Herman Wirth

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Herman Felix Wirth (Utrecht, 6 mei 1885Kusel, 16 februari 1981) was een Nederlands-Duitse filoloog, historicus en musicoloog. Hij werd bekend door zijn werken over de voorgeschiedenis van de Ariërs, waarin hij het Friese volk een grote plaats toekent.

Volgens Wirth is het uilenbord een oud cultussymbool. Hij is vooral bekend door zijn beschouwingen over het Oera Linda Boek (Die Ura Linda Chronik, 1933), waarin hij de echtheid van grote stukken van het Oera Linda Boek verdedigt. Wirths werken worden door de wetenschap als fantastisch verworpen.

Levensloop[bewerken]

Wirth studeerde Nederlandse filologie, germanistiek, geschiedenis en muziekwetenschap en promoveerde in 1910 met het proefschrift Der Untergang des niederländischen Volksliedes. Hij onderwees daarna Nederlandse filologie aan de Universiteit van Bern. Tijdens de Eerste Wereldoorlog steunde Wirth de Vlaamse separatisten in het door Duitsland bezette België en meldde zich als vrijwilliger aan het front. Hij werd in 1916 door keizer Wilhelm II benoemd tot hoogleraar zonder leerstoel.

In 1919 richtte Wirth in Nederland een Völkische Bewegung op. In 1922 hield Wirth voor het Fries Genootschap in Leeuwarden een lezing over de uileborden en oudere zinnebeeldige teekens in Friesland.[1]

Wirth vestigde zich in 1923 in Marburg, Duitsland. Wirths publicatie van het Oera Linda Boek in 1933, leidde tot een ware hype. Wirth zag in het Oera Linda Boek de oerbijbel van de Germanen, een opvatting waarin hij gesteund werd door Heinrich Himmler, de leider van de SS. Op 5 mei 1934 werd Wirth echter in een openbaar debat in de aula van de Berlijnse universiteit ten overstaan van duizenden toehoorders door een viertal germanisten en historici gedesavoueerd.

In 1935 richtte Wirth met Himmler en Richard Walter Darré het SS-onderzoeksproject Deutsches Ahnenerbe op. Wirth werd hiervan het hoofd, maar werd al gauw vervangen. Wel bleef hij onderzoek voor Ahnenerbe doen. In 1945 werd Wirth door de Amerikaanse troepen voor twee jaar geïnterneerd, waarna hij voor enkele jaren naar Zweden uitweek. In 1954 keerde hij naar Marburg terug, waar hij als ambteloos onderzoeker leefde.

Wirths historische en etnografische stellingen werden en worden door de wetenschappelijke wereld eensgezind afgewezen en worden niet door bronnen ondersteund.

Publicaties[2][bewerken]

  • Der Untergang des niederländischen Volksliedes, 's-Gravenhage, 1911 (proefschrift)
  • Niederländisch-Deutsch, Berlin, 1913
  • Ein Hähnlein wolln'n wir rupfen: Neue Kriegslieder nach alten Texten und Weisen, Jena, 1914
  • Vlämisch: Eine reiche Sammlung nützl. Gespräche m. Aussprachebezeichnung nebst systemat. Vokabular u. kurzgefasster Grammatik, Berlin 1916
  • Der Aufgang der Menschheit: Untersuchungen zur Geschichte der Religion, Symbolik und Schrift der atlantisch-nordischen Rasse, Jena, 1928
  • Die heilige Urschrift der Menschheit: symbolgeschichtliche Untersuchungen diesseits und jenseits des Nordatlantik, Leipzig, 1936 (twee delen)
  • Was heißt deutsch? Ein Urgeistesgeschichtlicher Rückblick zur Selbstbesinnung und Selbstbestimmung, Jena, 1931
  • Die Ura Linda Chronik, Leipzig, 1933
  • Heilige Wende: Ein Zeitenspiel in 6 Aufz.; (1909); Übertr. aus d. Niederländ. u. Umarb. vom Verf., Leipzig, 1933
  • Führer durch die erste urreligionsgeschichtliche Ausstellung "Der Heilbringer": Von Thule bis Galiläa und von Galiläa bis Thule, Berlin, 1933
  • Vom Ursprung und Sinn des Hakenkreuzes, in: Germanien. 1933, H. 6, Leipzig, 1933.
  • Urmonotheismus, 1955
  • Die symbolhistorische Methode, Zeitschrift für Missionswissenschaft und Religionswissenschaft, jaargang 39, 1955
  • Eurasische Prolegomena, 1955
  • Um den Ursinn des Menschseins: die Werdung einer neuen Geisteswissenschaft, Wien, 1960
  • Der neue Externsteine-Führer, Wien, 1969
  • Die Frage der Frauenberge - eine europäische Gegenwartsfrage, Marburg an d. Lahn, 1972
  • Allmutter: d. Entdeckung d. "altitalischen" Inschriften in d. Pfalz u. ihre Deutung, Marburg an d. Lahn, 1974
  • Führer durch das Ur-Europa-Museum: mit Einf. in d. Ursymbolik u. Urreligion, Marburg/Lahn, 1975
  • Europäische Urreligion und die Externsteine, Wien, 1980

Noten[bewerken]

  1. Aankondiging: Leeuwarder Courant, 31 oktober 1922, p. 4; Verslag: Leeuwarder Courant, 3 november 1922, p. 1-2.
  2. Zie ook de catalogus van de Deutsche Nationalbibliothek http://d-nb.info/gnd/118633953