Herman van Hohenzollern-Hechingen
| Herman Frederik Otto | ||
| 1751-1810 | ||
| Vorst van Hohenzollern-Hechingen | ||
| Periode | 1798-1838 | |
| Voorganger | Jozef Frederik Willem | |
| Opvolger | Frederik | |
| Vader | Frans Xaver van Hohenzollern-Hechingen | |
| Moeder | Anna van Hoensbroeck | |
Herman Frederik Otto van Hohenzollern-Hechingen (30 juli 1751 - 2 november 1810 ) was een zoon van Frans Xaver van Hohenzollern-Hechingen, broer van vorst Jozef Frederik Willem, en van Anna Maria Bernardina Apollonia Philippa van Hoensbroek-Geul gravin van Hoensbroeck-Geul (8 mei 1729 - 26 september 1798). Hij volgde zijn oom Jozef Frederik Willem in 1798 op als vorst van Hohenzollern-Hechingen.
In 1798 werd in Hohenzollern-Hechingen de lijfeigenschap afgeschaft.
Paragraaf 10 van de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 kende aan de vorst voor het verlies van zijn feodale rechten in het graafschap Geulle en de heerlijkheden Mouffrin en Baillonville in het land van Luik de heerlijkheid Hirschlatt en het klooster Stetten toe. Omdat in paragraaf 32 een zetel in de Rijksdag aan Hohenzollern-Sigmaringen werd toegewezen, beschikten beide vorstendommen nu over een eigen zetel.
Vorst Herman Frederik Otto (1798-1810) trad op 12 juli 1806 toe tot de Rijnbond en verliet daarmee het Heilige Roomse Rijk.
In 1773 huwde Herman van Hohenzollern-Hechingen met Louise de Mérode (1747-1774), (dochter van graaf Jean de Mérode). Zij hadden één kind:
Weduwnaar geworden huwde Herman van Hohenzollern-Hechingen in 1775 met Maximiliana Albertina van Gravre (1753-1778), (dochter van vorst Frans van Gravre). Zij hadden één kind:
Opnieuw weduwnaar geworden huwde Herman van Hohenzollern-Hechingen in 1779 met Maria van Waldburg (1753-1814), (dochter van graaf Frans van Waldburg). Zij kregen volgende kinderen:
- Antonia (1781-1831), in 1803 gehuwd met graaf Frederik Truchsess ( †1844),
- Theresia(1786-1810)
- Maximiliena (1787-1865), in 1811 gehuwd metgraaf Everhard van Waldburg ( †1814) en in 1817 met le comte Clément van Lodron (1789-1861).
Hij groeide op in België, waar zijn vader officier was in het keizerlijk leger. Van zijn moeder erfde hij bezittingen in Nederland en van zijn tweede echtgenote, erfde hij een miljoen frank.