Hernia diaphragmatica

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Middenrifbreuk
Hernia diaphragmatica
ICD-10 K44
ICD-9 Q79.0
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Hernia diaphragmatica of middenrifbreuk[1] is een hernia waarbij een sprake is van een opening ('breuk') in het middenrif. Ze kan verworven zijn (ICD-10 K44) of aangeboren: congenitale hernia diaphragmatica (ICD-10 Q79.0).

Het middenrif is een platte spier die de scheiding vormt tussen borstholte en buikholte. In deze spier zit een opening waardoor de grote bloedvaten en de slokdarm kunnen passeren. Bij een hernia diaphragmatica is er sprake van een opening in deze spier, waardoor een deel van de buikinhoud in de borstholte terecht kan komen. Bij een grote breuk die al bij de groei van een kind in de baarmoeder aanwezig is, kan het zijn dat longen en/of hart onvoldoende tot ontwikkeling zijn gekomen.

De ernst van een hernia diaphragmatica is afhankelijk van de grootte. Een kleine hernia geeft gedurende het leven vrijwel geen klachten, of slechts geringe klachten van oesofagale reflux. In zo'n geval is geen interventie nodig of kan worden volstaan met medicatie (maagzuurremmers). Vaak wordt een kleinere hernia bij toeval ontdekt.

Wanneer bij de geboorte al een groot hernia diaphragmatica aanwezig is, en een deel van de buikorganen in de borstholte ligt, dan is een operatie veelal noodzakelijk. Afhankelijk van hoe de algemene gesteldheid is, en of hart en longen voldoende ontwikkeld zijn is de overlevingskans ca. 65%.

In Nederland worden jaarlijks ca. 60 kinderen geboren met deze aandoening, maar de ziekte kan ook op latere leeftijd ontstaan.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. Broek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij.