Hersenen in een vat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hersenen in een vat

In de filosofie is hersenen in een vat (Engels: brain in a vat) een gedachte-experiment om na te denken over de realiteit, kennis, waarheid en bewustzijn. Het idee, dat ook veel gebruikt wordt in sciencefiction, is dat een wetenschapper iemands hersenen uit het lichaam weghaalt, in een vat met vloeistof legt en de neuronen van de hersenen op een zeer krachtige computer aansluit. Deze computer simuleert een virtuele werkelijkheid: de hersenen krijgen signalen van de computer, zoals beeld en geluid, en de signalen van de hersenen, die normaal naar bijvoorbeeld de spieren gaan, worden door de computer verwerkt in de simulatie. De hersenen zouden dezelfde belevenis hebben als wanneer ze zich in een fysiek lichaam bevonden maar deze wordt nu aangeleverd door een computer in plaats van een werkelijke omgeving.

Het hersenen in een vat-experiment kan gebruikt worden als argument voor filosofisch scepticisme en solipsisme. Een eenvoudige versie van dit argument gaat als volgt: aangezien de hersenen dezelfde signalen en impulsen verwerken als in een gewoon hoofd en aangezien deze signalen de enige manier van interactie met de omgeving zijn, is het niet mogelijk om, bekeken vanuit de hersenen, te bepalen of de hersenen zich in een vat of in een hoofd bevinden. In het eerste geval kunnen de meeste gedachten van de persoon waar zijn (zoals het lopen door de straat of het eten van ijs); in het tweede geval zijn deze altijd onwaar. Aangezien je, volgens het argument, niet kunt weten of de hersenen zich in een vat bevinden, kun je niet weten of al je gedachten onwaar zijn. Aangezien het, in principe, onmogelijk is om uit te sluiten dat je hersenen zich in een vat bevinden, kun je nooit goede redenen hebben om te denken wat je denkt aangezien je niet zeker kunt weten of het waar is.

Dit argument is een hedendaagse versie van het argument dat gegeven is door Descartes in diens Meditationes de prima philosophia (wat hij uiteindelijk verwerpt) dat hij zijn eigen waarnemingen niet kan vertrouwen omdat een demon misschien al zijn waarnemingen manipuleert. Het argument is in zekere zin ook gerelateerd aan een ander argument van Descartes, dat stelt dat hij zijn waarnemingen niet kan vertrouwen omdat hij misschien droomt (dit droomargument werd al eerder beschreven door Zhuangzi.). In dit argument is de problematiek met opzettelijke misleiding weggehaald.

De bedenker van dit experiment: Hilary Putnam.

De trilogie "The Matrix" (film uit 1999 en later) speelt eveneens met dit fenomeen.