger van Van Nu en Straks.

Vanaf 1906 was Teirlinck Belgisch correspondent voor het Algemeen Handelsblad. Hij ging zich steeds meer op het leven in Brussel richten. Rond 1909 vestigde hij zich in Linkebeek waar hij zich met de plaatselijke politiek bemoeide. In 1909 verscheen ook zijn essay “De kunst van het theater” waarin hij zich een aanhanger betoonde van de theatrale vernieuwingen die Edward Gordon Craig had geïntroduceerd. Vanaf 1910 tot 1936 was hij leraar Nederlands, aan de stedelijke jongensnormaalschool te Brussel.

In 1919 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. Van toen af werd hij een belangrijk man. Hij werd Vlaams leraar aan het Koninklijk Hof en was raadsheer voor Kunst en Wetenschap van drie koningen: Albert I, Leopold III en Boudewijn.

Vanaf 1925 tot 1938 doceerde hij Nederlands aan de Academie voor schone Kunsten te Antwerpen en vanaf 1928 tot 1936 aan de de Stedelijke Meisjesnormaalschool te Brussel. In de tussenliggende periode was hij vanaf 1912 directeur van een meubelfabriek (tot 1926) en werd hij secretaris van de werkgeversbond voor de Belgische houtindustrie. In die functie reisde hij naar het toenmalige Belgisch Kongo.

Ook vanaf 1928 was Teirlinck verbonden aan het Nationaal Hoger Instituut voor Bouw -en Sierkunsten als docent techniek van het toneel. In 1938 werd hij er directeur. Inmiddels had hij ook contact met het Belgische hof, en vanaf 1933 was hij adviseur, eerst voor koning Albert I en vanaf 1934 voor koning Leopold III.

Nadat in 1928 zijn eerste echtgenote was overleden, trouwde hij in 1931 opnieuw, ditmaal met Johanna Hoofmans. In 1929 liet hij door Victor Bourgeois zijn villa in Sint-Idesbald bouwen. In 1936 verhuisden zij naar Beersel.

Na de Tweede Wereldoorlog was Teirlinck in 1946 medeoprichter van het Nieuw Vlaams Tijdschrift, waarvan hij directeur werd. In hetzelfde jaar richtte hij de Studio van het Nationaal Toneel te Antwerpen op; later bekend als Studio Herman Teirlinck. In 1951 werd hij adviseur bij het ministerie van Onderwijs.

Teirlincks tweede vrouw overleed in 1963. Teirlinck zelf overleed vier jaar later, 20 dagen voor zijn 88-ste verjaardag. Zijn huis in Beersel-Lot werd ingericht als Teirlinck-museum en kunstgalerie, maar sloot eind 2013 zijn deuren.

Prijzen[bewerken]

Hij werd viermaal doctor honoris causa:

  • aan de universiteit van Brussel (1938)
  • aan de universiteit van Amsterdam (1947)
  • aan de universiteit van Luik (1954)
  • aan de universiteit van Gent (1959)

Bibliografie[bewerken]

Affiche voor De vertraagde film van Herman Teirlinck
  • Verzen (1900; gedichten)
  • Landelijke historiën (1901; roman)
  • De wonderbare wereld (1902; roman)
  • Het stille gesternte (1903; roman)
  • 't Bedrijf van den kwade (1904; roman)
  • De doolage (1905; roman)
  • Zon, een bundel beschrijvingen (1906; essays)
  • De kroonluchter, kunstgenootschap (1907; roman)
  • Het avontuurlijk leven van Lieven Cordaat (1908)
  • Mijnheer J.B. Serjanszoon, orator didacticus (1908; roman)
  • Het ivoren aapje (1909; roman)
  • Johan Doxa, `Vier herinneringen aan een Brabantschen Gothieker' (1917; roman)
  • De Nieuwe Uilenspiegel of de jongste incarnatie van den scharlaken Thijl (1920; bewerking van het oude volksverhaal)
  • De vertraagde film (1922; toneelstuk)
  • Het Lied van Peer Lobbe (1923; verzameling kortverhalen)
  • Ik dien (1924; toneelstuk)
  • De man zonder lijf (1925; toneelstuk)
  • De wonderlijke mei (1925; toneelstuk)
  • De leemen torens (1928; brievenroman met Karel van de Woestijne)
  • De ekster op de galg (1937; toneelstuk)
  • Elckerlyc (1937)
  • Ave (1938; toneelstuk)
  • Maria Speermalie, 1875-1937 (1940; roman)
  • De XXXX brieven aan Rolande (1944)
  • Het gevecht met de engel (1952; roman)
  • Zelfportret of Het galgemaal (1955; roman)
  • Wijding voor een derde geboorte (1956; theatertheoretische essays)
  • Dramatisch Peripatetikon (1959; theaterleerboek)
  • Verzameld werk, 8 dln. (1955-1969)
  • Verzameld werk, 9 dln. (1973)

Externe link[bewerken]